Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Hogere opbouwpercentages bij hogere franchise, deel 2

28 februari 2013

In het besluit van 27 november 2012 wijst de minister pensioenregelingen die nog uitgaan van hoge opbouwpercentages collectief aan als een zuivere pensioenregeling. Deze aanwijzing geldt ook voor lagere pensioenrichtleeftijden.

 

Aanwijzing

Volgens de Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd mogen de opbouwpercentages van pensioenregelingen met ingang van 1 januari 2014 niet hoger zijn dan respectievelijk 1,9% (eindloon) en 2,15% (middelloon). Als partijen in een pensioenregeling nog uitgaan van een opbouwpercentage van 2% (eindloon) of 2,25% (middelloon) hoeven ze deze regeling niet per 1 januari 2014 aan te passen. Voorwaarde voor deze aanwijzing is dat zij het resultaat van de hogere opbouw compenseren door een hogere franchise of een lagere pensioengrondslag. De minister geeft in het besluit aan, op welke wijze partijen deze compensatie kunnen berekenen.

De verhoogde franchise is afhankelijk van de hoogte van het pensioengevend loon. Hoe hoger het pensioengevend loon is, hoe hoger de franchise moet zijn. Als partijen uitgaan van een verlaagde pensioengrondslag moet de verlaging in verhouding liggen van de overschrijding van het opbouwpercentage. Bijvoorbeeld als partijen in een eindloonregeling uitgaan van een opbouw van 2% per dienstjaar moeten zij in de pensioenregeling de pensioengrondslag vermenigvuldigen met de factor 1,9/2.

Deze aanwijzing geldt ook als partijen uitgaan van een lagere pensioenleeftijd. In dat geval moeten partijen bij de herberekening uitgaan van de maximale opbouwpercentages die gelden bij de lagere pensioenrichtleeftijd. Deze zijn gepubliceerd in Vraag & Antwoord 12-004. Zie ook ons nieuwsbericht van 18 juni 2012. In het voorbeeld van de eindloonregeling geldt bij een pensioenleeftijd van 65 jaar een maximaal opbouwpercentage van 1,63% per jaar. Als partijen in de pensioenregeling wensen uit te gaan van een pensioenrichtleeftijd van 65 jaar en een opbouwpercentage van 2% moeten zij in de regeling de pensioengrondslag vermenigvuldigen met de factor 1,63/2.

 

Tijdelijk

De aanwijzing is het besluit is tijdelijk. Partijen kunnen hierop een beroep doen tot 1 januari 2015. Vanaf die datum moeten zij de regeling aanpassen aan het nieuwe fiscale kader voor opbouw van pensioen. Maar wellicht kunnen zij na die datum individueel een aanwijzing van de pensioenregeling vragen.

 

Conclusie

De uitbreiding van de collectieve aanwijzing voor regelingen met een lagere pensioendatum is geen verassing. Want door de actuarieel gekorte opbouwpercentages te gebruiken bereikt men het zelfde resultaat.

Auteur: Paul Lavrijssen, adviseur AEGON Adfis
Bron: Vraag & Antwoord 13-001 d.d. 140213, Centraal Aanspreekpunt Pensioen