Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Inkoop AOW-jaren minder aantrekkelijk

27 maart 2014

Staatssecretaris Klijnsma scherpt de voorwaarden voor het vrijwillig inkopen van ontbrekende AOW-opbouwjaren aan. De aanvrager moet voortaan niet alleen verplicht verzekerd zijn voor de AOW, maar ook in Nederland werkzaam zijn. En Klijnsma stelt nog meer voorwaarden. De wijzigingen gelden vanaf 24 maart 2014.

Inkoopregeling in de AOW

De inkoopregeling in de AOW is in de jaren '50 van de vorige eeuw gemaakt voor mensen die repatrieerden uit de toenmalige overzeese rijksdelen. Dit om te voorkomen dat deze mensen in behoeftige omstandigheden terecht zouden komen. De inkoopregeling maakt het mogelijk om onverzekerde opbouwjaren in te kopen. Dit kan iemand doen tot 10 jaar na vestiging in Nederland. De premie is een percentage van het inkomen. Indien degene die in het jaar dat hij inkoopt geen of weinig inkomen in het herkomstland ontving, betaalt hij voor de inkoop van dat jaar  de minimumpremie. Deze bedraagt in 2014 € 507, ofwel 10% van de maximumpremie.

Misbruik inkoopregeling

Tegenwoordig is het niet meer vanzelfsprekend dat arbeidsmigranten en hun gezinsleden in Nederland blijven wonen. Velen komen tijdelijk naar Nederland. Het is niet in overeenstemming met de oorspronkelijke bedoeling van de wet als iemand gedurende een kort verblijf in Nederland alle onverzekerde opbouwjaren tegen een minimumpremie inkoopt en vervolgens terugkeren naar het land van herkomst met een recht op een vrijwel volledige AOW-uitkering bij het bereiken van de AOW-leeftijd Ter voorkoming van dit onbedoeld gebruik stelt Staatssecretaris Klijnsma voor om de voorwaarden aan te scherpen.

Nieuwe voorwaarden

Volgens het wetsvoorstel moeten betrokkenen niet alleen vijf jaar verplicht verzekerd zijn voor de AOW, maar ook minstens vijf jaar in Nederland werkzaam zijn als werknemer of als zelfstandige. Verder kan men alleen onverzekerde opbouwjaren inkopen als men in die jaren niet elders een wettelijk verplichte ouderdomsverzekering had.
Een andere aanscherping is de verhoging van de minimumpremie. Voor de minimumpremie wordt niet meer uitgegaan van het feitelijk inkomen in het verleden en het premiepercentage in het verleden. Voorgesteld wordt de minimumpremie over elk in te kopen jaar gelijk te stellen aan de premie die behoort bij het actuele, dat wil zeggen op het tijdstip van de indiening van de aanvraag geldende, wettelijk minimum (jeugd) loon (WML) over een kalenderjaar in Nederland.

Inwerkingtreding met terugwerkende kracht

Het wetsvoorstel zal voor advies worden voorgelegd aan de Raad van State. Het voorstel treedt met terugwerkende kracht tot en met 24 maart 2014 in werking.

Commentaar

De staatssecretaris verwachtte een toeloop op de gunstige AOW-regeling wanneer de aangescherpte voorwaarden niet direct van toepassing zouden zijn. Dit maakt het nodig om het voorstel met terugwerkende kracht in werking te laten treden. Dit voorstel gaat in op 24 maart 2014, het moment waarop het bekend is gemaakt op Rijksoverheid.nl.

Met ingang van 24 maart 2014 behandelt de Sociale verzekeringsbank (SVB) aanvragen voor de inkoopregeling op basis van de nieuwe, aangescherpte regels. De SVB heeft haar site daarop  aangepast. De minimumpremie 2014 voor inkoop van dienstjaren is volgens die site even hoog als de premie die hoort bij het wettelijk minimumloon. Voor 2014 €  2.407. Dat scheelt nogal met de situatie voor aanscherping van de voorwaarden. Toen bedroeg de minimumpremie € 507.

 

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis
Bron: Brief Staatssecretaris Klijnsma aan de Tweede Kamer, d.d. 24 maart 2014