Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Fiscale duidelijkheid over advieskosten bij verzekeringen

19 augustus 2013

Sinds 1 januari 2013 geldt het provisieverbod voor complexe verzekeringsproducten. Het blijkt dat in de uitvoeringspraktijk onduidelijkheden  bestaan over de fiscale gevolgen van dit verbod. Om die onduidelijkheden weg te nemen publiceerde de Kennisgroep Verzekeringsproducten standpunten over de fiscale gevolgen van die wetswijziging.

Financiële toezichtwetgeving gewijzigd

Met ingang van 2013 trad het verbod inwerking op het betalen van provisies aan adviseurs en bemiddelaars van onder meer complexe financiële producten. Dit zijn lijfrenteverzekeringen, lijfrentespaar- en beleggingsproducten, rechten op periodieke uitkeringen wegens arbeidsongeschiktheid, kapitaalverzekeringen en eigenwoningspaar- en beleggingsproducten. Voor producten die gesloten zijn vóór 2013 geldt een overgangsregeling. Daarvoor mag nog wel provisie worden betaald tot het tijdstip waarop de overeenkomst zodanig wordt gewijzigd dat daardoor een nieuwe overeenkomst met de klant tot stand komt.

"Directe aanbieders" van onder meer complexe financiële producten moeten vanaf 2013 advieskosten en distributiekosten die gericht zijn op het tot stand brengen van de overeenkomst, rechtstreeks in rekening brengen aan de klant. Advieskosten en distributiekosten mogen niet meer in de prijs van het product zijn verwerkt. Ook voor overeenkomsten die "directe aanbieders" sloten voor 2013 geldt een overgangsregeling.

Fiscale wetgeving

Tot 1 januari 2013 bepaalde de Wet op de inkomstenbelasting 2001 (wet IB) dat de rechtstreekse beloning van de tussenpersoon door de klant (fictief) onderdeel was van premie voor een verzekering (artikel 1.7b Wet IB). Daarmee werd een gelijke behandeling beoogd tussen de rechtstreekse beloning door de klant aan de tussenpersoon en de door de verzekeraar aan de tussenpersoon betaalde provisie. De provisie van de tussenpersoon vormde tot en met 2012 namelijk onderdeel van de lijfrentepremie en was daarmee als uitgave voor inkomensvoorziening aftrekbaar. Artikel 1.7b Wet IB is met ingang van 1 januari 2013 vervallen.
De invoering van het provisieverbod per 1 januari 2013 en het vervallen van artikel 1.7b Wet IB houdt in dat provisies geen onderdeel meer uitmaken van de premie of inleg voor een complex product. Alleen wanneer op grond van de overgangsregeling nog provisie aan een tussenpersoon wordt betaald, maakt de provisie nog wel deel uit van de premie. 
Gevolgen voor lijfrenten
Met ingang van 2013 is geen enkele (rechtstreekse) beloning aan een tussenpersoon door de klant nog aftrekbaar als lijfrentepremie of premie voor een recht op periodieke uitkeringen bij arbeidsongeschiktheid. Uitsluitend een provisie die met ingang van 2013 door een aanbieder wordt betaald aan een tussenpersoon in gevallen waarin dat op grond van overgangsregime nog is toegestaan, maakt de vergoeding nog onderdeel uit van de productprijs en is deze nog aftrekbaar.
Bij omzettingen van producten zijn provisies aan tussenpersonen met ingang van 1 januari 2013 eveneens verboden. Als een rechtstreekse beloning aan de tussenpersoon door de klant bij de omzetting van een product wordt onttrokken aan een omzettingskapitaal, is er fiscaal sprake van een gedeeltelijke afkoop van de lijfrente. Dat was ook vóór 2013 al het geval. Desbetreffende instelling moet dan over het bedrag van de onttrekking loonheffing inhouden tegen het vaste tarief van 52%. Ook is de klant dan op aangifte revisierente verschuldigd. 
Gevolgen voor kapitaalverzekering eigen woning, spaarrekening- of beleggingsrecht eigen woning (KEW, SEW of BEW)
Bij omzettingen van producten zijn provisies aan tussenpersonen met ingang van 1 januari 2013 eveneens verboden. Als een rechtstreekse beloning aan de tussenpersoon door de klant bij de omzetting van een product wordt onttrokken aan een omzettingskapitaal, is er fiscaal sprake van een gedeeltelijke afkoop. Als deze gedeeltelijke afkoop plaatsvindt voordat ten minste 15 jaren premies of inleg zijn voldaan, moet over de gehele waarde of tegoed worden afgerekend en gaat het product over naar box 3.

Zelfde regime geldt voor directe aanbieders

Advieskosten en/of distributiekosten die door een directe aanbieder rechtstreeks en afzonderlijk in rekening worden gebracht aan de klant, maken geen onderdeel meer uit van de productprijs. Deze wijziging brengt mee dat het bedrag van die advieskosten en distributiekosten niet meer is aan te merken als een fiscaal relevante premie of inleg of onderdeel daarvan. Dit geldt ongeacht hoe de advieskosten en distributiekosten worden gefactureerd en geïncasseerd (dus ook als de aanbieder deze kosten met de productprijs op één factuur opneemt en in één bedrag incasseert).

Commentaar

Een goede zaak dat de belastingdienst inspeelt op signalen uit de markt. Met het publiceren van deze standpunten maakt de kennisgroep verzekeringsproducten voor iedereen helder dat beloningskosten (ook fiscaal) geen deel uitmaken van een verzekeringspremie. En maakt zij duidelijk wat de fiscale consequenties (kunnen) zijn bij omzetting van verzekeringen die gesloten zijn vóór 2013. 
Voor de vrijstelling van de KEW, SEW of BEW geldt naast de voorwaarde dat ten minste 15 jaren premie of inleg is voldaan ook de voorwaarde dat de hoogste premie/ inleg niet meer mag zijn dan tien keer de laagste premie. Die bandbreedte voorwaarde kan problemen opleveren wanneer de hoogste premie meer dan 10x de laagste premie wordt doordat de rechtstreekse beloning niet langer meer onderdeel is van de (laagste) premie. Voor de uitzonderingssituaties waarin problemen ontstaan met de bandbreedte zal de Staatssecretaris beleid formuleren, aldus de Kennisgroep.

 

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis
Bron: standpunten kennisgroep verzekeringsproducten over advies en distributiekosten van 12 augustus 2013