Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Het kabinet is de weg kwijt bij netto pensioen

18 juni 2013

De Stichting van de Arbeid (StvdA) presenteerde op 7 juni “netto pensioensparen” om de voorstelde beperkingen in het Witteveenkader (gedeeltelijk) op te vangen. Enkele dagen later stuurde het kabinet een ‘voorontwerp van de nota van wijziging’ op het wetsvoorstel aan de Tweede Kamer. Het pensioenjargon heeft er weer een nieuwe term bij: optoppingsouderdomspensioenexcedentregelingen. Een prachtig woord voor Scrabble of Wordfeud, maar daar blijft het ook bij.

Netto pensioensparen

De sociale partners willen het voorgestelde verlaagde Witteveenkader aanvullen met een netto spaarfaciliteit.  Zie voor informatie en ons commentaar het nieuwsbericht van 10 juni. Het kabinet deed een poging om het voorstel van de StvdA  om te zetten in wetgeving.

Pensioenexcedentregelingen

De pensioenexcedentregelingen houden in dat voor een inkomen tot en met € 100.000 gespaard kan worden voor een nettopensioenuitkering ter grootte van 0,10% van het bruto loon. Bij een inkomen van meer dan € 100.000 kan gespaard worden voor een nettopensioenuitkering ter grootte van1,85% over het loon boven de € 100.000.
Voor pensioenexcedentregelingen geldt dat gespaard wordt uit het nettoloon. Er is geen box 3-heffing verschuldigd en de uitkeringen blijven onbelast. Pensioenexcedentregelingen zijn volgens het wetsvoorstel:

  • ouderdomspensioenexcedentregelingen,
  • optoppingsouderdomspensioenexcedentregelingen,
  • partnerpensioenexcedentregelingen,
  • optoppingspartnerpensioenexcedentregelingen,
  • wezenpensioenexcedentregelingen en
  • optoppingswezenpensioenexcedentregelingen.

 

Het Witteveenkader zoals uitgewerkt in het betreffende wetsvoorstel blijft het uitgangspunt. Dit betekent dat voor pensioen op basis van het middelloonstelsel het maximumopbouwpercentage per dienstjaar 1,75% blijft en voor pensioen op basis van het eindloonstelsel 1,55%.

Lijfrente-excedentregelingen

Om ook voor vrijwillige oudedagsvoorzieningen in de derde pijler een nieuwe fiscale faciliteit te bieden, introduceert het kabinet lijfrente-excedentregelingen. Deze regelingen maken het mogelijk om een aanvullende oudedagsvoorziening te. De lijfrente-excedentregelingen vallen uiteen in een basislijfrente-excedentregeling voor het inkomen tot en met de aftoppingsgrens van € 100.000 en een optoppingslijfrente-excedentregeling voor het inkomen boven deze aftoppingsgrens.

Sancties bij afkoop, maar niet bij afkoop na emigratie!

Bij een onregelmatige handeling met een pensioenexcedentregeling (zoals afkoop) vervalt voor de gehele regeling de vrijstelling van box 3. Als de belastingplichtige emigreert, wordt het vrijvallen van een aanspraak op een pensioenexcedentregeling niet als afkoop en dus niet als onregelmatige handeling aangemerkt. Dit voorkomt dat deze belastingplichtige met dubbele belasting geconfronteerd kan worden. Dat zou kunnen ontstaan als het andere land de uitkeringen zou belasten. Terwijl de inleg uit het netto inkomen heeft plaatsgevonden.

Bij onregelmatige handelingen vervalt de vrijstelling voor de rendementsgrondslag van box 3 voor de volledige aanspraak op de lijfrente-excedentregeling.

Commentaar

Wij hebben in ons nieuwsbericht van 10 juni al eerder commentaar gegeven op het voorstel. Onze conclusie was om het vooral niet in te voeren. Deze conclusie wordt ondersteund door het commentaar van DNB/AFM op het voorstel van de StvdA (zie ons andere nieuwsbericht van vandaag). Om nog maar een keer de disproportinaliteit van het wetsvoorstel te benadrukken: “een op een middelloonstelsel gebaseerd ouderdomspensioenexcedent bedraagt per dienstjaar niet meer dan 0,056% van het pensioengevend loon.” Een werknemer met een modaal inkomen heeft een loon van € 33.000. Dat betekent een bedrag aan netto pensioenopbouw van ongeveer € 18,50 (!) per dienstjaar. Het lijkt erop dat het kabinet de weg volledig kwijt is.

Volgens het kabinet zullen de administratieve lasten voor bedrijven toenemen. Dit betreft primair de administratieve lasten bij uitvoerders/aanbieders van pensioen- en lijfrentecontracten die verband houden met de verplichte renseignering van relevante gegevens aan de Belastingdienst. Dat de lasten voor uitvoerder zullen toenemen, lijkt ons evident. Netto pensioensparen heeft echter niet alleen gevolgen voor het renseigneringsproces. Er zijn ook gevolgen voor de communicatie naar de deelnemer, het uitkeren van pensioenen (een gedeelte bruto en een gedeelte netto) etc.

Dus nogmaals onze oproep: begin er niet aan!

 

Auteur:  Erik Schouten, adviseur Aegon Adfis
Bron:  Aanbiedingsbrief wetsvoorstel wet verlaging maxiumumopbouw- en premiepercentages pensioenen en maximering pensioengevend inkomen, voorstel sociale partners.