Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Herziene berekeningen Witteveenkader: gemiste kans!

7 juni 2013

In de Nota naar Aanleiding van het Verslag bij het wetsvoorstel om het Witteveenkader te verlagen, staan herziene berekeningen over de impact van dit wetsvoorstel. De staatssecretaris houdt hierbij geen enkele rekening met kritiek uit de markt. Een gemiste kans!

Eerste berekeningen te rooskleurig

Op 30 mei schreven wij in een nieuwsbericht dat De Tweede Kamer graag meer inzicht wil in de gevolgen van het verlagen van de maximale fiscale opbouwpercentages voor pensioenen en het maximeren van het pensioengevend inkomen. Met een brief van 21 mei 2013 geeft staatssecretaris Weekers dit inzicht. Naar onze mening is zijn conclusie - nieuwe fiscale kader voldoende voor adequaat pensioen - te rooskleurig. De berekeningen gaan uit van een jaarlijkse indexatie van de opgebouwde pensioenrechten tot aan pensioeningangsdatum van 2% per jaar. Dit is in de huidige pensioenmarkt niet realistisch. Pensioenregelingen met een vaste indexatie van 2% komen bijna  niet meer voor. Sterker nog: de meeste pensioenfondsen zien al jaren af van indexatie. Het is dus maar de vraag in hoeverre de conclusie van het kabinet juist is dat een adequaat pensioen gerealiseerd kan worden.

Herziene berekeningen nog rooskleuriger!

In een toelicht op de herziene berekeningen schrijft de staatssecretaris dat deze met opzet “de buitengrenzen van het Witteveenkader” als uitgangspunt hebben. De maximale fiscale ruimte is dus het uitgangspunt. Op deze manier worden arbitraire aannames voorkomen. Met individuele situaties kan –terecht- geen rekening worden gehouden. Omstandigheden als een soberder pensioentoezegging, onvolledige diensttijd, achterblijvende financiering of tegenvallende beleggingsresultaten kunnen invloed hebben op het feitelijke pensioenresultaat op pensioeningangsdatum van een deelnemer.

De herziene berekeningen in de Nota naar Aanleiding van het Verslag corrigeren “twee kleine omissies” in de eerdere berekening. Bij de berekeningen voor de pensioenopbouw over het laatste jaar is geen rekening gehouden met het zogenoemde tijdsevenredig maximum pensioengevend loon. En bij de werknemers geboren in 1988 is ten onrechte het laatste jaar pensioenopbouw niet meegenomen. Hierdoor komt de vervangingsratio (het pensioeninkomen in verhouding tot het laatstverdiende inkomen) in sommige gevallen nog hoger uit.

Commentaar

Met de berekeningen in de brief en de Nota naar aanleiding van het Verslag laat de staatssecretaris zien dat een adequaat pensioen kan worden opgebouwd met de nieuwe Witteveenkaders. Naar onze mening is de staatssecretaris daarin niet geslaagd. De staatssecretaris geeft terecht aan dat hij in de berekeningen uit moet gaan van het maximale fiscale kader. Maar het is de vraag in hoeverre een jaarlijkse indexatie van 2% tot aan de pensioendatum hier bij hoort. Het is jammer dat dit in de herziene berekeningen niet (zelfs niet als een apart scenario) is meegenomen. Wat ons betreft een gemiste kans omdat de uitkomsten op deze manier een te rooskleurig beeld schetsen.

 

Auteur:  Erik Schouten, adviseur AEGON Adfis

Bron: Nota naar aanleiding van het verslag Wet verlaging maximumopbouw- en premiepercentages pensioenen en maximering pensioengevend inkomen, nr. 33.610.