Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Eerste rechtszaak over AOW-ingangsdatum gevoerd en verloren

25 april 2013

De eerste rechtszaak over de wijziging van de AOW-ingangsdatum is gevoerd. De rechter deed uitspraak of het verschuiven van de AOW- ingangsdatum in strijd is met Europees verdrag voor de rechten van de mens.

Wat is ook al weer gewijzigd?

Tot 1 april 2012 ontving iemand een eerste AOW-uitkering op de eerste van de maand waarin hij of zij 65 werd. Vanaf 1 april is gaat de AOW in op de geboortedatum. Deze wijziging stond centraal is een procedure voor de Rechtbank Zeeland-West Brabant.

Procedure

Vereenvoudigd weergegeven ging de procedure over het volgende. De eiser, meneer X, is geboren op 29 april 1947. Het UWV deelde op 1 maart 2012 mee dat door een wijziging van de AOWwetgeving de ingangsdatum van de AOW van X verandert. Zijn AOW gaat in op 29 april 2012, de dag waarop hij 65 jaar wordt. X voerde in de procedure aan dat de Wet wijziging ingangsdatum AOW-ouderdomspensioen in strijd is met artikel 1 van het Eerste Protocol bij het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Dit artikel bepaalt dat de staat de burger moet beschermen tegen eigendomsinbreuk door een andere burger of rechtspersoon. Volgens X is er sprake van inbreuk op een eigendomsrecht. En ook is er sprake van een ongerechtvaardigde ontneming van een eigendomsrecht.

Overwegingen van de rechtbank

Het EVRM verstaat onder ‘eigendom’ niet alleen bestaande bezittingen maar ook vermogensbestanddelen. Met inbegrip van aanspraken waarvan de betrokkene kan onderbouwen dat hij tenminste een gerechtvaardigde verwachting heeft dat die zullen worden gerealiseerd.

De rechtbank stelt vast dat X voorafgaande aan 1 april 2012 geen recht had op een AOW-pensioen. Er is dus geen sprake van een ontneming van een bestaand recht.

Voor zover sprake is van de ontneming van een aanspraak waarvan de verwachting gerechtvaardigd is dat die gerealiseerd zal worden, vindt de rechtbank die eigendomsontneming gerechtvaardigd. De Wet wijziging ingangsdatum AOW-ouderdomspensioen (de Wet) betreft een wet in formele zin, zodat in de inbreuk bij wet is voorzien. De wetgever koos ervoor dat het onderscheid tussen het ontstaan van het recht op AOW-ouderdomspensioen (ten tijde van belang bij het bereiken van de leeftijd van 65 jaar) en het ingaan van het AOW-ouderdomspensioen (tot 1 april 2012 op de eerste dag van de maand waarin de belanghebbende de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt) verdwijnt. Met de maatregel wordt volgens de wetgever een bijdrage geleverd aan de doelstelling van het kabinet om de overheidsfinanciën weer gezond te maken. Naar het oordeel van de rechtbank voldoet deze motivering van de wetgever aan de vereisten die in een rechtstaat mogen worden gesteld aan de motivering van een wet, zodat kan worden gesteld dat de Wet een legitieme doelstelling in het algemeen belang nastreeft. Gelet op de beweegredenen van de wetgever en de ruime beoordelingsmarge die de Staat hierin heeft, is de rechtbank van oordeel dat niet staande kan worden gehouden dat aan de Wet een onevenwichtige afweging ten grondslag ligt tussen de gediende gemeenschapsbelangen en het ingeroepen fundamentele recht.

De rechtbank concludeert dat het beroep van  X op artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM niet slaagt.

Commentaar

De wijzing van de ingangsdatum van de AOW houdt de gemoederen flink bezig. Dit nieuwsbericht beschrijft een specifieke procedure maar er zullen er nog wel meer volgen. En dan niet alleen over de wijziging van de ingangsdatum van de eerste van de maand naar de verjaardag maar zeker ook over het opschuiven van de AOW-leeftijd. Hiervoor is zelfs een stichting opgericht: de Stichting belangen gedupeerden AOW-gat. Deze stichting kondigde aan dat zij namens gedupeerden de Staat wil dagvaarden.
De uitspraak in deze zaak zorgt ervoor dat de uitkomst er voor de eisers in andere zaken er niet rooskleurig uitziet.

 

Auteur: Erik Schouten, adviseur AEGON Adfis

Bron: Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Nr: 12/1384, LJ-Nummer: BZ1292, 14 februari 2013