Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Hoe staat het met de lijfrente?

6 augustus 2014

De wijzigingen en wijzigingsplannen voor pensioenen volgen elkaar in snel tempo op. Maar weet u nog wat de status daarvan is? En wanneer de wijzigingen ingaan of (misschien al) zijn ingegaan? In dit bericht gaan wij in op de stand van zaken m.b.t. lijfrenten. Nettolijfrenten komen niet aan bod. In een apart nieuwsbericht, later deze week, besteden wij aandacht aan de nettolijfrenten.

Uiterste ingangsdatum lijfrente

Een (tijdelijke) oudedagslijfrente moet uiterlijk ingaan in het jaar waarin de lijfrentegerechtigde de leeftijd heeft bereikt die vijf jaar hoger is dan de AOW-ingangsleeftijd. Deze leeftijdsgrens geldt niet wanneer een onderneming wordt gestaakt na de AOW-ingangsleeftijd + vijf jaar. De lijfrentetermijnen die worden aangekocht voor de stakingswinst of oudedagsreserve moeten dan wel direct ingaan.

Voor de tijdelijke lijfrente geldt nog steeds een minimale duur van vijf jaar en een maximale uitkering per jaar van € 20.953,- (2014). Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd.

Veranderingen lijfrenten

Jaarruimte

In 2014 is de formule voor het bepalen van de jaarruimte: 15,5% (IG - AF) -7,2A - F.

Als gevolg van de verlaging van het Witteveenkader voor pensioenen, gaan het percentage en de vermenigvuldigingsfactor voor de pensioenaangroei vanaf 2015 omlaag naar respectievelijk 13,8 en 6,5.

De betekenis van de afkortingen blijft:

          IG = inkomensgrondslag (inkomen voorafgaand jaar)
          AF = AOW-franchise
          A = Pensioenaangroei (voorafgaand jaar)
          F = Toename van de oudedagsreserve (voorafgaand jaar)

Het inkomen in de inkomensgrondslag wordt vanaf 2015 gemaximeerd op € 100.000,-. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd.

De AOW-franchise is in 2013 en 2014 hetzelfde gebleven: € 11.829,-. Evenals de maximale inkomensgrondslag: € 162.457,-. Als de franchise in 2015 ongewijzigd blijft wordt de formule vanaf 2015: 13,8% * (€ 100.000,- - € 11.829,-) - 6,5A - F. Het maximale bedrag aan jaarruimte in 2015 wordt dan € 12.168,-. In 2014 bedraagt de maximale ruimte € 25.181,-. Een verschil van ruim € 13.000,-!

De exacte bedragen in de formule worden na Prinsjesdag bekend.

Reserveringsruimte

In 2014 is de formule voor de reserveringsruimte: 17% x PG max. € 6.989,- (of € 13.802,-). In 2015 blijft het percentage van 17 hetzelfde. Het hoge aftrekbedrag geldt vanaf AOW-datum -/- 10 jaar (Dit was tot 2013: 55 jaar).

De exacte maximale aftrekbedragen worden na Prinsjesdag bekend.

Ingangs- en einddatum
 

Soort lijfrente Ingangsdatum Einddatum
Oudedagslijfrente Uiterlijk de AOW-leeftijd + 5 jaar Overlijden
Tijdelijke oudedagslijfrente (opgebouwd tot 2014) Niet eerder dan het kalenderjaar waarin de 65-jarige leeftijd wordt bereikt en...
Niet later dan het kalenderjaar waarin de 70-jarige leeftijd wordt bereikt of AOW-gerechtigde leeftijd + 5 jaar
Minimaal 5 jaar na de ingangsdatum
Tijdelijke oudedagslijfrente (opgebouwd na 1-1-2014) Niet eerder dan het kalenderjaar waarin de AOW-gerechtigde leeftijd wordt bereikt en...
Niet later dan vijf jaar na het kalenderjaar waarin de AOW-gerechtigde leeftijd is bereikt
Minimaal 5 jaar na de ingangsdatum
 
Overbruggingslijfrente Vrij Kalenderjaar waarin: de 65-jarige leeftijd wordt bereikt of
de AOW-gerechtigde leeftijd wordt bereikt of
het pensioen ingaat

Lijfrente in de winstsfeer

Op 3 juni 2014 publiceerde de Staatsecretaris van Financiën een geactualiseerd verzamelbesluit Lijfrente in de winstsfeer. Dit verzamelbesluit heeft betrekking op lijfrenten bij het staken van de onderneming en bij afname van de oudedagsreserve.

Een aftrekbare lijfrente kan worden bedongen als tegenprestatie voor de overdracht van (een deel van) een onderneming. De lijfrente moet worden bedongen bij een verzekeraar of een overnemende ondernemer. Als de lijfrente is bedongen bij de overnemende onderneming, dan mag bij overdracht van die onderneming de lijfrenteverplichting niet zonder meer worden overgedragen. Dit mag alleen als de gehele onderneming wordt overgedragen.

In enkele gevallen is het -na goedkeuring van de belastingdienst- mogelijk om de lijfrenteverplichting fiscaal geruisloos aan de overnemende ondernemer over te dragen. Bijvoorbeeld bij een juridische splitsing/fusie of als bij de overdracht van de onderneming een vermogensbestanddeel achterblijft dat geen enkele functie meer heeft.

Tijdstip premiebetaling lijfrente in de winstsfeer

Bij omzetting van de oudedagsreserve en/of stakingswinst in een lijfrente moeten de lijfrentepremies binnen zes maanden na afloop van het kalenderjaar betaald zijn. De ondernemer kan de inspecteur om verlenging van het termijn vragen. Dit kan als de termijnoverschrijding wordt veroorzaakt door een omstandigheid die de belastingplichtige redelijkerwijs niet kan worden aangerekend. Een verlenging is ook mogelijk als de inspecteur bij de aanslagregeling correcties op de stakingswinst aanbrengt.

Tijdstip bedingen lijfrente bij inbreng onderneming in een BV

Voor het tijdstip van bedingen van een lijfrente is van belang of er sprake is van een geruisloze overdracht of een ruisende inbreng. Bij een geruisloze overdracht moet de lijfrente voor afname van de oudedagsreserve worden bedongen binnen zes maanden na het kalenderjaar waarin de BV tot stand is gekomen.

Als bij een ruisende inbreng de stakingswinst wordt aangegeven in het jaar dat de voorovereenkomst is getekend, dan moet de BV tot stand zijn gekomen en de lijfrente zijn bedongen voor 1 juli van het daaropvolgend jaar. Als de stakingswinst wordt aangeven in het jaar dat de BV tot stand is gekomen, dan moet de lijfrente uiterlijk binnen zes maanden van het daaropvolgend jaar zijn bedongen.

Overlijden na staking, maar voordat lijfrente is bedongen

Premies voor lijfrenten kunnen onder voorwaarden in aftrek worden gebracht op het inkomen in box 1 van degene door wiens overlijden de onderneming is gestaakt. Zo moet een verzoek worden gedaan bij de aangifte van de overledene en moet het gaan om premies voor lijfrenten waarvan de uitkering direct ingaan.

De Staatssecretaris staat toe dat de erfgenamen de wettelijke regeling ook mogen toepassen als de ondernemer overlijdt nadat hij zijn onderneming heeft gestaakt maar voordat hij een lijfrente heeft bedongen. De erfgenamen moeten de inspecteur hiervoor om goedkeuring vragen. Zowel voor de wettelijke regeling als bij een verzoek tot goedkeuring geldt lijfrentepremieaftrek alleen voor een nabestaandenlijfrente.

Stamrechtvrijstelling voor een ontslagvergoeding

Met ingang van 1 januari 2014 is de stamrechtvrijstelling afgeschaft. Voor bestaande stamrechten geldt een overgangsregime. Bij gehele of gedeeltelijke afkoop is vanaf 1 januari 2014 geen revisierente meer verschuldigd.

Als een ontslagstamrecht in 2014 in één keer wordt afgekocht wordt maar 80% van het stamrecht belast. Hiervoor gelden als extra voorwaarden dat het ontslagstamrecht tot stand moet zijn gekomen vóór 1-1-2014 en dat de stamrechtkoopsom betaald is vóór 15-11-2013. Wanneer een gedeelte van het stamrecht wordt afgekocht in 2014 of het stamrecht na 2014 volledig wordt afgekocht, geldt de 80%-regeling niet.

Commentaar

Als gevolg van de Wet verlaging maximumopbouw- en premiepercentages pensioen en maximering pensioengevend inkomen wordt, net als voor pensioen, vanaf 2015 ook de lijfrente fiscaal versoberd. Dit betekent dat het maximaal aftrekbare bedrag aan lijfrentepremie fors verlaagd wordt. Vooral ondernemers en ZZP'ers die van lijfrente afhankelijk zijn voor hun oudedagsvoorziening kunnen hierdoor getroffen worden. Zij zullen zich moeten beraden op andere manieren om in hun oudedag te voorzien, misschien wel met een nettolijfrente. Een belangrijke taak voor de adviseur om hen bij het maken van keuzes bij te staan.

In het geactualiseerde verzamelbesluit lijfrente in de winstsfeer geeft de Staatssecretaris meer duidelijkheid en goedkeuringen ten aanzien van de uitvoering van stakingslijfrentes en oudedagsreserves.

 

Auteur: Sjoerd Brouwer, adviseur Aegon Adfis