Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Geen vrijstelling vennootschapsbelasting voor uitvoerder pensioen

11 juni 2014

Een BV nam een deel van de uitvoering van pensioen over van een Stichting pensioenfonds. De BV deed beroep op de vrijstelling voor de vennootschapsbelasting. De Rechtbank en nu ook het Gerechtshof staan dit niet toe.

Situatie

Een Stichting pensioenfonds verzorgde een de pensioenregeling voor een bepaalde beroepsgroep. Na een juridische splitsing verzorgt BV X vanaf 2011 de uitvoering van de pensioenregeling, de administratie van het fonds, het beheer van het vermogen, het innen van de premies en de communicatie met de deelnemers. De Stichting heeft met BV X een uitbestedings- en dienstenovereenkomst gesloten. Boven de kostprijs ontvangt BV X een toeslag van 6%. Deze toeslag vormt ook de winst van BV X. BV X meent dat zij is vrijgesteld van vennootschapsbelasting.

Het pensioenvermogen en de pensioenverplichtingen blijven achter bij de Stichting. De deelnemers behouden hun rechten jegens de Stichting.

Gerechtshof Den Haag

BV X stelt dat zij een pensioenuitvoerder is die valt onder de vrijstelling van de vennootschapsbelasting. Deze vrijstelling geldt voor lichamen die zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend bezig houden met de verzorging van werknemers, gewezen werknemers of hun partners en minderjarige kinderen, door middel van pensioen.
Het Gerechtshof bevestigt de uitspraak van de Rechtbank Den Haag (zie ons nieuwsbericht van 31 juli 2013).  Volgens het Gerechtshof is slechts sprake van een vrijgesteld pensioenlichaam voor de vennootschapsbelasting als het gaat om een pensioenuitvoerder als bedoeld in de Pensioenwet. Dit is een ondernemingspensioenfonds, een bedrijfstakpensioenfonds, een premiepensioeninstelling of verzekeraar die zetel heeft in Nederland. Met de taak een pensioenovereenkomst tussen de werkgever en de werknemer uit te voeren op basis van een schriftelijke uitvoeringsovereenkomst met de werkgever of een uitvoeringsreglement ingeval het een bedrijfstakpensioenfonds betreft.

De besluitvorming over en de verantwoordelijkheid voor het pensioenbeleid zijn kenmerkend voor de pensioenuitvoerder en exclusief aan deze voorbehouden. De uitvoerder mag deze  volgens de Pensioenwet ook niet uitbesteden. Omdat BV X verklaarde dat de besluitvorming over en de verantwoordelijkheid voor het pensioenbeleid niet is overgedragen en dus bij de Stichting pensioenfonds  berust, kan BV X niet worden aangemerkt als pensioenuitvoerder. En  komt daarom niet in aanmerking voor de vrijstelling voor de vennootschapsbelasting.

Commentaar

Evenals de Rechtbank interpreteert het Gerechtshof de voorwaarden voor toepassing  van de pensioenvrijstelling in de vennootschapsbelasting erg stikt. Volgens het Gerechtshof is deze vrijstelling alleen toepasbaar voor een pensioenuitvoerder als bedoeld in de Pensioenwet. Wat je ook vindt van deze strikte interpretatie, hij  is wel duidelijk en daardoor goed hanteerbaar in de praktijk.

 

Auteur: Paul Lavrijssen, adviseur Aegon Adfis
Bron: Gerechtshof  Den Haag; nr. BK-13/00661, datum 21 maart 2014