Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Geen API maar een APF. Wat betekent die ene letter verschil?

31 januari 2014

November vorig jaar kondigde staatssecretaris Klijnsma een consultatiedocument aan voor de introductie van een multipensioenfonds in plaats van de API (Algemene Pensioeninstelling). In het gepubliceerde  consultatiedocument is de naam multipensioenfonds verdwenen en is een  Algemeen Pensioenfonds (APF) geboren. Mooi, maar wat betekent dit?

Geen API maar een APF

In ons nieuwsbericht van 6 november 2013 bespraken wij de aankondiging van Klijnsma. Zij gaf aan dat de introductie van de API, die grensoverschrijdende pensioenregelingen kan uitvoeren, niet voor de hand ligt. Zij wil eerst de ontwikkelingen afwachten met betrekking tot in het Europese denken inzake de nieuwe Europese pensioenrichtlijn en de kapitaalseisen. Hierna geven wij de achtergrond aan voor het introduceren van een nieuwe pensioenuitvoerder.

Kenmerken van het APF

Uitvoeren van verschillende regelingen

Het kenmerkende van een APF is dat dit pensioenfonds meerdere pensioenregelingen kan uitvoeren en daarvoor gescheiden vermogen aanhoudt. Dit is nieuw. Huidige pensioenfondsen kennen geen gescheiden vermogens. Pensioenfondsen hebben één vermogen. Voor het APF geldt geen ringfence-verbod. Het APF kan zelf de collectiviteitskringen kiezen. Het ligt voor de hand dat dit overeenkomt met een bepaalde pensioenregeling. In desbetreffende pensioenregeling wordt aangegeven welke werkgever(s), deelnemers, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden rechten en verplichtingen kunnen ontlenen. En hoe de financiële risico's over deze partijen worden verdeeld.

Oprichting en rechtsvorm

De rechtsvorm van het APF is niet voorgeschreven. Bestaande pensioenfondsen kennen veelal de rechtsvorm van stichting. Maar een APF kan ook een BV of NV zijn. Iedereen kan een APF oprichten.  Zoals bestaande pensioenfondsen,  andere financiële dienstverleners  (zoals verzekeraars en vermogensbeheerders) en andere partijen.

Vergunningplicht

Op dit moment hoeft een pensioenfonds geen vergunning van DNB te hebben voordat het een pensioenregeling mag uitvoeren. Dat is alleen het geval als het pensioenfonds buitenlandse regelingen wil uitvoeren. Het kabinet stelt een vergunningsplicht voor een APF voor. DNB verleent de vergunning als aan een aantal eisen wordt voldaan. Bijvoorbeeld met betrekking tot de inrichting van het bestuur, uitbesteding, intern toezicht etc.

Ringfencing

Het kabinet stelt een juridische compartimentering van het vermogen in een APF voor. Er wordt een scheiding aangebracht tussen het werkkapitaal van de APF en de pensioenvermogens in de verschillende compartimenten waarin per collectiviteitskring pensioenregelingen worden uitgevoerd.

Verzekeringstechnische risico's die voortkomen uit het beheer van pensioenvermogens, positief of negatief, zijn en blijven voor rekening van de werkgever, pensioendeelnemers en -gerechtigden wier pensioenregeling(en) binnen een compartiment worden uitgevoerd. Buffers die moeten worden aangehouden in verband deze pensioenrisico's maken onderdeel uit van het pensioenvermogen dat in het pensioencompartiment is ondergebracht. Risico's die behoren bij de bedrijfsvoering kunnen alleen maar ten laste of ten gunste komen van het werkkapitaal dat dient ter dekking van de bedrijfsrisico's.

Bestuur

Omdat in een APF verschillende pensioenregelingen uitgevoerd kunnen worden met belangen die per regeling verschillende kunnen zijn, stelt het kabinet een onafhankelijk bestuur voor. Dat maakt het makkelijker om als bestuur zorg te dragen voor een evenwichtige belangenafweging.

Belanghebbendenorgaan

In een belanghebbendenorgaan zijn werkgever(s), deelnemers en pensioengerechtigden vertegenwoordigd. Het aantal vertegenwoordigers is niet voorgeschreven. Een APF stelt een belanghebbendenorgaan in voor elk afzonderlijk afgescheiden vermogen. Elk belanghebbendenorgaan heeft de taken en bevoegdheden die betrekking hebben op het pensioenvermogen waarvoor dit orgaan is opgericht.
De belangen van werkgevers en werknemers blijven gewaarborgd via de taken en bevoegdheden van het eigen belanghebbendenorgaan en concrete afspraken in de uitvoeringsovereenkomst.

Kostentransparantie

De uitvoeringskosten van het APF moeten duidelijk tot uitdrukking komen in de uitvoeringsovereenkomst. Het betreft hier zowel kosten die in verband met de uitvoering ten laste komen van pensioenvermogens als de kosten die worden ingehouden op premies, pensioenrechten of pensioenaanspraken.

Exitclausule

In de statuten van een APF moet opgenomen worden hoe de beëindiging van de uitvoeringsovereenkomst plaatsvindt. Deze eis geldt nu alleen voor verzekeraars en PPI's. Maar gaat dus ook voor het APF gelden.

Taakafbakening

Met de komst van het APF wordt een belangrijk element uit de taakafbakening tussen pensioenfondsen en verzekeraars verlaten; de domeinafbakening. Het APF kan zich richten op verschillende groepen van werkgevers en werknemers zonder dat zij verplicht worden eveneens een rol te spelen in de bedrijfsvoering van de pensioenuitvoerder.

Anders dan bij het multi-opf geldt bij het APF niet de beperking dat de deelnemende werkgevers eerder een eigen ondernemingspensioenfonds moet hebben gehad dat minimaal vijf jaar heeft bestaan. Werkgevers kunnen hun pensioenregeling zonder aanvullende voorwaarden onderbrengen bij een APF. Het kabinet is zich bewust dat hiermee de afspraak over de domeinafbakening in de taakafbakening gewijzigd wordt. Omdat ook verzekeraars een APF kunnen oprichten en voor alle partijen dezelfde toegangs- en uitoefeningsvoorwaarden gelden, is er naar de mening van het kabinet sprake van een gelijk speelveld tussen verzekeraars en pensioenfondsen en wordt de taakafbakening niet geschonden.

Wat levert een APF op?

De introductie van een APF leidt naar de verwachting van het kabinet tot lagere uitvoeringskosten, professionalisering en geleidelijke standaardisatie van de pensioenuitvoering. Concurrentie kan de verschillende APF'en ertoe bewegen zich te onderscheiden met een hoge kwaliteit van dienstverlening en lage uitvoeringskosten. De ringfencing van de pensioenregelingen leidt er toe dat de 'eigenheid' van de verschillende pensioenregelingen intact kan blijven.
Een ander gevolg van de introductie van het APF is dat het multi-opf op termijn zal verdwijnen.

Consultatiedocument: hoe nu verder?

Het consultatiedocument gaat in op de wijzigingen in wet- en regelgeving die nodig zijn om het algemeen pensioenfonds te introduceren. Iedereen kan op de voorstellen commentaar leveren. Volgens de planning zal Klijnsma het voorstel van wet algemeen pensioenfonds voor het zomerreces bij Tweede Kamer indienen. Het kabinet streeft ernaar om de wet op 1 januari 2015 in werking te laten treden.

Commentaar

In 2007 besloot het kabinet dat er een algemene pensioeninstelling (API) moest komen om de Nederlandse concurrentiepositie in Europa te verbeteren. In die tijd was het kabinet (en het parlement!) erg beducht voor concurrentie van andere lidstaten (vooral België, Luxemburg en Ierland). Men was erg bang dat veel pensioenfondsen hun biezen zouden pakken en Nederland zouden verlaten.

Pensioenfondsen zijn niet aantrekkelijk voor buitenlandse werkgevers voor het uitvoeren van hun pensioenregeling. Belangrijkste redenen hiervoor zijn de verplichte bestuursdeelname van sociale partners, de verplichte solidariteit tussen alle deelnemende regelingen (een pensioenfonds vormt één financieel geheel) en het zeer beperkte werkterrein van een pensioenfonds (de domeinafbakening). Daarom besloot het kabinet in 2007 tot de introductie van de API. Er werd gekozen voor een drietrapsrakket: eerst de introductie van de PPI, daarna het mogelijk maken van de multi-opf. En als laatste dus de introductie van de API. Anderhalf jaar geleden kwam het kabinet tot het inzicht dat een API niet langer nodig was (zie ons nieuwsbericht van 5 juli 2012).

Het is bijzonder om te zien hoe snel de tijden veranderen. Van een API als redmiddel om te overleven in Europa naar een APF om pensioenfondsen in nood te helpen. In het consultatiedocument komt het internationale aspect in welgeteld één zin naar voren: "Buitenlandse partijen kunnen hun pensioenregelingen laten uitvoeren door een APF indien zij zich daarbij conformeren aan het Nederlandse FTK." En met deze open deur kunnen wij het mee doen.

Een API verschilt maar één letter van een APF. Dat lijkt een klein verschil. Maar in werkelijkheid is het een wereld van verschil!

 

Auteur: Erik Schouten, adviseur Aegon Adfis

Bron: Consultatiedocument Wet algemeen pensioenfonds, 23 januari 2014