Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

De weg kwijt voor €1 per jaar

27 januari 2015

Het Centraal Aanspreekpunt Pensioenen van de Belastingdienst(CAP) publiceerde op 23 januari een nieuwe Vraag & Antwoord. Daarin breidt het CAP de tabel met opbouwpercentages voor een pensioenregeling met een pensioenrichtleeftijd vóór 67 jaar uit met een pensioenleeftijd volgens de pensioenregeling van 66 11/12 jaar! De overheid lijkt de weg kwijt voor € 1 per jaar.

Opbouwpercentages bij pensioendata vóór 67 jaar

Sinds 1 januari 2015 is de jaarlijkse pensioenopbouwruimte beperkt tot ten hoogste 1,875% voor middelloonregelingen en ten hoogste 1,657% voor eindloonregelingen. Het uitgangspunt daarbij is een pensioenrichtleeftijd van 67 jaar. 

Voor pensioeningangsdata vóór 67 jaar publiceerde het CAP in de loop van 2014 (actuarieel herrekende) percentages. Aan die percentages voegde het CAP op 23 januari een extra percentage toe: een percentage voor de pensioenleeftijd van 66 11/12. 

In het overzicht hieronder zijn de vanaf 1 januari 2015 geldende maximale, herrekende opbouwpercentages opgenomen voor ouderdomspensioen ingaande op 67, 66 11/12, 66, 65, 64, 63, 62, 61 en 60 jaar. De opbouwpercentages voor ouderdomspensioen ingaande op 66 11/12 jaar zijn te gebruiken in de situatie dat de uitkeringen van het ouderdomspensioen ingaan op de eerste dag van de maand waarin de pensioengerechtigde 67 jaar wordt. Ook in die situatie mag het op te bouwen pensioen niet hoger zijn dan het op basis van algemeen aanvaarde actuariële grondslagen naar de lagere pensioenrichtleeftijd herrekende fiscaal maximale ouderdomspensioen ingaande op 67 jaar.

 

Pensioenleeftijd volgens pensioenregeling Maximaal opbouwpercentage ouderdomspensioen in een middelloonstelsel Maximaal opbouwpercentage ouderdomspensioen in een eindloonstelsel
67 1,875 1,657
66 11/12 1,863 1,646
66 1,739 1,536
65 1,616 1,428
64 1,504 1,329
63 1,403 1,240
62 1,311 1,158
61 1,226 1,084
60 1,149 1,015

 

Commentaar

De overheid lijkt de weg volledig kwijt te zijn voor € 1 per jaar. 

Volgens de letter van de wet heeft de overheid (het CAP) gelijk. Artikel 18a, zesde lid Wet LB 1964 gaat al jaren uit van een pensioeningangsdatum op de verjaardag. Tot 2014 was dat de 65ste verjaardag, vanaf 2014 de 67ste. De verdere beperking van het Witteveenkader per 1 januari 2015 brengt daarin geen verandering. Wat is de aanleiding om daarvan in 2015 een punt te maken?

Het CAP kreeg kennelijk de vraag over wat er nu moet gebeuren wanneer de pensioeningangsdatum niet precies op de verjaardag valt. Wat natuurlijk regelmatig voorkomt. Ook al vóór 2015. Bij pensioenverzekeraars is de pensioeningangsdatum doorgaans de 1e van de maand. Maar zijn er geen issues die belangrijker zijn dan dit? Waar hebben we het eigenlijk over? 

Het verschil tussen het opbouwpercentage voobij een pensioenleeftijd van 66 11/12 jaar ten opzichte van het opbouwpercentage bij 67 bedraagt bij een middelloonregeling 0,012% per jaar. Bij een modaal inkomen (pensioengrondslag van ongeveer € 22.000) bouwt iemand met een pensioeningangsdatum op de eerste van de maand jaarlijks € 2,64 minder pensioen op dan degene wiens pensioeningangsdatum precies ligt op zijn 67ste verjaardag. Dit leidt tot een belastingderving van gemiddeld maar liefst € 1 per jaar! Weegt dat op tegen de extra uitvoeringskosten die pensioenuitvoerders moeten maken om dit in hun administratie te implementeren? Uitvoeringskosten die ofwel leiden tot lagere pensioenen en dus lagere belastingopbrengsten in de toekomst, ofwel tot hogere premie en dus lagere loon- en vennootschapsbelastingopbrengsten in het heden. Is dat de bedoeling van de overheid? En tenslotte; het is helemaal niet nodig. Want de pensioenopbouw stopt ook op de eerste van de maand waarin desbetreffende deelnemers de pensioenleeftijd bereiken. Die deelnemers missen in het ergste geval 30 dagen opbouw! En dat compenseert de actuariële korting weliswaar niet in alle gevallen volledig maar wel in grote mate. En dan hebben we het nog maar niet over de schijn nauwkeurigheid. Het  actuarieel herrekende opbouwpercentage bij 66 11/12 is een gemiddelde. Als zij het echt nauwkeurig wil doen moet zij 31 kortingsfactoren maken. Van deze (schijn)nauwkeurigheid wordt niemand beter. De overheid niet en de deelnemer evenmin. 

 

Auteur:  Vera Hek, adviseur Aegon Adfis
Bron: Belastingdienstpensioensite, (Vraag & Antwoord 14-008, 23 januari 2015). 

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 27 januari 2015