Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Hoe staat het met het aanvullende pensioen?

28 juli 2014

De wijzigingen en wijzigingsplannen voor pensioenen volgen elkaar in snel tempo op. Maar weet u nog wat de status daarvan is? En wanneer de wijzigingen ingaan of (misschien al) zijn ingegaan? In dit bericht gaan wij in op het aanvullende (tweede pijler) pensioen en het verhogen van de pensioenleeftijd.

2014: aangepast Witteveenkader

De fiscale regels voor het aanvullend pensioen (ook wel Witteveenkader genoemd) veranderden op 1 januari 2014. De pensioenrichtleeftijd ging naar 67 jaar en is op vergelijkbare wijze als de AOW-leeftijd gekoppeld aan de ontwikkeling van de levensverwachting. Dat wil zeggen dat het ministerie van Financiën jaarlijks vastgestelt of de ontwikkeling van de levensverwachting aanleiding geeft om de pensioenrichtleeftijd te verhogen. Een verhoging van de pensioenrichtleeftijd vindt, anders dan bij de AOW-leeftijd, steeds plaats in stappen van een jaar.

Op 1 januari 2014 gingen de maximale opbouwpercentages naar beneden. Van 2 naar 1,9 procent (eindloonregelingen) en van 2,25 naar 2,15 procent (middelloonregelingen). Opgebouwde pensioenaanspraken blijven intact. De maximale opbouwpercentages voor nabestaandenpensioen en wezenpensioen gingen in evenredigheid omlaag.

De beschikbare premiestaffels zijn ook aangepast. Op 12 februari 2013 is een aangepast staffelbesluit gepubliceerd door het Centraal Aanspreekpunt Pensioenen (CAP). Bijlage VI C van dit besluit geeft de maximale percentages voor beschikbare premieregelingen met een zogenoemde bruto-staffel.

2015: verlaging maximum opbouw- en premiepercentages pensioenen en maximering pensioengevend inkomen

De maximale opbouwpercentages gaan in 2015 verder omlaag. Van jaarlijks 1,9 naar 1,657 procent (eindloonregelingen) en van 2,15 naar 1,875 procent (middelloonregelingen). De staffels voor beschikbare premieregelingen gaan navenant omlaag, evenals de maximale opbouwpercentages voor partnerpensioen en wezenpensioen. Opgebouwde pensioenaanspraken blijven intact.

Het pensioengevend loon is vanaf 1 januari 2015 maximaal € 100.000,- (geïndexeerd). Werknemers met een hoger salaris dan € 100.000,- kunnen ter compensatie van het gemis aan pensioenopbouw een netto pensioen (netto lijfrente) sluiten. De waarde hiervan telt niet mee als bezitting in box 3. Hiervoor gelden diverse voorwaarden. Op 8 augustus krijgt u in een nieuwsbericht een overzicht van  de nettolijfrente. Maximering van het pensioengevend loon geldt niet voor arbeidsongeschiktheidspensioen. Voor arbeidsongeschiktheidspensioen stelt de fiscale wetgeving als grens dat deze niet mag uitgaan 'boven hetgeen naar maatschappelijke opvattingen redelijk moet worden geacht.' Die bepaling blijft ongewijzigd. In de kamerbehandeling is bevestigd dat de aftopping niet geldt voor het arbeidsongeschiktheidspensioen.

2015: Lagere pensioenrichtleeftijd toegestaan

Een pensioenrichtleeftijd lager dan 67 jaar is toegestaan. Volgens de Wet op de loonbelasting moet het pensioen dat ingaat vóór 67 dan wel actuarieel worden herrekend. Die herrekening kan plaatsvinden in de opbouwfase of op de ingangsdatum van het pensioen. Voor de opbouwfase publiceerde het CAP het volgende overzicht van de herrekende percentages. De maximale opbouwpercentages voor ouderdomspensioen zijn:

 

Pensioenleeftijd volgens pensioenregeling Maximaal opbouwpercentage ouderdomspensioen in een eindloonstelsel Maximaal opbouwpercentage ouderdomspensioen in een middelloonstelsel
67 1,657 1,875
66 1,536 1,739
65 1,428 1,616
64 1,329 1,504
63 1,240 1,403
62 1,158 1,311
61 1,084 1,226
60 1,015 1,149

Bron: Vraag en antwoord 14-008, Belastingdienst-pensioensite.

2015: Franchise

Vanaf 1 januari 2015 wijzigt artikel 18a, derde lid Wet LB. Hierdoor kan in 40 jaar (was 37 jaar) een pensioen van 75% van een gemiddeld salaris worden opgebouwd. De minimaal in aanmerking te nemen AOW-franchise voor een middelloonregeling wordt hierdoor lager. De minimale franchise verschilt per gekozen pensioensysteem.

In cijfers (bedragen 2014)

Verzekerde regelingen Tot en met 2014 Vanaf 2015
Eindloon € 13.449,- € 14.204,-
Middelloon / beschikbare premie € 13.449,- € 12.552,-

 
Verschillende franchises bij verschillende pensioensystemen werkt verwarrend. Het Verbond van Verzekeraars pleit voor één minimale franchise voor alle pensioensystemen: een franchise zoals voor het middelloonsysteem, uitgaande van 100/75. Hierop is nog geen reactie gegeven door het ministerie van Financiën.

2015: netto staffels gelden voor alle premieovereenkomsten

Vanaf 1 januari 2015 gelden voor alle beschikbare premieregelingen de - aan Witteveen-2015 aangepaste - netto-staffels van bijlage I uit het staffelbesluit van 12 februari 2013. Op 29 april 2014 publiceerde het CAP de (voorlopig) aangepaste staffels. Lees hier de voorlopige staffels van het CAP. De gewijzigde premiestaffels worden nog bij beleidsbesluit definitief vastgesteld.

2016: pensioenrichtleeftijd naar 68?

Het CBS publiceert één keer per twee jaar de benodigde kerncijfers in de formule die bepaalt of de pensioenrichtleeftijd omhoog gaat. De laatste keer dat zij dit publiceerde was op 13 december 2012. De CBS-tafels leidden toen niet tot een verhoging van de pensioenrichtleeftijd. De eerstvolgende keer dat het CBS de macro gemiddelde levensverwachting publiceert zal naar verwachting december 2014 zijn. Aangezien de Wet op de loonbelasting voorschrijft dat een wijziging uiterlijk één jaar voor de wijziging bekend moet zijn gemaakt, is uiterlijk op 31 december 2014 bekend of de pensioenrichtleeftijd op 1 januari 2016 omhoog gaat naar 68.

Commentaar

De wetswijziging per 1 januari 2015 verplicht werkgevers niet om de pensioeningangsdatum in pensioenregelingen te verhogen naar 67 jaar of de pensioenopbouwpercentages te verlagen. Aanpassing van een regeling vóór 1 januari 2015 is alleen (fiscaal) noodzakelijk wanneer het opbouwpercentage in de huidige pensioenregeling hoger is dan het door het CAP herrekende percentage bij de betreffende pensioenleeftijd. Ook een hogere AOW- dan de minimale (fiscale) franchise kan ertoe leiden dat aanpassing van een regeling vanaf 1 januari 2015 niet nodig is. Volgens schattingen moet ongeveer 95% van alle pensioenregelingen worden aangepast vóór 1 januari.

 

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis