Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

"Geen aftrek, geen belasting”: bewijs maar!

30 mei 2013

Wanneer iemand in het buitenland woont en werkt, kan hij in Nederland pensioen blijven opbouwen. Als hij de pensioenpremies niet kan aftrekken, houdt Nederland er in de uitkeringsfase rekening mee. Maar dan moet de belastingplichtige wel kunnen aantonen dat hij inderdaad geen aftrek heeft genoten. Dit werd tot aan de Hoge Raad uitgevochten tussen een belastingplichtige en de belastingdienst.

Situatie

Mijnheer X bouwde in Nederland pensioen op terwijl hij in Venezuela en Brunei werkte. Volgens hem betaalde hij gedurende deze diensttijd de pensioenpremies uit zijn nettosalaris. Hij woont nu in Nederland en ontvangt pensioenuitkeringen. Deze zijn volledig belast. Volgens X is dat niet terecht en moeten de uitkeringen buiten de heffing van inkomstenbelasting blijven, voor zover deze uitkeringen zijn terug te voeren op het werkzame verblijf in het buitenland. De belastingdienst is een andere mening toegedaan en beide partijen treffen elkaar voor het Hof Den Haag.

Procedure bij het Hof

Beide partijen (en daarmee ook het Hof) zijn van mening dat er sprake is van een zuivere Nederlandse pensioenregeling. Voor zuivere pensioenregelingen geldt de zogenoemde omkeerregel: de pensioenaanspraak is vrijgesteld en de uitkeringen worden belast. Als een werknemer, zoals X, zijn pensioen deels in Nederland en deels in het buitenland heeft opgebouwd, kan het zijn dat de werknemer in het buitenland geen premieaftrek heeft genoten en/of dat de pensioenaanspraak daar niet was vrijgesteld. Wanneer vervolgens, na terugkeer van de werknemer in Nederland, zijn pensioenuitkeringen in Nederland volledig worden belast, dus ook voor zover de pensioenuitkeringen voortvloeien uit de in het buitenland opgebouwde pensioenaanspraken, is er sprake van economische dubbele belastingheffing.

De staatssecretaris van Financiën keurde in zijn besluiten van 26 maart 1997(nr. DB97/596M) en 31 januari 2008 (CPP2007/98M) goed dat in een situatie als in deze zaak, een deel van de pensioenuitkeringen buiten de heffing van loon- en inkomstenbelasting blijft. Onder de voorwaarde dat de belastingplichtige aannemelijk maakt dat in verband met de verkrijging van de pensioenaanspraken in het buitenland daadwerkelijk belasting is geheven. Die belasting moet dan wel naar aard en strekking overeenkomen met de loonbelasting of de inkomstenbelasting. Onder een daadwerkelijke heffing wordt ook verstaan het achterwege zijn gebleven van premieaftrek bij de werknemer.

X stelt dat hij gedurende zijn diensttijd in Venezuela en Brunei de pensioenpremies betaalde uit zijn nettosalaris. Volgens de rechtbank heeft X dus geen aftrek heeft genoten voor de door hem betaalde werknemerspremies. Het is echter aan X om aannemelijk te maken dat, en tot welk bedrag, hij gedurende zijn diensttijd in het buitenland pensioenpremies betaalde waarvoor hij geen aftrek genoot. Volgens de rechtbank is X daarin niet geslaagd. De loonstrookjes die X liet zien uit de periode februari 1973 tot en met januari 1974 zijn daartoe onvoldoende. Andere bewijsstukken leverde X niet.
Het Hof constateerde dat X terecht geen aftrek ter voorkoming van dubbele belasting is verleend omdat hij niet voldoet aan de voorwaarden voor toepassing van de goedkeuring van de Staatssecretaris.

Arrest Hoge Raad

X gaat in beroep tegen het oordeel van het Gerechtshof. De Hoge Raad doet de zaak af met een verwijzing naar de gronden zoals opgenomen in de bij deze zaak horende conclusie van Advocaat Generaal (A-G) Niessen. De A-G is het met het Hof eens en de Hoge Raad dus ook. De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond.

Conclusie

Het Nederlandse fiscale stelsel zit (soms) verrassend eenvoudig in elkaar. Wanneer een belastingplichtige fiscaal voordeel geniet (zoals aftrek van betaalde pensioenpremies of vrijstelde opbouw van pensioenaanspraken) staat daar belastingheffing tegenover. In dit geval over de uitkering. En omgekeerd: wanneer er geen fiscaal voordeel is genoten, vindt er ook geen belastingheffing plaats. In deze procedure beroept de belastingplichtige zich op deze methodiek. Maar hij vergeet één belangrijke voorwaarde: de belastingplichtige moet wel aan kunnen tonen dat hij geen fiscaal voordeel heeft genoten. Hij heeft dit niet aannemelijk weten te maken waardoor de pensioenuitkeringen toch volledig belast zijn. Leerpunt uit deze zaak: bewaar bewijsstukken!
 
Auteur: Erik Schouten, adviseur AEGON Adfis
 
Bron: HR, nr: 12/02972, LJ-Nummer: BZ8599, 17 mei 2013