Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Geen successierecht bij levensverzekering in de familiesfeer

24 juli 2008

In 1995 heeft de heer A. overeenkomsten van levensverzekering gesloten met zijn echtgenote en met zijn beide kinderen. De heer A. was daarbij verzekeraar en verzekerde. De echtgenote en de kinderen waren verzekeringnemer. De echtgenote en de kinderen betaalden jaarlijks hun verzekeringpremies met geld dat de heer A. telkens aan hen schonk.

De verzekeringen zouden tot uitkering komen bij overlijden voor 21 december 2005 van de heer A.  In verband met de verzekeringsovereenkomst heeft de heer A. zich medisch laten keuren. De heer A. is op 7 december 2000 overleden. De verzekerde bedragen zijn uitgekeerd aan de echtgenoot en de kinderen. De heer A was onder huwelijkse voorwaarden getrouwd met mevrouw B. In zijn testament was zijn vrouw niet als erfgenaam aangewezen.

De Belastingdienst stelt zich op het standpunt dat over de verzekeringsuitkeringen wel successierecht moet worden betaald. Het Hof den Bosch oordeelde op 28 juli 2006 verschillend. De uitkering aan de echtgenote, die geen erfgename was, was niet belast met successierecht. De uitkeringen aan zijn kinderen, wel erfgenamen, viel wel in de heffing van successierecht omdat bij hen sprake zou zijn van ongeoorloofde wetsontduiking, oftewel fraus legis. Zie hiervoor actueel 06-65.

Hoge Raad

In de procedure van de echtgenote heeft de minister van Financiën cassatie ingesteld. Ook beide kinderen hebben cassatie beroep ingesteld omdat volgens hen geen sprake is van wetsontduiking.

De Hoge Raad heeft op 11 juli 2008 geoordeeld dat de echtgenote en de kinderen geen successierechten hoeven te betalen over de uitkeringen uit de verzekering. De echtgenote en de beide kinderen hebben aan de erflater normale premies betaald voor de levensverzekering net als zij aan een levensverzekeraar zouden hebben moeten betalen. En de wetgever heeft uitdrukkelijk geregeld dat het jaarlijks schenken van de premies er niet toe leidt dat na overlijden over een verzekeringsuitkering successierecht moet worden betaald. Ook is er volgende de Hoge Raad geen reden om uitkeringen bij verzekeringen tussen particulieren in de familiesfeer anders te behandelen dan uitkeringen door officiële verzekeraars.
Van ongeoorloofde wetsontduiking is volgende Hoge Raad geen sprake.

Noot

Als er niets aan het vermogen van erflater is onttrokken, is de uitkering uit een levensverzekering niet belast met successierecht. Een levensverzekering in de zin van art 13 Successiewet hoeft namelijk niet te zijn ondergebracht bij een professionele verzekeraar. De Hoge Raad is van mening dat hier is gehandeld binnen de mogelijkheden van de Successiewet.

Praktisch

Het zal met name in de praktijk van de financial planner/estate planner voorkomen dat er relaties zijn die een gelijke constructie als bovenstaand wensen. Een gelijke constructie betekent:
- een medische keuring,
- een zakelijke premie 
- een tijdelijke dekking
- gehuwd buiten gemeenschap van goederen
De premies zouden jaarlijks geschonken kunnen worden door de erflater en mogelijkerwijs onder de jaarlijkse vrijstelling van het schenkingsrecht kunnen vallen. In 2008 bedraagt de schenkingsvrijstelling van een ouder naar een kind € 4.479,-- en éénmalig € 22.379,-- indien het kind tussen de 18 en 35 jaar oud is.

 

Bron: Hoge Raad, zaaknr 43527, LJN BB3898 en zaaknr 43547, LJN BB4363, 11 juli 2008.