Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Geen premie; geen pensioen geldt niet voor pensioenfondsen

14 maart 2013

Rechtbank Leeuwarden heeft onlangs beslist dat het adagium "geen premie; geen pensioen" niet geldt voor pensioenfondsen.

Probleem?

Een meubelstoffeerder (hierna A) werkte vanaf 1972 voor een woninginrichtingsbedrijf. In 2009 is A 65 jaar geworden. Voor de periode tot 1993 viel A onder de verplichtstelling van de Stichting bedrijfstakpensioenfonds voor de meubelindustrie en meubileringsbedrijven (hierna BPF Meubel). Vanaf 1993 viel A onder de verplichtstelling van het Pensioenfonds Wonen. 
Het woninginrichtingsbedrijf was over de periode 1972 - 1993 niet aangemeld bij het BPF Meubel. Het BPF had over die periode geen pensioenpremie ontvangen voor A. A claimt over die periode 1972 - 1993 een pensioen bij het BPF Meubel. 
De volgende vraag lag voor: heeft een werknemer die onder de verplichtstelling van een pensioenfonds valt recht op pensioen ondanks dat hij niet is aangemeld en de werkgever voor hem geen premies heeft afgedragen?

Rechtbank Leeuwarden

De kantonrechter heeft op 6 maart 2013 hierover het volgende bepaald: "uit de parlementaire geschiedenis van de PW volgt dat het uitgangspunt 'geen premie, geen recht' zich niet verdraagt met de regeling betreffende verplichtstelling van deelneming in bedrijfstakpensioenfondsen zoals neergelegd in (thans) de Wet Bpf 2000 en (voorheen) de Wet Bpf. ……… Dit betekent dat een werknemer die onder de verplichtstellingsbeschikking van een bedrijfstakpensioenfonds valt, behoudens evidente gevallen van "boze opzet", aanspraak heeft op pensioen, ook als de werkgever de werknemer (per abuis of met opzet) niet heeft aangemeld, als bij de werknemer geen premie is ingehouden en/of niet is afgedragen." A heeft daardoor wel recht op pensioen dat is opgebouwd over de periode 1972-1993.

Commentaar

De vraag of niet aangemelde deelnemers waarvoor geen premie is betaald toch recht hebben op pensioen is de afgelopen tijd uitgebreid aan de orde geweest. En dan specifiek of hiervoor hetzelfde geldt voor pensioenfondsen en pensioenverzekeraars. Zie onder andere onze nieuwsberichten van 16 februari 2012, 18 mei 2012 en 15 juni 2012.

In de wetsgeschiedenis bij de totstandkoming van de Pensioenwet maakte de wetgever een onderscheid tussen pensioenfondsen en pensioenverzekeraars. Dat komt doordat pensioenfondsen mogen afstempelen. In de Nota naar aanleiding van het verslag verwoordde het kabinet het als volgt; "Pensioenfondsen hebben dus meer mogelijkheden om een premieachterstand in te halen of op te vangen. Anders dan bij verzekeraars is het 'geen premie, geen recht principe' bij pensioenfondsen dan ook niet de regel, maar de uitzondering op de regel. De opbouw van de aanspraak van de werknemer jegens het pensioenfonds staat derhalve in principe los van de vraag of de premie door de werkgever is voldaan" (Kamerstukken II, 2005-2006, 30 413, nr. 17, blz. 37). 
Pensioenverzekeraars hebben niet de mogelijkheid om af te stempelen. Zij moeten hetgeen is verzekerd ook daadwerkelijk uitkeren. Daarom is tijdens de parlementaire behandeling van de Pensioenwet gezegd: "Indien een werkgever heeft nagelaten een werknemer aan te melden, verzaakt hij de onderbrengingsplicht van artikel 22 van de Pensioenwet en zal de werknemer uitsluitend de werkgever kunnen aanspreken"(Kamerstukken II, 2005-2006, 30 413, nr. 24, blz. 23).

De Nederlandsche Bank stelt zich echter op het standpunt dat ook verzekeraars zich niet kunnen beroepen op het "geen premie, geen recht principe". Dit ondanks het feit dat in de wetsgeschiedenis op diverse plekken het tegendeel is gezegd. Bijvoorbeeld Kamerstukken II, 2005-2206, 30 413, nr. 3, blz. 58; nr. 17, blz. 41 en 42 en nr. 62, blz. 43 r.k.. De minister van SZW volgt vooralsnog het standpunt van DNB.

Deze uitspraak van de Rechtbank Leeuwarden geeft nieuwe impulsen aan deze discussie. Terecht stelt de Rechtbank dat het "geen premie, geen recht-principe" niet geldt voor pensioenfondsen. Daaruit kunnen we a contrario afleiden dat het dus kennelijk wel geldt voor pensioenverzekeraars. Want waar ging de uitgebreide discussie tijdens de parlementaire behandeling van de Pensioen anders over?

 

Auteurs: Herman Kappelle en Vera Hek, adviseurs AEGON Adfis

Bron: LJN: BZ3313, Rechtbank Leeuwarden , 395036 / CV EXPL 12-2473