Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Hoofdijnen van de Wet VUT, Prepensioen en Levensloop op een rij

3 januari 2015

De hoofdijnen van de Wet VUT, Prepensioen en Levensloop voor u op een rij.

VUT

  • Met ingang van 1 januari 2005 wordt het sluiten van nieuwe VUT-regelingen fiscaal ontmoedigd
  • Met ingang van 1 januari 2005 geldt voor bestaande regelingen:
    • dat de werknemersbijdrage voor VUT tot het loon behoort(tot en met 31 december 2010 is dit slechts de helft. Vanaf 1 januari 2011 behoort de gehele werknemersbijdrage voor VUT tot het loon)
    • dat de aanspraak voor VUT niet tot het loon behoort
    • dat de uitkeringen uit VUT wel tot het loon behoren 
    • dat voor de inhoudingsplichtige geldt dat een op hem drukkende bijdrage en/of uitkering ingevolge een VUT-regeling loon is en als eindheffingsbestanddeel moet worden belast met 52% (tot en met 31 december 2010 is dit 26% in plaats van 52%).

 Overgangsrecht

  • voor op 31 december 2004 bestaande regelingen, gelden tot 31 december 2005 de huidige regels
  • voor werknemers die op 31 december 2004 de leeftijd van 55 jaar hebben bereikt blijven de huidige regels van toepassing, mits de uitkeringen ingevolge de VUT-regeling met inachtneming van algemeen aanvaarde actuariële grondslagen worden herrekend ingeval de uitkeringen later ingaan dan op de in de regeling vastgestelde ingangsdatum. Er dient een controleerbare splitsing aangebracht te worden voor mensen jonger dan 55 en 55 jaar of ouder per 1 januari 2005.

 

 Prepensioen

Vanaf  1 januari 2005 vervalt de omkeerregel voor prepensioen;
 
Overgangsrecht:

  • voor op 31 december 2004 bestaande regelingen gelden tot en met 31 december 2005 de huidige regels
  • voor aanspraken die tot en met 31 december 2005 zijn opgebouwd blijven de huidige regels van toepassing
  • voor werknemers die op 31 december 2004 de leeftijd van 55 jaar hebben bereikt blijven de huidige regels van toepassing, mits de uitkeringen ingevolge de prepensioenregelingen, met inachtneming van algemeen aanvaarde actuariële grondslagen, worden herrekend als de uitkeringen later ingaan dan op de in de regeling vastgestelde ingangsdatum en de prepensioenregeling de mogelijkheid van deeltijdpensioen biedt.

 

Ouderdomspensioen

  • Vanaf 1 januari 2005 geldt de omkeerregel alleen maar voor een ouderdomspensioen van maximaal 100% van het pensioengevend salaris vanaf 65 jaar. Het is mogelijk om eerder met pensioen te gaan, maar dan moet het pensioen vanaf leeftijd 65 actuarieel herrekend worden.
  • Geen verdere beperking van het Witteveen-kader
  • Maximale opbouw, bij een franchise van € 11.366, is voor eindloon 2% en voor middelloon 2.25% van de pensioengrondslag
  • Is het onder bepaalde voorwaarden mogelijk om een 40-deelnemingsjaren pensioen toe te zeggen. Dit komt er op neer dat indien een werknemer 40 deelnemingsjaren heeft, het mogelijk is om op 63-jarige leeftijd met pensioen te gaan met 70% van het laatstgenoten loon;
  • Is het mogelijk om een lagere AOW-franchise in te bouwen indien er ook een lager opbouwpercentage wordt gehanteerd

Overgangsrecht:

  • voor op 31 december 2004 bestaande regelingen gelden tot en met 31 december 2005 de huidige regels
  • voor werknemers die op 31 december 2004 de leeftijd van 55 jaar hebben bereikt blijven de huidige regels van toepassing
  • voor aanspraken die op 31 december 2005 zijn opgebouwd blijven de huidige regels van toepassing

 

Overbruggingspensioen

Vanaf 1 januari 2005:

  • Vervalt de omkeerregel voor overbruggingspensioen.

Overgangsrecht:

  • voor op 31 december 2004 bestaande regelingen gelden tot en met 31 december 2005 de huidige regels;
  • voor werknemers die op 31 december 2004 de leeftijd van 55 jaar hebben bereikt blijven de huidige regels van toepassing;
  • voor aanspraken die op 31 december 2005 zijn opgebouwd blijven de huidige regels van toepassing;

 

Levensloop

Vanaf 1 januari 2006 wordt de levensloopregeling ingevoerd. De deelname aan de levensloopregeling is een wettelijk recht voor alle werknemers. Er wordt gespaard vanuit het brutoloon. De belastingheffing wordt uitgesteld tot het moment van opname. Daarbij is vastgesteld dat er alleen gespaard kan worden in geld, niet in tijd. Voorwaarden verbonden aan levensloop:

  • een werknemer heeft het recht om jaarlijks 12% van zijn loon in een levensloopregeling te sparen
  • er mag totaal maximaal 210% van het laatstverdiende jaarloon aan levensloopfinanciering worden opgebouwd
  • jaarlijks moet een keuze worden gemaakt tussen sparen/verzekeren in een levensloopregeling en sparen in een spaarloonregeling
  • levensloop mag worden omgezet in pensioen, zolang je binnen de fiscale grenzen voor pensioen blijft
  • als de levensloopvoorziening op 65 jaar nog niet is aangewend, wordt de voorziening aangemerkt als loon en uit dien hoofde belast
  • bij opname uit de levensloopregeling geldt een levensloopverlofkorting van € 183 per jaar dat er is toegevoegd aan de levensloopregeling
  • de werkgever mag bijdragen aan de levensloopregeling, voor die bijdragen geldt de omkeerregel. De werkgever mag aan zijn bijdrage geen voorwaarden verbinden met betrekking tot de opname. Daarnaast geldt dat, wanneer de werkgever bijdragen geeft aan de deelnemers in een levensloopregeling, ook de werknemers die niet deelnemen aan de levensloopregeling een zelfde bijdrage moeten krijgen.