Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Dotatie aan pensioenvoorziening voor huisarts niet mogelijk

6 februari 2009

Een huisarts (A) is directeur/aandeelhouder van B BV. B BV bezit alle aandelen in Huisartsen BV en in Apotheek BV. A verricht namens B BV werkzaamheden voor Apotheek BV. Hiervoor wordt door B BV aan Apotheek BV een managementvergoeding in rekening gebracht. Daarnaast verricht A ook nog werkzaamheden voor Y.

B BV zegt aan A een pensioen toe dat in eigen beheer wordt gehouden. In de pensioenbrief is opgenomen dat het ouderdomspensioen wordt bepaald op basis van salaris en dienstijd door jaarlijks de pensioengrondslag te vermenigvuldigen met een opbouwpercentage. Op het aldus berekende ouderdomspensioen wordt in mindering gebracht het pensioen dat uit hoofde van de verplichte regeling voor huisartsen elders wordt opgebouwd.

In het jaar 2001 bedroeg het feitelijke salaris van A in B BV € 37.412,- en in 2002 € 70.000,-. In die jaren is door B BV aan de Stichting Pensioenfonds voor Huisartsen (SPH) een premie voldaan van respectievelijk € 16.471,- en € 19.299,-.

De inspecteur weigerde in 2001 en 2002 de toevoeging aan de eigen beheersreserve van B BV omdat in de desbetreffende jaren bij SPH hogere pensioenaanspraken werden opgebouwd dan op basis van opbouwpercentage en salaris kon worden opgebouwd in eigen beheer. Op basis van de inhoud van de pensioenbrief stelde het Hof de inspecteur in het gelijk. Er mocht dus geen dotatie aan de pensioenreserve in B BV worden gedaan.

Noot

De premie betaald aan SPH staat niet in verhouding tot het door A genoten salaris in B BV. Kennelijk werd deze premie gerelateerd aan de (hogere) praktijkomzet. Bij SPH wordt per deelnamejaar een vast bedrag aan pensioenaanspraken opgebouwd. In dit geval was dit vaste bedrag hoger dan de opbouw op basis van salaris in de BV.

 

Bron: Hof Arnhem 3 februari 2009, nr. 07/00585.