Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

De Hoge Raad beslist dat de conserverende aanslag in strijd is met belastingverdragen

24 juni 2009

In vier zaken heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan over de emigratieheffing door Nederland over pensioenen en lijfrenten. De emigratieregeling is met ingang van 2001 ingevoerd in de Wet Inkomstenbelasting 2001.

Emigratieregeling

Deze regeling komt erop neer dat bij emigratie van een belastingplichtige, die in Nederland pensioenrechten en/of lijfrenterechten heeft opgebouwd, de (contante) waarde van de aanspraak tot het belastbare inkomen wordt gerekend. Belastingplichtige wordt geacht dit inkomen te hebben genoten op het moment dat onmiddellijk aan de emigratie voorafgaat. Er wordt voor de te heffen belasting een conserverende aanslag opgelegd. Als gevolg hiervan wordt belasting niet geïnd, maar moet pas betaald worden als het pensioen of de lijfrente binnen een periode van 10 jaar wordt afgekocht, of anderszins niet meer aan de Nederlandse fiscale voorwaarden voldoet.
De Nederlandse wetgever vond dit wenselijk omdat de fiscale claim verloren kan gaan als belastingplichtige in het buitenland gaat wonen. Nederland heeft namelijk met een groot aantal landen belastingverdragen gesloten. In de meeste van die verdragen is bepaald dat belasting over pensioen- en lijfrentetermijnen alleen mag worden geheven door het land waar de belastingplichtige woont. In een aantal verdragen geldt dit ook voor afkoopsommen.

Procedure

In de vier procedures was in geschil de vraag of de Nederlandse conserverende aanslag bij emigratie in strijd is met een dergelijk belastingverdrag. Drie zaken betroffen een emigratieheffing over pensioenaanspraken waarop de verdragen met Korea, Filippijnen en Frankrijk van toepassing zijn. De vierde zaak betrof een emigratieheffing over de afkoop van een lijfrenteaanspraak door een Belgisch ingezetene.

In eerste instantie hadden de Rechtbank Breda en het Hof Den Bosch de belastingplichtigen in het gelijk gesteld en de conserverende aanslagen vernietigd. Pensioenuitkeringen, lijfrenteuitkeringen en afkoopsommen zijn op basis van de verdragen met genoemde landen slechts belastbaar in de woonstaat van belastingplichtige. Door het opleggen van de conserverende aanslag bij emigratie handelt de inspecteur in strijd met de bepalingen van de Belastingverdragen en met de goede trouw die Nederland jegens de verdragslanden verschuldigd is.

Hoge Raad

De staatssecretaris heeft cassatie ingediend tegen de uitspraken van het hof. De Hoge Raad heeft beslist dat belastingheffing bij emigratie over opgebouwde aanspraken van de emigrant in strijd is met de belastingverdragen. De verdragen bepalen dat alle inkomsten die uit de pensioenaanspraak dan wel lijfrenteaanspraak voortvloeien uitsluitend belastbaar zijn in het woonland van belastingplichtige. Een fictiebepaling in de Nederlandse wet op grond waarvan de waarde van opgebouwde aanspraken alsnog in de Nederlandse heffing wordt betrokken op een moment voorafgaand aan de emigratie, is onder die omstandigheden in strijd met de goede trouw die bij de uitleg en toepassing van de belastingverdragen in acht moet worden genomen.

Wetsvoorstel

De staatssecretaris van Financiën heeft al aangekondigd dat hij voor het zomerreces een wetsvoorstel zal indienen. Dit wetsvoorstel moet voorkomen dat afkoop of andere verboden handelingen met in Nederland opgebouwde pensioen- of lijfrenteaanspraken kan plaatsvinden zonder dat Nederland het verleende belastinguitstel kan terugnemen.

Noot

De conserverende aanslag voor lijfrenten bestaat al sinds de Brede Herwaardering. Bij emigratie werd een conserverende aanslag opgelegd als de in aftrek gebracht premies meer bedroeg dan f 100.000. Bij deze conserverende aanslag werd de totale in het verleden genoten premie-aftrek teruggenomen en bij het belastbaar inkomen geteld.  
Er is sprake van strijd met de goede trouw die in acht moet worden genomen jegens de verdragspartner als Nederland door het invoeren van de conserverende aanslag eenzijdig de heffingsbevoegdheid naar zich toe heeft getrokken die op basis van het verdrag was toegewezen aan de verdragspartner. Dat is het geval indien het verdrag ook de heffing over afkoopsommen toewijst aan het woonland en deze bepaling al in het verdrag was opgenomen toen de conserverende aanslag werd ingevoerd.
 
We zijn erg benieuwd hoe het wetsvoorstel er uit gaat zien. De staatsecretaris is van mening dat de arresten van de Hoge Raad ruimte laten om de wet zodanig te wijzigen dat ook in de hiervoor bedoelde verdragssituaties nog steeds conserverende aanslagen kunnen worden opgelegd.

 

Bron: Hoge Raad 19 juni 2009, nrs 07.13267, 08.02288, 43.978 en 44.050.