Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Conserverende aanslag bij emigratie naar Verenigde Staten is niet in strijd met de verdragstrouw

20 april 2010

Casus

De heer E. was in dienst bij een in Nederland gevestigde, internationaal opererende werkgever. In 2002 heeft hij een dienstbetrekking aanvaard bij een in de Verenigde Staten gevestigd concernonderdeel van zijn werkgever. In augustus 2002 is hij naar de Verenigde Staten geëmigreerd. De heer E. heeft op 7 januari 2004 een formulier “opgaaf informatie emigratie belanghebbende” naar de belastingdienst gestuurd. Vervolgens heeft de belastingdienst een conserverende aanslag opgelegd voor het jaar 2002. Het te conserveren inkomen bestaat uit aanspraken uit de pensioenregeling.

In geschil

In geschil is of de conserverende aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en de daaraan gekoppelde beschikkingen heffingsrente en revisierente terecht aan belanghebbende zijn opgelegd.

Hof Amsterdam

Op grond van de Wet IB 2001 wordt bij emigratie de waarde in het economische verkeer van een pensioenaanspraak tot het loon gerekend op het moment dat onmiddellijk aan de emigratie vooraf gaat. Vervolgens wordt uitstel van belasting verleend door middel van een conserverende aanslag.
Vorig jaar oordeelde de Hoge Raad in een vier-tal arresten dat een dergelijke heffing bij emigratie in strijd kan komen met de goede verdragstrouw, als daarmee een voordeel wordt belast waarvan de heffing op grond van het Verdrag is toegewezen aan de immigratiestaat. (zie actueel 09-28)
 
In deze casus is het Verdrag ter voorkoming van dubbele belasting dat is gesloten tussen de Verenigde Staten en Nederland van toepassing. Uit artikel 19 van het Verdrag volgt dat gedurende de eerste vijf jaar na emigratie bij afkoop van een pensioen het heffingsrecht ook toekomt aan Nederland. Het Hof oordeelt dat er in deze situatie geen sprake is van strijd met de goede trouw die bij de uitleg en toepassing van het Verdrag in acht dient te worden genomen.

Noot

Er is sprake van strijd met de goede trouw die in acht moet worden genomen jegens de verdragspartner als Nederland door het invoeren van de conserverende aanslag eenzijdig de heffingsbevoegdheid naar zich toe heeft getrokken die op basis van het verdrag was toegewezen aan de verdragspartner. Dat is volgens het Hof hier niet het geval omdat het verdrag gedurende de eerste vijf jaar de heffing over de afkoop van een pensioen mede toewijst aan Nederland. Een conserverende aanslag vervalt echter pas na tien jaar. Als de pensioenaanspraak na die vijf jaar wordt afgekocht dan wordt de conserverende aanslag alsnog door Nederland geïnd en is er toch sprake van strijd met de goede verdragstrouw. Volgens het Hof kan de belastingplichtige dan in bezwaar en eventueel beroep gaan.
 
Naar aanleiding van de vorig jaar gewezen arresten van de Hoge Raad is de Wet IB 2001 met ingang van 16 juli 2009 gewijzigd. De conserverende aanslag bij afkoop van de pensioenaanspraak wordt niet meer opgelegd over de waarde in het economisch verkeer van de pensioen- of lijfrenteaanspraak, maar over de bedragen waarvoor bij de verwerving van de pensioen- of lijfrenteaanspraak een belastingvoordeel is genoten.

 

Bron: Gerechtshof Amsterdam, nr. 07/00318, LJN: BM0719.