Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Europese Raad stemt in met Portabilityrichtlijn

4 juli 2013

De Europese Raad stemde vorige maand in met de Pension Portability Directive. Dit is de richtlijn ter verbetering van de meeneembaarheid van aanvullende pensioenrechten. Dat gebeurde acht jaar nadat de Europese Commissie voor het eerst voorstellen op dit gebied publiceerde. Met de meeneembaarheid van pensioenrechten heeft deze richtlijn echter niet zoveel te maken. De conceptrichtlijn is overigens nog niet definitief. Eerst is het Europees Parlement aan de beurt.

Inhoud oude richtlijn

Voor werknemers die in een andere lidstaat gaan werken was het vrijwel onmogelijk om pensioenrechten mee te nemen. Volgens de EC belemmerde dit de arbeidsmobiliteit van werknemers in hoge mate. Daarom publiceerde de Europese Commissie (EC) acht jaar geleden de conceptrichtlijn. Met als doel: het verbeteren van de arbeidsmobiliteit tussen de lidstaten. De lidstaten konden echter geen overeenstemming bereiken over de inhoud van de voorgestelde richtlijn. Nederland kon zich bijvoorbeeld niet vinden in de bepalingen over de overdraagbaarheid van pensioenrechten. De richtlijn moest worden aangepast en deze bepalingen werden geschrapt. De bepalingen die overbleven, richtten zich met name op de verwerving van pensioenrechten en het behoud van slapende pensioenrechten.

Geen regels voor overdraagbaarheid van pensioenen

Het doel van de conceptrichtlijn is nog steeds het verbeteren van de arbeidsmobiliteit tussen lidstaten. De EC kiest er nu voor om geen regels in de richtlijn op te nemen voor de mogelijkheid om pensioenrechten mee te nemen. De conceptrichtlijn richt zich nu op de verwerving van pensioenrechten en het behoud van slapende pensioenrechten van werknemers die in een andere lidstaat gaan werken. 

Verwerven van pensioenrechten

Voor wat betreft het verwerven van pensioenrechten regelt de conceptrichtlijn het volgende.

Wanneer er sprake is van wachttijden (minimale diensttijd voordat deelname aan een pensioenregeling mogelijk is) of verwervingsperioden (minimale deelnameduur aan de pensioenregeling om pensioenrechten te kunnen verwerven), mag de gecombineerde duur niet langer zijn dan drie jaar.
Een toetredingsleeftijd mag niet hoger zijn dan 21 jaar.
Wanneer een werknemer nog geen pensioenrechten heeft verworven op het moment van beëindiging van de dienstbetrekking, moet het totale bedrag dat door of ten behoeve van hem is betaald, terugbetaald worden (voor DB regelingen). Voor DC regelingen moet de waarde op dat moment uitgekeerd worden.
Deze regels zijn alleen van toepassing een werknemer die binnen twee jaar na beëindiging van de dienstbetrekking in een andere lidstaat gaat werken. De conceptrichtlijn roept de lidstaten overigens op om de voorgestelde minimum regels ook van toepassing te laten worden op werknemers die van baan wisselen binnen de lidstaat. De zogenoemde outgoing worker

Behoud van slapende pensioenrechten

In de conceptrichtlijn is een bepaling opgenomen die een redelijke aanpassing van slapende pensioenrechten van outgoing workers voorschrijft. Deze moet voorkomen dat een vertrekkende werknemer benadeeld wordt ten opzichte van de werknemer die actieve deelnemer in de pensioenregeling blijft. Dit zou kunnen door een aanpassing van de slapende rechten op basis van bijvoorbeeld de inflatie, de aanpassing van salarissen of van lopende pensioenuitkeringen.

Informatieverplichtingen

In de Pensioenfondsenrichtlijn zijn bepalingen opgenomen met betrekking tot het verstrekken van inlichtingen aan deelnemers en pensioengerechtigden. De conceptrichtlijn breidt deze informatieverplichting uit. De richtlijn schrijft voor dat de pensioenuitvoerder aan iedere (potentieel) vertrekkende werknemer informatie moet verstrekken over de consequenties voor zijn aanvullend pensioen van het beëindigen van zijn arbeidsverhouding.  Daarnaast schrijft de richtlijn voor dat werknemers die daarom verzoeken, binnen een redelijke termijn voldoende inlichtingen ontvangen over:

  • de voorwaarden voor het verwerven van aanvullende pensioenrechten en de gevolgen van de toepassing van die voorwaarden bij beëindiging van de arbeidsverhouding;
  • de waarde van de opgebouwde pensioenrechten;
  • de voorwaarden voor behoud van de slapende pensioenrechten.

Conclusie

Ten opzichte van de oorspronkelijke conceptrichtlijn gaat de inhoud van de laatste conceptrichtlijn veel minder ver. Hoewel de titel anders doet vermoeden, zijn er geen bepalingen opgenomen die de werknemer het recht geeft om pensioenaanspraken mee te nemen wanneer hij in een andere lidstaat gaat werken. Een dergelijke bepaling is politiek niet houdbaar. Wat er over blijft is een conceptrichtlijn met een paar algemene bepalingen die alleen zien op werknemers die een andere baan gevonden hebben in een andere lidstaat. Ik vraag mij af of deze conceptrichtlijn ervoor gaat zorgen dat de arbeidsmobiliteit tussen lidstaten gaat toenemen.

Voor Nederland heeft de conceptrichtlijn geen gevolgen. De bepalingen in de Pensioenwet gaan verder dan de minimale bepalingen uit de conceptrichtlijn.

De conceptrichtlijn is nog niet definitief. Eerst is het Europees Parlement aan de beurt.

 

Auteur:  Erik Schouten, adviseur AEGON Adfis

Bron: 2005/0214 (COD)