Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Hoe zit het met tijdelijke lijfrenten?

11 februari 2014

De Kennisgroep Verzekeringsproducten van de belastingdienst publiceerde een aantal vragen en antwoorden over lijfrenten. Naast een actualisering van al bestaande vragen en antwoorden is er ook aan aantal nieuwe gepubliceerd, vooral over overbruggings- en tijdelijke lijfrenten. Dit was nodig in verband met de wetswijzigingen in verband met de verhoging van de AOW-leeftijd. In dit nieuwsbericht een overzicht van enkele nieuwe vragen en antwoorden.

Overbruggingslijfrenten

Overbruggingslijfrente mag ook eindigen in het jaar van AOW-gerechtigheid

Tot 2006 was premie-aftrek mogelijk voor een overbruggingslijfrente. Een overbruggingslijfrente moet eindigen in het jaar dat de 65-jarige leeftijd wordt bereikt of in het jaar dat een pensioen ingaat. Een overbruggingslijfrente mag nu ook eindigen in het jaar dat de AOW-leeftijd wordt bereikt. De staatssecretaris van financiën keurde dit (ook) al goed in het besluit van 17 december 2013, nr. BLKB 2013/2201M (zie ons nieuwsbericht van 6 januari). Het vrije keuzemoment houdt in dat een overbruggingslijfrente ook mag eindigen in het jaar dat een pensioen ingaat. Dit kan een later jaar zijn dan het jaar dat de AOW-leeftijd wordt bereikt.

Tijdelijke oudedagslijfrenten

Wetswijziging 2014; gevolgen voor opmaak polissen en overeenkomsten?

Met ingang van 1 januari 2014 mogen tijdelijke oudedagslijfrenten niet eerder ingaan dan het jaar waarin de AOW ingaat. Deze wetswijziging heeft geen gevolgen voor lijfrenteverzekeringen in de opbouwfase. In vrijwel alle gevallen staat op de polis dat het lijfrentekapitaal bestemd is voor een (levenslange) oudedagslijfrente.

Eerbiedigende werking; ook nieuw regime mogelijk

Voor aanspraken die zijn opgebouwd tot 1 januari 2014 geldt overgangsrecht. Volgens dit overgangsrecht gelden de regels voor de tijdelijke lijfrente die bestonden op 31 december 2013. Dat wil zeggen dat de tijdelijke oudedagslijfrente moet ingaan tussen het jaar waarin de 65-jarige leeftijd wordt bereikt en het jaar waarin de 70-jarige leeftijd wordt bereikt. Als het overgangsrecht van toepassing is kan toch volledig gekozen worden voor het nieuw  regime. Deze lijfrente mag dan ingaan tussen het jaar waarin de AOW-gerechtigde leeftijd wordt bereikt en vijf jaar daarna. Het is ook mogelijk om deels te kiezen voor het overgangsrecht en voor het resterende deel voor het nieuw regime.

Eerbiedigende werking conform systematiek voor overbruggingslijfrenten

De gepubliceerde vragen over de overbruggingslijfrente zijn zoveel mogelijk overeenkomstig van toepassing op de tijdelijke oudedagslijfrenten.

Commentaar

Het is een goede gewoonte dat de belastingdienst onduidelijkheden in wetgeving wegneemt door het publiceren van vragen en antwoorden. Wij juichen het toe dat over lijfrenten recentelijk weer een nieuw besluit is gepubliceerd.
Het overgangsrecht in combinatie met het nieuwe recht is best wel onoverzichtelijk geworden. Hierna vindt u daarom een samenvatting in schemavorm.

Soort lijfrente Ingangdatum Einddatum
Overbruggingslijfrente Vrij Het kalenderjaar waarin:
de 65-jarige leeftijd wordt bereikt
of de AOW-gerechtigde leeftijd wordt bereikt
of het pensioen ingaat
Tijdelijke oudedagslijfrente (opgebouwd tot 2014) Niet eerder dan het kalenderjaar waarin de 65-jarige leeftijd wordt bereikt en
Niet later dan het kalenderjaar waarin de 70-jarige leeftijd wordt bereikt
Minimaal 5 jaar na de ingangsdatum
Tijdelijke oudedagslijfrente (opgebouwd na 1-1-2014) Niet eerder dan het kalenderjaar waarin de AOW-gerechtigde leeftijd wordt bereikt en
Niet later dan vijf jaar na het kalenderjaar waarin de AOW-gerechtigde leeftijd is bereikt
Minimaal 5 jaar na de ingangsdatum

 

Auteur: 

Johannes van der Veen, fiscalist Aegon Leven

Erik Schouten, adviseur Aegon Adfis

Bron: Vragen en antwoorden over overbruggingslijfrenten, tijdelijke oudedagslijfrenten, afkoop kleine lijfrenten en lijfrentesparen, 21 januari 2014.