Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Kabinet verkent invulling hogere AOW-leeftijd

19 juni 2009

Het kabinet heeft in het aanvullend beleidsakkoord opgenomen de AOW-gerechtigde leeftijd te willen verhogen van 65 jaar naar 67 jaar. (Zie ook actueel 09-14.) Het kabinet heeft in een notitie de achtergronden van dit besluit toegelicht en de mogelijke invulling van een hogere pensioenleeftijd gegeven. De Tweede Kamer had hierom gevraagd. Met de sociale partners is afgesproken dat de SER tot 1 oktober 2009 een alternatief voor de verhoging van de AOW-leeftijd kan aanreiken. Het kabinet zal dan ook pas na 1 oktober van dit jaar een definitief besluit nemen over de verhoging van de AOW-leeftijd naar 67 jaar.

In de notitie beschrijft het kabinet de verwachte gevolgen van de verhoging van de AOW-leeftijd, de vele verschillende manieren waarop die verhoging kan worden uitgewerkt en waarop de aanpassing kan worden ingevoerd.

Varianten verhogen pensioenleeftijd

Als varianten voor verhogen pensioenleeftijd worden in de notitie onder andere besproken:

  • flexibele pensioenleeftijd, waarbij gedacht kan worden aan koppeling aan levensverwachting of  aan het arbeidsverleden. Van koppeling aan het arbeidsverleden is het voordeel het effect op de arbeidsparticipatie. Maar nadelen zijn onder andere de lange inlooptijd, het goed definiëren van “arbeidsverleden”, de registratie, hoe om te gaan met arbeidsongeschiktheid, deeltijdwerk of tijdelijk geen baan;
  • combinatie van vaste pensioenleeftijd en arbeidsverleden, waarbij het recht op AOW gekoppeld is aan een pensioenrichtleeftijd, maar ook ontstaat na 45 gewerkte jaren;
  • de flexibilisering van de AOW zoals opgenomen in het wetsvoorstel dat momenteel in de Tweede Kamer ligt (zie actueel 08-50)

Varianten invoeren verhoogde pensioenleeftijd

Het is niet de bedoeling van het kabinet om de verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd zonder enige overgang in te voeren. Van ouderen wordt niet verwacht dat zij plotseling twee jaren langer moeten werken en van werkgevers niet dat zij van de ene op de andere dag hun planning omgooien.

Ook voor de wijze van invoering worden een aantal varianten besproken waaronder:

  • in kleine stappen, wat uitvoeringstechnisch lastig is en pas over tientallen jaren volledig effect zal hebben,
  • met verschillende snelheden, waarbij elke paar jaar de verhoging van de AOW-leeftijd met meer maanden toeneemt, zodat de ouderen van nu er de minste gevolgen van ondervinden,
  • onmiddellijke invoering met een overgangstermijn voor ouderen boven een bepaalde leeftijd.

Waar wetgeving en regelingen zijn gekoppeld aan de pensioenleeftijd zal die moeten worden aangepast als er geen rechtstreekse verwijzing naar de AOW-leeftijd is.

Fiscaal kader

Het kabinet geeft aan dat de fiscale faciliteiten voor aanvullende pensioenen ook in de toekomst op logische wijze aangesloten moeten blijven op de basisvoorziening AOW. Uitgangspunt daarbij zou zijn dat op de nieuwe pensioenleeftijd een gelijk pensioen behaald kan worden als nu op 65-jarige leeftijd. Dat betekent dat het maximale opbouwpercentage wordt aangepast. Het ligt volgens het kabinet voor de hand ook het maximum van de jaarlijkse premieaftrek in de lijfrentesfeer aan te passen. De wijze waarop de wijziging van de pensioenrichtleeftijd van het Witteveenkader zal worden vormgegeven hangt samen met de invoering van de leeftijdsverhoging van de AOW. Vanuit die optiek is invoering in een zo beperkt mogelijk aantal stappen wenselijk.

Zware beroepen

Het kabinet besteedt ook aandacht aan de zware beroepen. Van werknemers die vele jaren zware arbeid hebben verricht, mag niet verwacht worden dat zij langer dan tot hun 65ste doorwerken. Het zou aan de sociale partners moeten worden overgelaten te bepalen wat de zware beroepen zijn. Van belang is ook dat er meer aandacht aan arbeidsomstandigheden en loopbaanbeleid moet worden geschonken.

Noot/Praktisch

Het is duidelijk dat er vele wegen naar Rome leiden. Welke weg bewandeld gaat worden, is aan de hand van deze notitie niet te zeggen. Bovendien kan de SER nog met een alternatief komen.
Wordt de AOW-leeftijd verhoogd dan zal het van de uiteindelijke regeling en de overgangmaatregelen afhangen hoe ingewikkeld en arbeidsintensief het wordt om pensioenregelingen aan te passen. Maar ook de simpelste variant zal administratief de nodige voeten in de aarde hebben.

Wie wil kan zijn mening over de verhoging van de AOW-leeftijd aan de minister en staatssecretaris van SZW kwijt via een speciaal reactieformulier.

 

Bron: AOW-notitie Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid