Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Er zijn slechts twee dingen zeker in het leven: dood en… belastingen!

8 mei 2014

Een vergoeding voor te derven inkomsten werd op verzoek van de gerechtigde gestort op de rekening van een stichting. Ontloopt hij hierdoor het betalen van belasting? Nee, natuurlijk niet!

Situatie

Een man claimde bij Y een schadevergoeding. Y beloofde hem eerder een vennootschap op te richten waar de man in dienst zou treden. Die belofte kwam Y niet na. De rechtbank Den Haag oordeelde in 2002 dat Y aansprakelijk is voor de door de man geleden schade. Want Y had bij de man het vertrouwen gewekt dat hij in dienst kon treden bij de door Y op te richten vennootschap. Y en de man komen tot een regeling die inhoudt dat Y een bedrag van € 250.000 betaalt.
De man vraagt Y deze vergoeding te storten op de bankrekening van een stichting waarvan hij en zijn dochter enig bestuurder zijn. Y stort dit bedrag op 28 april 2005 op de rekening van de stichting.

In 2008 stelt de belastinginspecteur boekenonderzoek in bij de man. De inspecteur ondekt hierbij de storting van de € 250.000 op de rekening van de stichting. Hij legt de man een navorderingsaanslag inkomstenbelasting op voor het jaar 2005. Volgens de inspecteur is de schadevergoeding een vervanging van gederfd of te derven loon en is dit bedrag belast bij de man. De man is het hier niet mee eens. Volgens hem was het bedrag niet door hem ontvangen.

Rechtbank Noord Nederland

De rechtbank stelt de inspecteur in het gelijk. De man moet belasting betalen over de vergoeding. De rechtbank is van mening dat de betaling van € 250.000 betrekking heeft op derving van loon van de man dat hij zou hebben genoten wanneer de vennootschap wel tot stand was gekomen. Dit brengt mee dat de uitbetaling moet worden gerekend tot het belastbaar loon van de man.

De man voerde nog aan dat het uitbetaalde bedrag niet voor hem bestemd was. Volgens de rechtbank maakte de man dat niet aannemelijk. Dat Y dit bedrag op verzoek van de man stortte op de rekening van de stichting maakt het oordeel niet anders. De rechtbank wees de man hierbij erop dat een bedrag als "ontvangen" kan gelden als het bedrag op verzoek van de belastingplichtige wordt overgemaakt op rekening van een derde.

Commentaar

De uitspraak verbaast ons niet. Een loonbestanddeel over laten maken op een rekening van een ander zorgt er niet voor dat je daar geen belasting over hoeft te betalen.
Steeds weer wordt geprobeerd om belastingheffing te ontgaan of te verdelen over verschillende personen. Dat gaat niet zo eenvoudig. Dit jaar beschreven wij al twee uitspraken waarin dit  niet lukte.

In ons bericht van 26 maart 2014 schreven wij over een zaak waarin een man de belastingheffing over zijn pensioenuitkering wilde verdelen tussen hemzelf en zijn vrouw. Daarin ging de Hoge Raad niet mee. Zij was met het Hof Amsterdam eens dat het pensioen in die zaak voortvloeide uit de dienstbetrekking van de man en dat de uitkeringen daarom moesten worden aangemerkt als loon uit de dienstbetrekking van de man en niet van zijn echtgenote.

In ons bericht van 15 april 2014 vond een wees het onterecht dat zijn wezenpensioen bij hem belast werd terwijl zijn moeder het wezenpensioen ontving. De wet is hierin duidelijk: het wezenpensioen is belast bij de pensioengerechtigde, de wees. Slechts bepaalde - in de wet limitatief opgesomde - inkomsten van minderjarige kinderen worden toegerekend aan de ouder die het gezag heeft. De wezenpensioenuitkering valt niet onder die limitatief opgesomde inkomsten.

Benjamin Franklin schreef al in 1789 in een brief dat in deze wereld niets zeker is behalve de dood en belastingen. Dat is 225 jaar later nog steeds het geval!

 

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis
Bron: Rechtbank Noord Nederland, nr. 11/1088, 14 januari 2014; gepubliceerd op 30 april 2014