Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Is een korting groot leeftijdsverschil discriminatie?

3 februari 2014

Mag een pensioenfonds minder nabestaandenpensioen geven wanneer het leeftijdsverschil tussen de deelnemer en zijn partner groter is dan 10 jaar? Of is dit discriminatie? Hierover boog de rechtbank Den Haag zich.

De casus

In mei 1983 trouwt een baggeraar (hij is dan 52 jaar) met een 23 jaar jongere vrouw. De baggeraar (X) neemt deel aan de pensioenregeling bij de Stichting bedrijfstakpensioenfonds Waterbouw.

In het reglement van het pensioenfonds staat het volgende:

"Artikel 6, lid 2: Indien een (gewezen) deelnemer of gepensioneerde deelnemer een partnerrelatie aangaat met een partner, die meer dan 10 jaar jonger is dan hijzelf, wordt het partnerpensioen verminderd met 3% van het oorspronkelijke bedrag voor elk jaar, dat de partner meer dan 10 jaar jonger is dan de deelnemer, gewezen deelnemer of gepensioneerde deelnemer. "

Op 10 november 2010 dient X een klacht in bij de commissie gelijke behandeling (CGB) over het toepassen van de kortingsregeling door het pensioenfonds. Hij vindt dat sprake is van ongelijke behandeling op grond van geslacht, omdat er (veel) meer mannen zijn met jongere vrouwen, dan vrouwen met jongere mannen.

Het pensioenfonds schrijft de CGB hierover:

"Met de kortingsregeling wordt de solidariteit begrensd als sprake is van een leeftijdsverschil van groter dan 10 jaar tussen de deelnemer en zijn/haar partner. Deze begrenzing werd en wordt door het BPF Waterbouw en de sociale partners in de sector Waterbouw nodig geacht om het noodzakelijke draagvlak voor de collectieve pensioenregeling te behouden."

De CGB oordeelde in 2012 dat het pensioenfonds in de pensioenregeling verboden onderscheid maakt op grond van geslacht en bij de arbeidsvoorwaarden op grond van leeftijd.

Het pensioenfonds liet X hierop weten dat zij geen maatregelen zou treffen naar aanleiding van de uitspraak van de CGB. X en zijn partner zijn het hiermee niet eens en stapten naar de rechter.

Rechtbank Den Haag: geen ongeoorloofde ongelijke behandeling

X vraagt de rechtbank het pensioenfonds te verplichten om artikel 6 lid 2 van het pensioenreglement buiten beschouwing te laten. En het recht op nabestaandenpensioen vast te stellen zonder toepassing van de korting op grond van leeftijd van de partner. X is van mening dat het pensioenfonds door het toepassen van de kortingsregeling discrimineert. Volgens X handelt het fonds  hiermee in strijd met de Wet gelijke behandeling mannen en vrouwen (WGB) omdat vrijwel uitsluitend mannen worden getroffen door de kortingsregeling.

De rechtbank stelt vast dat er geen discussie is over het doel van de kortingsregeling: het begrenzen van de solidariteit. In tegenstelling tot de CGB stelt de rechtbank vast dat er van direct onderscheid geen sprake is. De regeling geldt zowel voor mannen en vrouwen en ongeacht de leeftijd van de deelnemer, aldus de rechtbank.

De rechtbank buigt zich vervolgens over de vraag of er sprake is van indirect onderscheid en zo ja, of het pensioenfonds een objectieve rechtvaardigingsgrond heeft voor dit onderscheid. Volgens de rechtbank was er sprake van indirect onderscheid naar geslacht. Vast stond dat binnen het deelnemersbestand van het pensioenfonds meer mannen dan vrouwen zijn met een partner die meer dan 10 jaar jonger is. Dit had de CGB eerder ook vastgesteld. Maar dit onderscheid levert niet zonder meer strijd op met de WGB. Daarvoor moet beoordeeld worden of kortingsregeling van het pensioenfonds gerechtvaardigd en niet discriminerend is, geschikt en noodzakelijk is om het doel (begrenzen van de solidariteit) te bereiken.

De rechtbank besliste dat de kortingsregeling niet in strijd is met de WB.

Commentaar

De vraag of een korting wegens groot leeftijdsverschil niet toegestane gelijke behandeling oplevert, is diverse keren aan de orde geweest. De CGB (inmiddels College voor de rechten van de mens) oordeelt vrij consequent dat er sprake is van discriminatie als er in het bestand significant meer mannen met jongere vrouwen zitten dan vrouwen met jongere mannen. De rechtbank komt aan deze vraag niet toe. Het stelt dat het begrenzen van de solidariteit op zich een gerechtvaardigd doel is.
De vraag die nog beantwoord moet worden, is of de regeling zoals die is getroffen om de solidariteit te begrenzen noodzakelijk is. De kortingsregeling bespaart het fonds € 100.000 per jaar (op een totale jaarpremie van € 25 miljoen) en zorgt er voor dat de pensioenvoorziening € 1,5 miljoen lager kan zijn dan zonder de regeling. De rechtbank oordeelt dat hierdoor geen sprake is van een 'gering effect' op de totale pensioenlasten, zoals X had gesteld. Omdat het onevenredige voordeel tussen X en zijn partner  op redelijke en evenwichtige wijze ten laste komt van hen beiden is de kortingsregeling volgens de rechtbank toegestaan.

Zoals bij elke vraag waarbij de mate van solidariteit aan de orde is, is het een weging van alle aspecten en argumenten. Solidariteit is een groot goed, maar kent zijn grenzen. De rechtbank Den Haag trekt de grens - net zo als eerder het Hof Amsterdam in zijn uitspraak van 31 augustus 2006 (ECLI:NL:GHAMS:2006:AZ0535) - in dit geval bij tien jaar. Daarmee is echter niet gezegd dat dit in andere gevallen ook zo zal zijn. De feitelijke omstandigheden spelen een belangrijke rol.

 

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis
Bron: Rechtbank Den Haag, 23 januari 2014, rolnr. 1184759RL EXPL 12-18290