Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Eerste Kamer erg kritisch over wetsvoorstellen pensioen

4 september 2013

Op 2 september verstuurden de fracties uit de Eerste Kamer vragen over de twee pensioenwetsvoorstellen aan de regering. Hieruit blijkt dat de oppositiepartijen zeer kritisch zijn. Het is maar de vraag of de Eerste Kamer de wetsvoorstellen aanneemt. 

Achtergrond

Een belangrijk deel van de bezuinigingen probeert het kabinet te realiseren door het fiscale kader van pensioen in te perken. In het wetsvoorstel Wet verlaging maximumopbouw- en premiepercentages pensioen en maximering pensioengevend inkomen stelt zij voor om het maximale opbouwpercentage te verlagen en het pensioengevend inkomen te maximeren. Tegelijkertijd diende de regering het wetsvoorstel Wet pensioenaanvullingsregelingen in dat de voorgestelde beperkingen enigszins compenseert door een vrijstelling in box 3. Deze vrijstelling kunnen belastingplichtigen gebruiken voor pensioensparen boven het fiscale kader in de loonbelasting. De Tweede Kamer nam beide wetsvoorstellen aan (overigens stemden alleen de regeringspartijen voor). Kijk hier voor meer informatie over deze wetsvoorstellen. De wetsvoorstellen liggen nu bij de Eerste Kamer ter behandeling. De Eerste Kamercommissie voor Financiën heeft op 3 september 2013 het voorlopig verslag over beide wetsvoorstellen uitgebracht met vragen die de fracties hebben. Hieronder enkele fragmenten uit deze verslagen.

Voorlopig verslag Wet pensioenaanvullingsregelingen

  • De VVD vraag zich af of de regering inzicht heeft in de bereidheid van uitvoerders om de netto pensioen- en lijfrente excedent regelingen aan te bieden, gelet op de kosten waarmee uitvoerders zullen worden geconfronteerd? En doet een alternatief voorstel: stel fiscaal bovenmatige pensioenen geheel vrij van de bezittingen in box 3. Een dergelijke regeling, die uitgaat boven het maximale fiscale opbouwpercentage of de fiscale aftoppingsgrens, is niet afkoopbaar. Het lijkt volgens de VVD dan waarschijnlijk dat de deelnemer niet meer fiscaal bovenmatig pensioen in box 3 zal opbouwen dan hij noodzakelijk acht. Het is dan ook niet nodig om de box 3 aanspraak te renseigneren en zou de uitvoering beduidend eenvoudiger zijn voor pensioenuitvoerders en de Belastingdienst.
  • De PvdA vindt de regeling zeer complex, ineffectief en onevenwichtig in zijn uitwerking.

Het CDA wil graag weten waarom de regering het wetsvoorstel heeft ingediend terwijl de Raad van State een uitgesproken negatieve advies uit heeft gebracht. Een van de punten van fundamentele kritiek op dit voorstel vanuit de praktijk zijn de als disproportioneel gekwalificeerde uitvoeringskosten. Het CDA vraagt de regering inzicht te geven in haar meest recente inschatting van de uitvoeringskosten en opbrengsten van het voorstel.

In iets andere bewoordingen vragen andere fracties de regering hetzelfde. Dat komt overeen met het commentaar dat wij en vele andere partijen al eerder gaven op het wetsvoorstel. De Raad van State, De Nederlandse Bank, de Autoriteit Financiële Markten en vele pensioenspecialisten delen onze mening dat dit wetsvoorstel beter in de prullenbak had kunnen verdwijnen. Het levert een pensioendeelnemer nagenoeg niets op en betekent enorm veel uitvoeringsproblemen.

Voorlopig verslag Wet verlaging maximumopbouw- en premiepercentages pensioen en maximering pensioengevend inkomen
Veel Senaatsfracties stellen vergelijkbare vragen. Enkele veel terugkerende vragen zijn de volgende.

  • De afzonderlijke behandeling van de aanpassing van het fiscale kader voor pensioenopbouw roept de vraag op hoe dit past in een samenhangende toekomstvisie op het pensioenstelsel. Voor werknemers en werkgevers is de ingewikkelde pensioenproblematiek moeilijk te doorgronden. De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft een discussie over het stelsel gepland in het najaar. Maakt de toekomstbestendigheid van het fiscale kader ook onderdeel uit van deze visievorming over het pensioenstelsel?
  • De bezuinigingsdoelstellingen van dit wetsvoorstel hangen samen met de veronderstelde verlaging van de daadwerkelijke inleg van premies. Pensioenfondsen kunnen de vrijgevallen premieruimte echter ook benutten voor het verbeteren van hun financiële positie. Uit signalen van de pensioensector en sociale partners blijkt dat zij niet verwachten dat de daadwerkelijke premies zullen worden verlaagd. Welk effect heeft het (gedeeltelijk) uitblijven van daadwerkelijke verlagingen van premies op de bezuinigingsdoelstelling?
  • Kan de regering inzicht geven in de koppeling tussen de verlaging van de opbouwpercentages in dit wetsvoorstel en de vastgestelde verhoging van de AOW-leeftijd tot 67 jaar? Verwacht de regering in de toekomst nog verdere aanpassingen aan het Witteveenkader?
  • Kan de regering cijfermatig inzicht geven in de nivelleringseffecten van de aftopping van het pensioengevend inkomen op €100.000? Kan de regering inzicht geven in de omvang van de groep die wordt geraakt door deze aftopping en de effecten die de aftopping heeft op de pensioenopbouw voor deze groep?

Tijdens de Tweede Kamerbehandeling van dit wetsvoorstel zijn vragen gesteld over de opbouw van partnerpensioen. Recentelijk is een column verschenen in VVP met betrekking tot de verwarring die is ontstaan over het verschil tussen de aanspraak op en de financiering van het partnerpensioen (door Herman Kappelle; column kunt u hier vinden). De VVD verzoekt de regering te reageren op de stellingname van de auteur en de veronderstelde verwarring te verhelderen.
De VVD wijst verder op een onlogische onderbouwing van de voorgestelde mogelijkheid om een fiscaal bovenmatig pensioen af te kopen. “In hoeverre acht de regering het zinvol en efficiënt dat eerst sprake is van een bovenmatige pensioenaanspraak, terwijl de gerechtigde deze aanspraak vervolgens zou moeten afkopen om de belastingheffing over deze aanspraak te voldoen?” Een terechte vraag; als iemand geen andere middelen heeft om de belastingheffing over zijn bovenmatige pensioenaanspraak te voldoen, is het beter om er voor te zorgen dat zijn pensioen niet bovenmatig wordt! Pensioen dient voor de verzorging van de oudedag. En de oudedag houdt op als je dood gaat. Pensioen hoort dus levenslang en niet afkoopbaar te zijn.

Het CDA vraagt of de regering haar mening deelt dat het geld dat door deze regering extra wordt opgehaald, ten koste gaat van belastinginkomsten die regeringen in de toekomst kunnen realiseren? Hoe hoog zijn dan die gederfde toekomstige belastinginkomsten?

Conclusie

De fracties uit de Eerste Kamer stelden veel en kritische vragen aan het kabinet over de beide wetsvoorstellen. Uit de media komt het beeld naar voren dat de oppositiepartijen niet staan te springen om beide wetsvoorstellen aan te nemen. Aangezien het kabinet een minderheid heeft in de Eerste Kamer, heeft zij hulp van de oppositie nodig. Wij zijn benieuwd of dit gaat lukken. De voortekenen zijn niet al te gunstig.

 

Auteur:  Erik Schouten, adviseur Aegon Adfis

 

Bronnen:

  • Eerste Kamer, Voorlopig verslag van de Vaste Commissie voor Financiën, 33 672 Invoering van pensioen- en lijfrente-excedentregelingen (Wet pensioenaanvullingsregelingen)
  • Eerste Kamer, Voorlopig verslag van de Vaste Commissie voor Financiën, 33 610 Wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001, de Wet op de loonbelasting 1964, de Pensioenwet, de Wet verplichte beroepspensioenregeling en de Invoerings- en aanpassingswet Pensioenwet in verband met de aanpassing van het fiscale kader voor oudedagsvoorzieningen (Wet verlaging maximumopbouw- en premiepercentages pensioen en maximering pensioengevend inkomen)