Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Klijnsma gaat voor de tussenvariant

2 oktober 2013

Staatssecretaris Klijnsma kiest voor het nieuwe pensioenstelsel voor de tussenvariant. Dat schreef zij de Tweede Kamer op 1 oktober 2013. De fundamentele discussie over herziening van het pensioenstelsel mag het onderhoud van het financieel toetsingskader  niet vertragen.

Klijnsma wil geen vertraging onderhoud ftk

Nederland heeft een sterk ontwikkeld stelsel van aanvullende pensioenen en een robuuste AOW. Daarmee is Nederland klaar om de vergrijzing van de bevolking het hoofd te kunnen bieden. Voor het verder versterken van het beheer van aanvullende pensioenen is onderhoud nodig. De eerste stap was de Wet versterking bestuur pensioenfondsen, die inmiddels in het Staatsblad is gepubliceerd. De volgende stap is de herziening van het financieel toetsingskader (ftk) met als doel het verstevigen van de financiële basis onder de huidige pensioenen. In juni 2013 stuurde Klijnsma het voorontwerp van wet over de herziening van het ftk aan de Tweede Kamer, inclusief een oplegbrief met een tussenvariant. Uit de consultatieronde kwamen vragen naar boven die de kern van het ftk (die de financiële houdbaarheid) overstijgen. Die vragen gaan meer over de inrichting van het toekomstige pensioenstelsel. Kleinsma schrijft in haar brief van 1 oktober aan de Tweede Kamer dat zij deze discussie loskoppelt van het ftk. Zodat het onderhoud van het ftk hierdoor niet vertraagd wordt.

Tussenvariant

Klijnsma vindt voor het nieuwe ftk eenduidigheid en helderheid van wezenlijk belang. Met name richting de pensioendeelnemers. Verder vindt zij het een groot voordeel als er niet hoeft te worden ingevaren bij de herziening van het ftk, er niet meerdere systemen naast elkaar hoeven te bestaan en er geen onnodige en onwenselijke generatie-effecten zullen optreden.

De positieve reacties bij consultatie op de tussenvariant in combinatie met de overeenstemming tussen de verschillende partijen op een groot aantal onderdelen steunen Klijnsma in haar voornemen bij de herziening van het ftk te kiezen voor een tussenvariant. Belangrijke elementen waar zij aan denkt zijn:

 

  • Toepassing van de spreidingsmethodiek voor financiële schokken. Hierdoor wordt voorkomen dat gepensioneerden met abrupte kortingen worden geconfronteerd door financiële schokken of stijging van de levensverwachting.
  •  Het helder maken van de wijze waarop risico's worden opgevangen door vooraf aan te geven hoe op bestaande aanspraken wordt gekort.
  • Het introduceren van duidelijke en eerlijke verdeelregels rond de indexatie, zodat de buffer eerlijk over jong en oud wordt verdeeld.
  • Een stabiele kostendekkende premie. Dit is van belang voor stabiele koopkracht en loonkosten.
  • Robuuste sturingselementen. De afhankelijkheid van dagkoersen op financiële markten zal verdwijnen en worden vervangen door een sturingsinstrumentarium dat beter past bij een stelsel dat gericht is op de lange termijn.

 

Het kader dat hiermee ontstaat is niet eenzijdig aan te merken als "nominaal"of "reëel" maar verbindt beide modellen. 
Het beschermen van aanspraken sluit aan bij het huidige systeem: het korten van aanspraken blijft het uiterste middel.

Commentaar

Er is geen eenduidige keuze gemaakt voor het reële ambitiecontract. Het kader blijft gericht op het realiseren van een geïndexeerde pensioentoezegging. De opgebouwde aanspraken worden op dezelfde manier beschermd als in de huidige systematiek het geval is, maar er wordt veel explicieter gemaakt hoe moet worden omgegaan met risico's. Het korten van aanspraken blijft het uiterste middel.
Onduidelijk is nog de positie van pensioenverzekeraars. Het ftk geldt voor pensioenfondsen en niet voor verzekeraars. In het Uitwerkingsmemorandum Pensioenakkoord van de StAR uit juni 2011 is uitdrukkelijk als uitgangspunt opgenomen dat ook verzekeraars het nieuwe pensioencontract moeten kunnen uitvoeren. In het consultatiedocument Voorontwerp van wet reële ambitieovereenkomst stelde de staatssecretaris dan ook niet de vraag of verzekeraars het nieuwe contract zouden moeten kunnen uitvoeren, maar zegt hij nog niet in te gaan hoe verzekeraars dit zouden moeten kunnen. In de tussenvariant blijft echter sprake van afstempelen als laatste redmiddel en gaan we er alleen beter over communiceren. Om ook verzekeraars een "zacht" contract te kunnen laten uitvoeren is verdere aanpassing van de Pensioenwet noodzakelijk. Voor een gelijk speelveld tussen pensioenfondsen en verzekeraars is dat dus nodig.

 

Auteur:  Vera Hek, adviseur Aegon Adfis
Bron: Brief van Klijnsma aan de Tweede Kamer 1 oktober 2013