Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Gedeeltelijk uitkering stamrecht leidt tot volledige afkoop

17 november 2014

De Hoge Raad oordeelde dat een werknemer een ontslagstamrecht kan bedingen  van een BV in oprichting. Maar de belastingplichtige moest toch belasting betalen over het hele stamrecht omdat een gedeeltelijke uitkering niet kwalificeerde als een periodieke uitkering..

De kwestie

Een werknemer kreeg bij zijn ontslag een ontslagvergoeding van ruim 1,3 miljoen euro. Hij bedong hiervoor een stamrecht van A BV in oprichting (stamrecht BV i.o.) De werkgever betaalde in maart 2002 de ontslagvergoeding aan de stamrecht BV i.o.. De stamrecht BV i.o. keerde in april 2002 een bedrag uit van € 225.000,- aan de voormalige werknemer.

De belastingdienst belastte de volledige ontslagvergoeding. Zij was van mening dat een stamrecht niet kan worden bedongen van een BV in oprichting. En dat een dergelijke BV niet kwalificeert als toegelaten verzekeraar van een stamrecht.

Hoge Raad

Het Gerechtshof en de Hoge Raad waren het niet eens met de belastingdienst. Volgens hen kwalificeert een BV in oprichting als volwaardige contractspartij mits die BV binnen een redelijke termijn wordt opgericht en de handelingen in de voorperiode bekrachtigt. In die hoedanigheid is de BV in oprichting ook een toegelaten verzekeraar voor uitvoering van een ontslagstamrecht.
Volgens het  Gerechtshof had de ex-werknemer geen stamrecht bedongen voor 1,3 miljoen euro maar voor een lager bedrag. Het Hof kwalificeerde de uitkering van € 225.000,- als een contante uitkering van de ontslagvergoeding. Volgens het Hof hadden partijen kennelijk de bedoeling om niet het totale bedrag van de ontslagvergoeding aan te wenden voor een stamrecht.
De Hoge Raad vindt dat het Hof uit de feiten een verkeerde conclusie heeft getrokken. Er is volgens de Hoge Raad wel degelijk een stamrecht bedongen met een tegenwaarde van 1,3 miljoen euro. De uitkering van € 225.000,- komt daarom ten laste van het stamrecht en is geen uitkering die onderdeel uitmaakt van een periodieke uitkering. De voormalige werknemer heeft het stamrecht dus gedeeltelijk afgekocht. Volgens de Wet op de loonbelasting (zoals die gold vóór 2014) wordt gedeeltelijke uitkering van het stamrecht aangemerkt als afkoop en is de volledige waarde van het stamrecht belast. Volgens de Hoge Raad heeft de inspecteur terecht de volledige waarde van het stamrecht in de loonheffing betrokken.

Commentaar

De voormalige werknemer en zijn stamrecht BV handelden wel heel onhandig. Er was niets aan de hand geweest als de werknemer van zijn BV een stamrecht had bedongen van 1,1 miljoen euro en de rest door zijn voormalige werkgever rechtstreeks had laten uitkeren als loon. Een goede adviseur, bijvoorbeeld Aegon Adfis, had de werknemer en zijn BV deze oplossing aangedragen en zou hen daarmee veel tijd, ongemak en kosten hebben kunnen besparen.
De casus waarover de Hoge Raad uitspraak deed speelde in 2002 en zou – wanneer deze nu speelde – een andere uitkomst hebben. Sinds 2014 bestaat namelijk de stamrechtvrijstelling niet meer in de Wet op de loonbelasting en hoeven door het overgangsrecht  uitkeringen van een stamrecht niet meer onderdeel te zijn van een periodieke uitkering. Ook gedeeltelijke afkoop wordt onder de huidige wetgeving aangemerkt als een reguliere stamrechtuitkering. Onder de huidige wetgeving wordt slechts de uitkering  belast en is de belastingplichtige geen revisierente verschuldigd. Helaas voor de belastingplichtige in deze procedure gold deze wetgeving nog niet in 2002.

Bent u op zoek naar een goede adviseur? Hebt u fiscale of juridische vragen over pensioen en inkomen voor later? Dat is onze specialiteit en uitdaging. Kijk hier wat Aegon Adfis u biedt en wat u van ons mag verwachten.

 

Auteur: Paul Lavrijssen
Bron:  Hoge Raad, 14 november 2014; HR ECLI:NL:HR:2014:3194

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 17 november 2014.