Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

"De wet VPL is een gedrocht dat ons door de strot is geduwd"

3 januari 2012

Waar het tot voor enkele jaren gebruikelijk was dat het aantal wettelijke veranderingen in pensioenregelingen en -verzekeringen zich beperkte tot hooguit enkele per jaar, worden 2005 en 2006 gekenmerkt door een groot aantal wettelijke veranderingen dat van invloed is op het pensioen. Bijvoorbeeld de Wet aanpassing fiscale behandeling VUT/prepensioen en introductie levensloopregeling (Wet VPL).

Aan het woord is de heer Henk Prij, bestuurslid Stichting Pensioenfonds NCH/NCD Groep. De heer Prij vindt dat de gedachtegang achter de introductie van de levensloopregeling sympathiek oogt; het idee dat een persoon zelf vanaf studie tot pensioen invulling kan geven aan vrije tijd enerzijds en het werkende leven anderzijds spreekt hem wel aan. “Maar de praktische uitvoering maakt deze wet voor alle partijen dramatisch”, aldus de heer Prij. “Het feit dat nog minder dan een half jaar voor de beoogde ingangsdatum nog niet of nauwelijks detailinformatie bekend is over de administratieve processen is veelzeggend en zeer verontrustend."

"Naast de administratieve uitvoering van de levensloopregeling wordt de werkgever voor wat betreft het personeelsbeleid in een bijzonder lastige situatie gemanoeuvreerd. Waar een werknemer met voldoende saldo vrij zou willen nemen, kan de werkgever in een drukke periode de werknemer niet missen voor lange tijd." Volgens de heer Prij heeft de werkgever in principe het recht (extra) verlof te weigeren. Deze weigering zal bij de werknemer veelal leiden tot onbegrip. Immers de werknemer verkrijgt recht op het verlof-saldo, meent de heer Prij.

“Bovendien zijn talloze bedrijven seizoensgevoelig waarbij het meeste werk in de lente en zomer valt; ook de periode waarin de meeste werknemers vrij zouden willen nemen. Als werkgever moet je er toch niet aan denken dat in een dergelijke piekperiode een werknemer extra verlof, nota bene mede verkregen door waardeoverdracht, wil opnemen.”

“De levensloopregeling kan ook worden gebruikt voor verlof direct voorafgaande aan de pensioendatum; ook dit oogt sympathiek." De heer Prij wijst echter op het gevaar dat een werknemer de luxe van het tegoed aan verlof niet kan weerstaan en al heeft opgenomen voordat dit saldo kan worden aangewend voor vroegtijdig stoppen met werken.

“Als wij ons willen realiseren dat in de huidige Vut- en vroegpensioenregelingen ook veel mensen zitten die zowel geestelijk als lichamelijk eraan toe waren om te stoppen met werken, krijgen we in de toekomst een categorie oudere medewerkers die toch door moeten werken, of het lichaam nu nog wil of niet."

De heer Prij begrijpt niet dat er door het kabinet gekozen is voor een arbeidsintensief individueel product met alle kosten van dien; zeker in deze tijden waarin we allen moeten bezuinigen, is het absurd dat het collectieve voordeel niet gerealiseerd wordt. Prij begrijpt evenmin waarom een eventuele werkgeversbijdrage in de levensloopregeling ook zou moeten gelden voor werknemers die niet aan de regeling mee willen doen. “Levensloop wordt, zolang de werknemer de keuze voor de uitvoerder zelf mag bepalen, de meest ultieme vorm van administratieve werkverschaffing. Immers de werkgever krijgt te maken met verschillende uitvoerders en tegelijkertijd krijgen uitvoerders te maken met veel individuele relaties. Waar deze momenteel al met vele wettelijke wijzigingen te maken hebben, wordt de pensioenmarkt gedwongen zich commercieel met levensloop bezig te houden”, zegt de heer Prij.

Op de vraag hoe de heer Prij vindt dat Aegon ondersteuning biedt bij deze wijzigingen op het gebied van de wijzigende wetgeving zegt de heer Prij: “Aegon doet het prima. Het seminar ‘Wijzigende wetgeving, de impact op uw pensioenregeling’ van afgelopen maart voor de groot zakelijke markt was uitstekend georganiseerd. Ook het analyseren van de pensioenregeling op alle wetgeving met alle consequenties daarvan verloopt gestroomlijnd." Maar nog steeds vindt de heer Prij dat het voor pensioenuitvoerders bijna onmogelijk wordt alle wetswijzigingen in zo’n korte tijd door te voeren.