Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Hogere opbouwpercentages bij hogere franchise

3 januari 2013

In dit Besluit wijst de Minister pensioenregelingen die nog uitgaan van hoge opbouwpercentages collectief aan als een zuivere pensioenregeling.

 

Aanwijzing 

Volgens de Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd mogen de opbouwpercentages van pensioenregelingen met ingang van 1 januari 2014 niet hoger zijn dan respectievelijk 1,9% (eindloon) en 2,15% (middelloon). Als in pensioenregelingen nog wordt uitgegaan van een opbouwpercentage van 2% (eindloon) of 2,25% middelloon hoeven partijen deze regelingen niet per 1 januari 2014 aan te passen. Voorwaarde voor deze collectieve aanwijzing is, dat zij het resultaat van de hogere opbouw compenseren door een hogere franchise of een lagere pensioengrondslag. De Minister geeft in het Besluit aan, op welke wijze partijen deze compensatie kunnen berekenen.

De verhoogde franchise is afhankelijk van de hoogte van het pensioengevend loon. Hoe hoger het pensioengevend loon is hoe hoger de franchise moet zijn. Als partijen uitgaan van een verlaagde pensioengrondslag moet de verlaging in verhouding liggen van de overschrijding van het opbouwpercentage. Bijvoorbeeld als partijen in een eindloonregeling uitgaan van een opbouw van 2% per dienstjaar moeten zij in de pensioenregeling de pensioengrondslag vermenigvuldigen met de factor 1,9/2.

 

Tijdelijk

Volgens het Besluit is deze collectieve aanwijzing tijdelijk. Partijen kunnen hierop een beroep doen tot 1 januari 2015. Vanaf die datum moeten zij de regeling aanpassen aan het nieuwe fiscale kader voor opbouw van pensioen. Maar wij denken dat een werkgever na die datum individueel een beroep kan doen op artikel 19d, van de Wet LB 1964 Volgens dit artikel kan de Minister van Financiën onzuivere pensioenregelingen aanwijzen als pensioenregeling. Het gaat daarbij om regelingen die op bepaalde onderdelen een geringe afwijking hebben van het fiscale kader. Maar het totale resultaat van die regelingen mag niet uitgaan boven het resultaat van een maximaal aanvaardbare regeling. Als de werkgever voldoet aan de hiervoor benoemde voorwaarden is nog steeds sprake van een geringe afwijking die wordt gecompenseerd met de overige bepalingen van de regeling.

 

Conclusie

Met dit Besluit voorkomt de minister dat werkgevers in 2014 individuele verzoeken doen voor aanwijzing van de pensioenregeling. Maar voor partijen die ook na 2015 een hoger opbouwpercentage wensen te hanteren is dit uitstel van executie. 
Feitelijk is dit Besluit het spiegelbeeld van pensioenregelingen waarin wordt uitgegaan van een lagere franchise. Voor deze regelingen is  een specifieke bepaling getroffen in artikel 10aa van het Uitvoeringsbesluit LB. Waarom is dit ook niet gedaan voor pensioenregelingen met een hogere opbouw en een hogere franchise of lagere pensioengrondslag?

Overigens zijn wij van mening dat de methode met een verhoogde franchise erg bewerkelijk is. Immers voor werknemers met een verschillend loon geldt een verschillende franchise. Het is niet eenvoudig om dit op een juiste wijze in de pensioenovereenkomst of pensioenreglement te formuleren.

 

Auteur: Paul Lavrijssen, adviseur AEGON Adfis
Bron: Besluit 27 november 2012, Nr. BLKB 2012 1628M, Staatcourant 2012, 26787