Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

De API gaat in de kast; het multipensioenfonds komt eruit

6 november 2013

Volgens staatssecretaris Klijnsma  is een grensoverschrijdende API op dit moment "niet opportuun". Zij wil wel een 'multipensioenfonds' mogelijk maken waar verschillende pensioenfondsen zich bij kunnen aansluiten. Weer een nieuwe uitvoerder van pensioenregelingen die in de plaats moet komen van de geflopte multi-OPF.

Geen grensoverschrijdende API

In een brief aan de Tweede Kamer constateert staatssecretaris Klijnsma dat het "nu niet opportuun is om invulling te geven aan een API die primair is gericht op grensoverschrijdende dienstverlening." Zij komt tot die conclusie door de blijkbaar terughoudende reacties op het consultatiedocument over de de API. Klijnsma kiest ervoor om deze oplossingrichting op dit moment niet verder uit te werken. Zij wil eerst de ontwikkelingen afwachten met betrekking tot in het Europese denken inzake de nieuwe Europese pensioenrichtlijn en over kapitaalseisen die geschikt zijn voor de uitvoering van een grote diversiteit aan pensioenregelingen uit verschillende landen. Klijnsma kondigt aan om dit jaar een brief aan de Tweede Kamer te sturen waarin zij nader in zal gaan op de voorwaarden waaronder buitenlandse DB-regelingen grensoverschrijdend kunnen worden uitgevoerd door een PPI.

Wel een multipensioenfonds

Om aan de wens van pensioenfondsen tegemoet te komen, maakte de wetgever in 2010 het multi-opf mogelijk. Van deze mogelijkheid wordt echter amper gebruik gemaakt. De staatssecretaris wil op korte termijn meer keuzemogelijkheden creëren voor pensioenfondsen die niet zelfstandig verder willen en kunnen gaan. En dan vooral de mogelijkheid bieden om de pensioenregeling bij een andere pensioenuitvoerder onder te brengen met behoud van hun eigen identiteit, solidariteit en de te verwachte resultaten voor de deelnemers. Hiervoor introduceert zij een nieuwe pensioenuitvoerder: het multipensioenfonds. Derde partijen, zoals uitvoeringsbedrijven en verzekeraars, kunnen een multipensioenfonds oprichten die bij aanvang nog 'leeg' is. Pensioenfondsen die wensen te liquideren kunnen zich vervolgens aansluiten bij een dergelijk multipensioenfonds.

Het betreffende pensioenfonds brengt dan de regeling onder bij een multipensioenfonds dat wordt bestuurd door onafhankelijke bestuurders. De belanghebbenden bij de regeling blijven via een belanghebbendenorgaan bevoegd over de eigen regeling. De oorspronkelijke identiteit en solidariteit van de regeling blijven daarmee intact. Dit is volgens de staatssecretaris een aanzienlijk voordeel ten opzichte van de huidige situatie.
Klijnsma wil het multipensioenfonds voor ondernemingspensioenfondsen en niet-verplichte bedrijfstakpensioenfondsen per 1 januari 2015 wettelijk mogelijk maken. Hiertoe stelt  zij dit jaar een voorontwerp van wet open voor internetconsultatie. Daarnaast beziet zij of dit ook een mogelijkheid biedt voor beroepspensioenfondsen.

Vooruitlopend op evaluatie PPI

De Wet introductie premiepensioeninstelling is op 1 januari 2011 in werking getreden. De toegezegde evaluatie vindt plaats in 2014. In de evaluatie van de ontwikkelingen van de PPI in nationaal en internationaal verband worden  informatie van marktpartijen en de ervaringen van de toezichthouders, werkgevers en werknemers die diensten van PPI's afnemen betrokken. De evaluatie wordt in het eerste kwartaal van 2014 afgerond.
Vooruitlopend op deze evaluatie staat Klijnsma in haar brief aan de Tweede Kamer stil bij de PPI. Het eerste beeld dat naar voren komt, is dat het realiseren van een betere prijs-kwaliteitverhouding voor de uitvoering van DC-regelingen, daadwerkelijk wordt bewerkstelligd. Dit was één van de beoogde doelen bij invoering van de PPI. De PPI blaast de markt voor de uitvoering van Nederlandse DC-regelingen nieuw leven in en zorgt ervoor dat producten van verzekeraars en PPI's naar elkaar toegroeien. De concurrentie is groot, de uitvoeringskosten zijn fors gedaald, de pensioenregelingen zijn transparanter geworden en van een hogere kwaliteit. Ook de communicatie in verband met de pensioenuitvoering is verbeterd. Er zou veel aandacht zijn voor de inrichting van life-cycles die worden aangeboden voor de beleggingen. De dienstverlening zou niet alleen beschikbaar zijn voor grote klanten, maar in toenemende mate ook voor het MKB.

Conclusie

Het komt niet als een verrassing dat de API niet wordt ingevoerd. Zie ons nieuwsbericht van 5 juli 2012. Wel is het jammer dat Nederland geen internationaal opererend pensioenfonds heeft dat DB-regelingen uitvoert. Aan de andere kant: als er wel een API zou zijn is het maar de vraag op welke termijn grensoverschrijdende pensioenregelingen uitgevoerd kunnen worden. Het lokale arbeids- en sociale recht en de lokale belastingwetgeving vormen een flink obstakel. Het is niet voor niets dat de PPI (en overigens ook pensioenverzekeraars) op dit moment alleen nog nationaal opereren.

De komst van het nieuwe multipensioenfonds was in ons nieuwsbericht van 5 juli ook al aangekondigd. Alleen was toen het uitgangspunt dat een pensioenfonds dat voor meerdere ondernemingen pensioenregelingen kan uitvoeren, zou kunnen voldoen aan de eisen die in 2007 voor een API werden geformuleerd. Het lijkt er nu op dat de kapstok van de API is komen te vervallen en dat alleen het multipensioenfonds voor de nationale pensioenmarkt overblijft. Wij vragen ons sterk af hoe de consequenties van dit voorstel worden doorvertaald naar de taakafbakening tussen pensioenfondsen en verzekeraars, zodat sprake blijft van een gelijk speelveld voor alle pensioenuitvoerders.

 

Auteur: Erik Schouten, adviseur Aegon Adfis
Bron: Brief Klijnsma aan de Tweede Kamer