Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Geen samenloop transitievergoeding en ontslaguitkering

4 februari 2015

Met ingang van 1 juli 2015 heeft de werknemer bij ontslag recht op een wettelijke transitievergoeding. Om te voorkomen dat werkgevers bij ontslag na 1 juli 2015 zowel een ontslagvergoeding als de transitievergoeding moeten betalen heeft het Kabinet een ontwerpbesluit voor advies aan de Raad van State gezonden. Een ander ontwerpbesluit gaat over de kosten die de werkgever in mindering mag brengen op de transitievergoeding.

Transitievergoeding

In het bericht van 13 juni 2014 gingen we in op de Wet Werk en Inkomen.  Vanaf 1 juli 2015 hebben werknemers bij ontslag recht op een transitievergoeding. Werkgevers zijn deze vergoeding verschuldigd als de arbeidsovereenkomst ten minste twee jaar heeft bestaan. De transitievergoeding bedraagt:

  • 1/3 van het vaste maandsalaris per dienstjaar voor de eerste 10 jaar van het dienstverband en
  • 1/2 van het vaste maandsalaris per dienstjaar voor de overige jaren.

 

De transitievergoeding is gemaximeerd op € 75.000 of één jaarsalaris als dat hoger is. Partijen kunnen bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst een ruimere vergoeding afspreken. Bij opzegging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden kunnen partijen zelf een vergoeding vaststellen. Voor werknemers die bij ontslag 50 jaar of ouder zijn geldt tot 1 januari 2020 een hogere berekeningsmaatstaf.

Overgangsregeling Transitievergoeding

Het kabinet introduceert een overgangsregeling. Daarmee voorkomt het dat werkgevers zowel een ontslagvergoeding als een transitievergoeding moeten betalen. Dat kan als de werkgever op grond van  afspraken (bijvoorbeeld in een sociaal plan of cao) gehouden is bij ontslag een ontslagvergoeding te betalen.  De overgangsregel geldt als de afspraken definitief zijn aangegaan vóór 1 juli 2015 en ook uiterlijk op die datum in werking treden.

Als in die afspraken nog geen rekening is gehouden met de transitievergoeding kunnen partijen uitgaan van de overeengekomen  ontslagvergoeding.  Dit geldt  totdat partijen deze afspraken verlengen of wijzigen, maar uiterlijk tot 1 juli 2016. Daarna kunnen werknemers dus altijd een beroep doen op de transitievergoeding.  

Voor andere afspraken, bijvoorbeeld in de individuele arbeidsovereenkomst, geldt dat de werknemer moet kiezen tussen zijn transitievergoeding of zijn recht op  ontslagvergoeding uit de bedoelde afspraken. Dit geldt zolang de werknemer rechten aan de desbetreffende afspraken kan ontlenen. De einddatum van 1 juli 2016 is hier dus  niet van toepassing.

Te verrekenen kosten

In een tweede ontwerpbesluit heeft Het Kabinet vastgelegd welke kosten werkgevers in mindering kunnen brengen op de transitievergoeding. Het gaat daarbij om  zogenoemde transitie- en inzetbaarheidskosten. 

Transitiekosten hebben betrekking op maatregelen gericht op het voorkomen van werkloosheid of het bekorten van de periode van werkloosheid van de werknemer. Bijvoorbeeld kosten voor (om)scholing of een outplacementtraject bij ontslag. 

Inzetbaarheidskosten zijn kosten die verband houden met het bevorderen van de inzetbaarheid van de werknemer buiten de organisatie van de werkgever. Deze kosten zijn al eerder tijdens het dienstverband zijn gemaakt. Voorwaarde is dat de door de opleiding verworven kennis en vaardigheden niet zijn aangewend om een functie bij de werkgever uit te oefenen. Deze kosten kan de werkgever alleen in mindering brengen op de transitievergoeding als ze zijn gemaakt in een periode van maximaal 5 jaar voor het einde van de arbeidsovereenkomst.  Partijen kunnen een  andere periode afspreken.

De werkgever kan de transitie- en inzetbaarheidskosten alleen in mindering brengen op de transitievergoeding als  de werknemer vooraf instemt met het maken van de kosten en het in mindering brengen daarvan op zijn transitievergoeding. Deze voorwaarde geldt niet als de werkgever kosten maakt als gevolg van collectieve afspraken waar hij aan gebonden is. 

Commentaar

De overgangsmaatregel beschermt werkgevers tegen dubbele betaling van de overeengekomen ontslagvergoeding en de wettelijke transitievergoeding. Maar de regeling is erg kort. Wellicht willen de sociale partners zelf in sociale plannen of cao’s de overgang naar een transitievergoeding matigen. Maar in dat geval moeten ze er wel op attent zijn, dat zij bij de omschrijving van de ontslagvergoeding ook al rekening houden met de wettelijke transitievergoeding. 

Het is onduidelijk of dit ontwerpbesluit ook geldt als volgens de bestaande afspraken van de sociale partners de ontslagvergoeding lager is dan de wettelijk transitievergoeding. Bijvoorbeeld bij beëindiging van een tijdelijk contract. Wellicht dat de Raad van State hier duidelijkheid in schept. 

 

Auteur: Paul Lavrijssen, adviseur Aegon Adfis
Bron: Nieuwsbericht Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, d.d. 30 januari 2015. 

 

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 4 februari 2015