Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Halfwezenuitkering in Anw

8 april 2013

De halfwezenuitkering komt te vervallen en de nabestaandenuitkering wordt verhoogd voor nabestaanden met een kind jonger dan 18 jaar. Met deze wijziging van de Algemene nabestaandenwet (Anw)stemde de Eerste Kamer in op 26 maart 2013.

Halfwezenuitkering

De ouder of verzorger van een ongehuwde halfwees jonger dan 18 jaar heeft op dit moment recht op een halfwezenuitkering. Voorwaarde is dat die ouder of verzorger de halfwees verzorgt. Een kind is halfwees wanneer één van zijn ouders overlijdt.
De halfwezenuitkering is een vast bedrag per gezin, onafhankelijk van het aantal halfwezen in dat gezin. De uitkering eindigt als het jongste kind 18 jaar wordt of niet langer tot het huishouden van desbetreffende ouder of verzorger hoort. 
De halfwezenuitkering is inkomensonfhankelijk en bedraagt ongeveer 20% van het minimumloon (inclusief vakantietoeslag ongeveer € 275 per maand).

Wat verandert er?

Voor nabestaanden met een kind jonger dan 18 jaar komt de halfwezenuitkering te vervallen. Tegelijkertijd gaat voor deze groep de nabestaandenuitkering omhoog. Dit staat in de nieuwe Wet vereenvoudiging regelingen SVB. De Eerste Kamer heeft deze wet op 26 maart 2013 aangenomen. Voor de nabestaande die op of na 1 april 2013 voor het eerst recht krijgt op een halfwezenuitkering geldt deze verandering per 1 juli 2013. Voor de nabestaanden die op 1 april 2013 al recht hebben op een halfwezenuitkering geldt deze verandering per 1 oktober 2013.

De halfwezenuitkering wordt geïntegreerd met de nabestaandenuitkering. Deze integratie zorgt voor een hoge en een lage nabestaandenuitkering. De halfwezenuitkering vervalt als aparte uitkering. Nabestaanden met kinderen jonger dan 18 jaar ontvangen een hoge nabestaandenuitkering van 90% van het netto-minimumloon. Nabestaanden zonder kinderen blijven een nabestaandenuitkering van 70% van het netto-minimumloon ontvangen. De wijziging heeft geen effect op de wezenuitkering uit de aanvullende pensioenregeling.

Door de integratie van de halfwezenuitkering met de nabestaandenuitkering gaan voor de halfwezenuitkering - voor wat betreft het ontvangen van de uitkering - dezelfde regels gelden als voor de nabestaandenuitkering. Dit betekent dat de halfwezenuitkering ook inkomensafhankelijk wordt en eindigt bij hertrouwen of samenwonen van de nabestaande. De maatregel betekent voor een alleenstaande nabestaande dat de halfwezenuitkering volledig is afgebouwd bij een bruto jaarinkomen van circa € 33.000 (modaal). Beneden een inkomen van € 28.300 verandert er niets. Voor samenwonende nabestaanden en voor verzorgers van halfwezen verdwijnt het recht op het bedrag aan de huidige halfwezenuitkering, ook bij lagere inkomens.

Commentaar

Voor het grote publiek is deze wetswijziging vrij ongemerkt gebleven. En dat, terwijl het voor nabestaanden toch wel financiële consequenties heeft: een gemis aan inkomen per maand dat kan oplopen tot ongeveer € 275. Dit komt doordat de halfwezenuitkering door deze wetswijziging niet langer inkomensonafhankelijk is en eindigt wanneer de overblijvende ouder gaat samenwonen of hertrouwen.
Volgens de toelichting op deze wet ontstaat door deze verandering een besparing van circa € 30 miljoen per jaar op de uitkeringslasten Anw. Deze besparing is gebaseerd op ongeveer 10.000 gevallen waarbij de halfwezenuitkering vervalt en er geen recht op de hoge nabestaandenuitkering ontstaat.

 

Auteur: Vera Hek, Adviseur

Bron: Wet vereenvoudiging regelingen Sociale Verzekeringsbank (SVB), wetsvoorstel nr. 33.318