Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Crisis goede reden voor wijziging pensioenregeling?

6 augustus 2014

Mag een werkgever zijn pensioenregeling wijzigen omdat hij door de crisis minder omzet haalt? Hierover oordeelde het Hof Amsterdam onlangs.

Crisis: wijziging pensioenregeling

Volgens de CAO voor de Bouwnijverheid (verder: de CAO) betalen werkgevers in de bouw 60% en werknemers 40% van de pensioenpremie. Een bouwonderneming heeft in haar bedrijfsreglement vastgelegd dat zij voor haar werknemers - in afwijking van de CAO - de volledige pensioenpremie betaalt.

De bouwonderneming deelt haar werknemers in een brief mee dat de orderportefeuille en het rendement onder grote druk staan als gevolg van de economische crisis. Zij kondigt in verband daarmee een aantal maatregelen aan. Over de pensioenregeling meldt de brief het volgende:

'De wijziging moet op termijn leiden tot een pensioenpremiebetaling welke zowel voor de werkgever als werknemer in overeenstemming is met de dan geldende CAO. Hiermee vervalt het premievrije pensioen. Voor de huidige medewerkers betekent dit dat zij met ingang van 1 juli 2009 2% van de basispremie zullen betalen en dat zij bij premiestijgingen in de komende jaren zullen groeien naar een eigen bijdrage overeenkomstig de CAO. (...)'

De bouwonderneming betaalt tot 1 juli 2009 de pensioenpremie voor haar werknemers geheel zelf. Vanaf 1 juli 2009 brengt zij 2% van de pensioenpremie als werknemersbijdrage in rekening bij de werknemers.

De werkgever vertelt haar werknemers in een bijeenkomst op 7 december 2010 dat zij met ingang van 1 januari 2011 in één keer 40% van de premies moeten betalen. Ter compensatie van de wijziging van de pensioenregeling biedt zij haar werknemers een regeling verkoop verlofdagen en deelname aan een winstdelingsregeling aan. 117 van de 148 werknemers gaan akkoord.

De werknemers die niet akkoord gaan vinden dat hun werkgever niet heeft aangetoond dat zij een zwaarwichtig belang heeft bij de eenzijdige wijziging van de arbeidsvoorwaarden. Verder vinden zij dat de werkgever geen serieuze compensatiemaatregelen heeft aangeboden. Zij stappen naar de rechter.

Kantonrechter: wijziging toegestaan

De kantonrechter wijst de vorderingen van de werknemers af.

De kantonrechter constateert dat dat de bouwonderneming met haar werknemers geen eenzijdig wijzigingsbeding is overeengekomen. Maar dit neemt volgens de kantonrechter niet weg dat onder omstandigheden toch wijziging van de arbeidsvoorwaarden kan plaatsvinden.

De kantonrechter vindt dat de werkgever voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij te kampen had met bedrijfseconomische problemen die het doorvoeren van een aantal kostenbesparende maatregelen noodzakelijk maakten. De rechter acht het niet onaannemelijk dat er voor de werkgever voldoende aanleiding is om de pensioenregeling te wijzigen.

Met de werknemers is de kantonrechter het eens dat de compensatie regeling (verkoop van verlofdagen) een 'sigaar uit eigen doos' is. Maar dat de aangeboden winstdelingsregeling wel een redelijke manier om de inkomensachteruitgang te compenseren. De kantonrechter oordeelt dat aanvaarding van het voorstel van de werknemers in redelijkheid gevergd kon worden omdat aan de werknemers compensatie is aangeboden door middel van de winstdelingsregeling en dat er bij de onderneming geen ruimte is voor ruimhartiger compensatiemaatregelen.

Tegen deze beslissing gaan de werknemers in beroep.

Hof Amsterdam: wijziging níet toegestaan

Het Hof stelt de werknemers in het gelijk. Zij is van mening dat de eenzijdig genomen maatregel niet redelijk te noemen is. En daarom in strijd is met goed werkgeverschap.

De aanleiding voor de maatregel is volgens het Hof hoofdzakelijk gelegen in de economische crisis, in de gevolgen daarvan voor de bouwbranche in het algemeen en voor de werkgever in het bijzonder. Daarmee is gegeven dat de oorzaak tot het nemen van de maatregel een tijdelijke is. Uit de brieven waarin de werkgever haar besluiten toelichtte blijkt dit ook. De werkgever heeft in elk geval niet uitdrukkelijk aangevoerd dat de economische crisis voor haar een definitieve wijziging van omstandigheden meebrengt.

Naar het oordeel van het Hof heeft de werkgever daarin in redelijkheid aanleiding kunnen zien om haar werknemers een maatregel voor te stellen die leidt tot een tijdelijke vermindering van de loonkosten. De maatregel die de werkgever treft strekt echter verder dan dat. Zij heeft de maatregel dat zij de pensioenpremie gedeeltelijk betaalt, immers niet in tijd gelimiteerd door deze voor een bepaalde periode af te kondigen of de duur daarvan afhankelijk te stellen van bijvoorbeeld winstverwachting of gerealiseerde winst, aldus het Hof.

De compensatie behelst echter - zo hebben de werknemers onbetwist gesteld - niet het volledige bedrag dat de werknemers moeten inleveren. Verder is onvoldoende duidelijk onder welke omstandigheden de werknemers daadwerkelijk recht kunnen doen gelden op een winstdelingsuitkering. Dat betekent dat de werknemers blijvend te maken hebben met een achteruitgang in hun arbeidsvoorwaarden, ook wanneer de resultaten van de werkgever zich na de economische crisis herstellen. Het hof vindt de aard van de maatregel dan ook niet in overeenstemming met de aard van de gewijzigde omstandigheden. En daarom niet redelijk.

Commentaar

Volgens deze uitspraak is de crisis geen goede reden voor het eenzijdig wijzigen van de regeling. Het Hof vond de compensatie die de werkgever bood niet redelijk.

Deze uitspraak laat zien dat wanneer de meerderheid van de werknemers instemt met een wijziging, dit geen garantie is voor de werkgever dat hij de pensioenovereenkomst eenzijdig kan wijzigen. In deze casus vroeg de directie van de bouwonderneming haar ondernemingsraad onverplicht om advies. De ondernemingsraad adviseerde daarop positief. Ook dat geeft een werkgever niet de garantie dat zij eenzijdig mag wijzigen. Een uitzondering daarop is wanneer de ondernemingsraad van de werknemers de bevoegdheid heeft gekregen om namens de hen in te stemmen met een wijziging van de pensioenregeling. Dit laatste komt echter niet zo vaak voor.

Voor het wijzigen van een pensioenovereenkomst instemming nodig is van de werknemer(s). Daarbij maakt het niet uit of sprake is van uitdrukkelijke instemming of stilzwijgend. En moet er een redelijke compensatie worden gegeven. Volgens het Hof was in deze casus geen sprake van een redelijke compensatie. Wij zijn benieuwd wat een rechter een redelijke compensatie vindt voor de vermindering van pensioenopbouw als gevolg van Witteveen 2014 en 2015.

 

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis
Bron: Hof Amsterdam, 10 juni 2014. Nr. 200.114.188/01