Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Hoe staat het met de (fiscale) plannen over het aanvullende pensioen?

19 juli 2013

De wijzigingen en wijzigingsplannen voor pensioenen volgen elkaar in snel tempo op. Maar weet u nog wat de status is van al die plannen? En wanneer de wijzigingen ingaan of (misschien al) zijn ingegaan? En houdt het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zich nog aan de planning, die zij op 13 mei afgaf aan de Tweede Kamer, waarover wij u berichtten op 20 mei 2013?

In dit bericht gaan wij in op het aanvullende (tweede pijler) pensioen en het verhogen van de pensioenleeftijd.

Aangepast Witteveenkader met ingang van 1 januari 2014

De fiscale regels voor het aanvullend pensioen (ook wel Witteveenkader genoemd) veranderen per 1-1-2014. Op 1 januari 2014 gaat de pensioenrichtleeftijd naar 67 jaar. Vervolgens wordt deze pensioenrichtleeftijd op vergelijkbare wijze als de AOW-leeftijd gekoppeld aan de ontwikkeling van de levensverwachting. Dat wil zeggen dat jaarlijks wordt vastgesteld of de ontwikkeling van de levensverwachting aanleiding geeft om de pensioenrichtleeftijd te verhogen. Een verhoging van de pensioenrichtleeftijd vindt, anders dan bij de AOW-leeftijd, steeds plaats in stappen van een jaar. Vanaf 1 januari 2014 gaan de maximale opbouwpercentages van jaarlijks 2 naar 1,9 procent (eindloonregelingen) en van 2,25 naar 2,15 procent (middelloonregelingen). Opgebouwde pensioenaanspraken blijven intact. De maximale opbouwpercentages voor nabestaandenpensioen en wezenpensioen gaan in evenredigheid omlaag.

De beschikbare premiestaffels zijn ook aangepast. Op 12 februari 2013 is een aangepast staffelbesluit gepubliceerd door het Centraal Aanspreekpunt Pensioenen (CAP). Bijlage VI C van dit besluit geeft de maximale percentages voor beschikbare premieregelingen met een zogenoemde bruto-staffel.

Een pensioenrichtleeftijd die lager is dan 67 jaar is toegestaan. Volgens de Wet op de loonbelasting moet het pensioen dat ingaat vóór 67 dan wel actuarieel worden herrekend. Die herrekening kan plaatsvinden in de opbouwfase of op de ingangsdatum van het pensioen. Voor de opbouwfase heeft het CAP het volgende overzicht van de herrekende percentages gepubliceerd. De maximale opbouwpercentages voor ouderdomspensioen zijn:

Pensioenleeftijd   Opbouw% eindloon     Opbouw% middelloon
67 1,90 2,15
66 1,76 1,99
65 1,63      1,84
64 1,52      1,72
63  1,41      1,60
62 1,32      1,49
61 1,23 1,39
60 1,14      1,30

 

2015: netto staffels gelden voor alle premieovereenkomsten

Per 1 januari 2015 vervalt het staffelbesluit van 23 oktober 2007. Uiterlijk vanaf 1 januari 2015 moeten alle beschikbare premieregelingen uitgaan van de netto-staffels van bijlage I uit het staffelbesluit van 12 februari 2013. De pensioenuitvoerder mag bovenop deze staffels de werkelijke kosten en een premie voor premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid in rekening brengen. Bedragen voor het afdekken van beleggingsrisico’s moeten worden voldaan uit de netto-premie.

2015: verlaging maximum opbouw- en premiepercentages pensioenen en maximering pensioengevend inkomen?

Net voor de zomervakantie nam de Tweede Kamer de wetsvoorstellen beperking Witteveenkader en netto pensioensparen aan.

 

De belangrijkste punten uit deze wetsvoorstellen:

  • De maximale opbouwpercentages gaan vanaf in 2015 verder omlaag. Van jaarlijks 1,9 naar 1,55 procent (eindloonregelingen) en van 2,15 naar 1,75 procent (middelloonregelingen). Opgebouwde pensioenaanspraken blijven intact.
  • De maximale opbouwpercentages voor partnerpensioen en wezenpensioen gaan in evenredigheid omlaag.
  • Het pensioengevend loon wordt gemaximeerd op € 100.000. Bij dienstbetrekkingen in deeltijd wordt dit bedrag verminderd overeenkomstig de deeltijdfactor.
  • Introductie van het netto pensioen. Een kort overzicht van het netto pensioen vindt u hier.
  • De pensioenuitvoerder wordt verplicht om mee te werken aan afkoop van pensioen als de pensioengerechtigde daarom vraagt. Die verplichting geldt voor het deel van de pensioenaanspraak dat de pensioenregeling fiscaal bovenmatig maakt.

Commentaar

De wetswijziging per 1 januari 2014 verplicht werkgevers dus niet om de pensioeningangsdatum in pensioenregelingen te verhogen naar 67 jaar. Aanpassing van een regeling vanaf 1 januari 2014 is alleen (fiscaal) noodzakelijk wanneer het opbouwpercentage in de huidige pensioenregeling hoger is dan het door het CAP herrekende percentage bij de betreffende pensioenleeftijd. Ook een hogere AOW- dan de minimale (fiscale) franchise kan ertoe leiden dat aanpassing van een regeling vanaf 1 januari 2014 niet nodig is.

Per 1-1-2015 eindigt de overgangsregeling voor beschikbare premieregelingen. Veel beschikbare premieregelingen moeten dan gewijzigd zijn omdat zij anders een fiscaal bovenmatig pensioen opleveren. Een fiscaal bovenmatig pensioen brengt ongewenste consequenties voor werknemers en werkgevers.

Het wijzigen van een beschikbare premieregeling aan de netto staffels is voor werkgevers lastiger dan aanpassing aan het gewijzigde Witteveenkader. Waarom? Dit kunt u horen tijdens een workshop over beschikbare premieregelingen van Aegon Adfis. Tijdig starten met dit wijzigingstraject is van groot belang voor adviseurs en werkgevers! Kijk voor meer informatie over onze workshop op onze website. Of het wetsvoorstel verlaging maximum opbouw- en premiepercentages pensioenen en maximering pensioengevend inkomen wet wordt, is twijfelachtig. Alleen de regeringspartijen VVD en PvdA stemden voor. De Eerste Kamer kan daarom nog wel eens een struikelblok gaan vormen.

 

Bronnen:  Staffelbesluit 12 februari 2013; Vraag & Antwoord 12-004 van het CAP, wetsvoorstel aanpassing Witteveenkader 2015

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis