Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

De aap uit de mouw: er komt geen API als nieuwe pensioenuitvoerder

5 juli 2012

Vijf jaar geleden heeft het kabinet besloten dat er een algemene pensioeninstelling (API) moet komen om de Nederlandse concurrentiepositie in Europa te verbeteren. Nu komt minister Kamp tot de conclusie dat een API niet meer nodig is en dat pensioenfondsen deze rol kunnen vervullen. Een conclusie met mogelijk grote consequenties voor de concurrentie op de Nederlandse pensioenmarkt.

Waarom een API?

Een API maakt het mogelijk om in Nederland buitenlandse en Nederlandse pensioenregelingen uit te voeren. Zowel beschikbare premieregelingen (defined contribution (DC)) als salarisdiensttijdregelingen (defined benefits (DB)). De premiepensioeninstelling (PPI) kan alleen DC regelingen uitvoeren (zie verder hieronder). De internationaliserende pensioenmarkt biedt “pensioenkampioen” Nederland enkele bedreigingen en veel kansen. De API komt vooral tegemoet aan de groeiende behoefte bij multinationals om de uitvoering van pensioenregelingen uit diverse landen meer centraal aan te kunnen sturen.

Huidige situatie

Pensioenfondsen zijn niet aantrekkelijk voor buitenlandse werkgevers voor het uitvoeren van hun pensioenregeling. Belangrijkste redenen hiervoor zijn de verplichte bestuursdeelname van sociale partners, de verplichte solidariteit tussen alle deelnemende regelingen (een pensioenfonds vormt één financieel geheel) en het zeer beperkte werkterrein van een pensioenfonds (de domeinafbakening). Daarom besloot het kabinet in 2007 tot de introductie van de API. Als onderdeel hiervan is per 1 januari 2011 de premiepensioeninstelling (PPI) geïntroduceerd, die alleen DC regelingen mag uitvoeren. Daarnaast heeft de kabinet de muliti-opf mogelijk gemaakt. Het multi-opf maakt het mogelijk dat een pensioenfonds verschillende regelingen uitvoert die financieel strikt van elkaar gescheiden zijn. Het verbod op ringfencing (de verplichte solidariteit tussen deelnemende regelingen) voor pensioenfondsen is hiermee opgeheven. Ook geldt niet langer de eis dat het pensioenfonds alleen regelingen mag uitvoeren voor één onderneming. Als voorwaarde voor toetreding tot het multi-opf werd gesteld dat een onderneming minimaal 5 jaar een eigen ondernemingspensioenfonds moest hebben.

Verder wordt in het Wetsvoorstel Versterking bestuur pensioenfondsen een nieuw bestuursmodel voor pensioenfondsen voorgesteld; het onafhankelijke model. Bij dit onafhankelijke bestuursmodel zijn sociale partners niet langer de bestuurders, maar professionals. Wel krijgen sociale partners in het belanghebbendenorgaan ten aanzien van een aantal wezenlijke onderwerpen een goedkeuringsrecht.

Afzonderlijke API niet meer nodig

Minister Kamp is van mening dat op grond van het bovenstaande een afzonderlijke API niet meer nodig is. Een pensioenfonds dat voor meerdere ondernemingen pensioenregelingen kan uitvoeren met een onafhankelijk bestuur zal straks in hoge mate kunnen voldoen aan de eisen die in 2007 voor een API werden geformuleerd. Een aantal onderwerpen moet echter nog uitgewerkt worden. Enkele daarvan zijn de volgende.

  • Governance. De eisen aan medebestuur en zeggenschap vanuit een belanghebbendenorgaan worden niet verplicht gesteld voor de uitvoering van buitenlandse pensioenregelingen.
  • Financieel toetsingskader (ftk). De minister onderzoekt of het ftk onverkort kan worden toegepast op buitenlandse DB-regelingen of dat aanpassing nodig is. Reden is dat veel buitenlandse DB-regelingen een andere vorm van zekerheidstelling kennen, bijvoorbeeld in de vorm van een bijstortingsverplichting van de werkgever of deelname aan een garantiefonds. Wanneer een volledig ftk van toepassing zou zijn, zou dat leiden tot een bovenmatige en kostbare stapeling van zekerheden die het pensioenfonds weinig aantrekkelijk maakt voor de uitvoering van deze buitenlandse regelingen.
  • Domeinafbakening. De domeinafbakening zal volledig geschrapt worden. Iedere onderneming (uit Nederland of buitenland) moet zich kunnen aansluiten bij een pensioenfonds dat fungeert als een API. Dit heeft natuurlijk gevolgen heeft voor de afspraken over de taakafbakening tussen pensioenfondsen en verzekeraars. De minister kan zich overigens voorstellen dat verzekeraars evenals andere (markt)partijen ook zelf een API kunnen oprichten.
  • Productafbakening. De productafbakening wordt ruimer voor buitenlandse regelingen.

Deze onderwerpen zullen de komende periode in meer detail worden uitgewerkt.

Conclusie

Met een pensioenfonds dat langs bovengeschetste lijnen vorm kan worden gegeven, acht de minister de afzonderlijke introductie van een API niet langer noodzakelijk. Wij zijn natuurlijk verheugd dat er na vijf jaar eindelijk een mogelijkheid geboden gaat worden voor Nederland om een rol te spelen op de Europese (DB)-pensioenmarkt. Wij vragen ons echter af hoe de consequenties van deze voorstellen worden doorvertaald naar de taakafbakening tussen pensioenfondsen en verzekeraars, zodat sprake is van een gelijk speelveld voor alle pensioenuitvoerders.

 

Auteur: Erik Schouten
Bron:  Kamerbrief algemene pensioenstelling API