Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Geen stamrechtovereenkomst geen stamrechtvrijstelling

25 april 2014

Tot 2014 kon een werknemer aan wie een ontslagvergoeding  werd toegekend, de belastingheffing hierover uitstellen door het bedingen van een stamrecht. Om in aanmerking te komen voor dit uitstel moet wel blijken dat er een stamrecht is bedongen.

Situatie

Het dienstverband van X met zijn werkgever werd eind 2006 ontbonden. De voormalige werkgever kende X een ontslagvergoeding toe van € 233.784. X richtte begin 2007 een Stamrecht-BV op. De voormalige werkgever maakte de ontslagvergoeding rechtstreeks over aan de BV. Direct daarna keerde de BV € 40.000 uit aan X. Ook werden aan de BV bedragen gefactureerd voor onderhoud en verbetering van de eigen woning van X. Tenslotte financierde de Stamrecht BV de aankoop van een beleggingspand van X.

De inspecteur legde aan X een navorderingsaanslag inkomstenbelasting op voor het bedrag van de ontslagvergoeding. X bestreed deze navordering omdat volgens hem de stamrechtvrijstelling van toepassing was.

Rechtbank Noord-Nederland

De rechtbank is het eens met de inspecteur. Om in aanmerking te komen voor de stamrechtvrijstellig moet X van de Stamrecht-BV een recht op periodieke uitkeringen (stamrecht) bedingen. Dit stamrecht moet aan een aantal voorwaarden voldoen. Zo moet de uitkering uiterlijk ingaan op de 65-jarige leeftijd van X en mogen de uitkering slechts toekomen aan een beperkte kring van gerechtigden. Naar het oordeel van de rechtbank heeft X niet voldaan aan deze voorwaarden. Door het enkel oprichten van een vennootschap die als doel heeft  het opbouwen en beheren van een stamrechtvoorziening als bedoeld in de Wet op de loonbelasting 1964 is er naar het oordeel van de rechtbank geen stamrechtovereenkomst gesloten waaruit blijkt dat de oud-werkgever aan X een aanspraak toekent op periodieke uitkeringen ter vervanging van gederfd of te derven loon.

Het verweer van X, dat dit blijkt uit de statuten van de BV mocht niet baten. Volgens de rechtbank geven de statuten enkel aan of de BV op grond van zijn doelomschrijving als Stamrecht-BV kan fungeren, maar de inhoud van de statuten kunnen niet kwalificeren als een stamrechtovereenkomst in de zin van de vereisten van de Wet LB.

Commentaar

Vóór 1 januari 2014 kon een ontslagen werknemer een beroep doen op de stamrechtvrijstelling. In dat geval moest de voormalige werkgever de werknemer een aanspraak toekennen op periodieke uitkeringen. In deze zaak ontbrak een stamrechtovereenkomst waaruit moest blijken dat X een periodiek uitkering had bedongen.

Deze uitspraak bevestigt nog eens dat ook bij een de uitvoering van een stamrecht door de een Stamrecht-BV partijen de juiste formaliteiten moeten uitvoeren. Ondersteuning van een ter zake kundige adviseur is daarbij een must.

 

Auteur: Paul Lavrijssen, adviseur Aegon Adfis
Bron: Rechtbank Noord-Nederland 18 maart 2014, nr.  RBNNE 20014:1539