Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zoekveld

Klijnsma ontdekt het ei van Columbus niet: Goede afbakening van begrip ‘zwaar beroep’ ondoenlijk

26 september 2017

Staatsecretaris Klijnsma (SZW) antwoordt op Kamervragen dat het ondoenlijk is om tot een goede afbakening te komen van het begrip ‘zwaar beroep’. Eerder gaf zij in reactie op een aangenomen motie aan dat in het overleg hierover met de sociale partners niet het ei van Columbus is ontdekt.

De motie

Tijdens de behandeling van de begroting van SZW voor het jaar 2017 diende het GroenLinks Tweede Kamerlid Voortman een motie in. Het gaat daarbij om de gevolgen die de verhoging van de AOW-leeftijd heeft voor werknemers met een zwaar beroep. De motie verzoekt de regering in overleg met de sociale partners een voorstel te doen hoe kan worden gekomen tot een definitie van ‘zware beroepen’ en te onderzoeken of de regering voor mensen in zware beroepen een oplossing kan vinden en de Kamer hierover te informeren.

De Kamervragen

Op 13 juli 2017 stelden de SP Tweede Kamerleden Van Dijk en Van Kent vragen aan de staatssecretaris van SZW. Aanleiding was een artikel in de Volkskrant van 12 juli 2017 “Pensioen komt te laat voor zware beroepen, verdubbeling afgekeurde ouderen in metaalindustrie”. Zij vroegen onder andere of de verdere verhoging van de  pensioenleeftijd voor mensen met zware beroepen volgens de staatssecretaris verantwoord is.

Het antwoord

De staatssecretaris stuurde op 18 september 2017 een brief aan de Tweede Kamer als reactie op de motie Voortman. Daarin geeft ze aan dat overleg heeft plaats gevonden met sociale partners. Daarbij is wat betreft een definitie van ‘zware beroepen’ niet het ei van Columbus ontdekt. De oplossing voor werknemers in (fysiek) zware beroepen moet volgens Klijnsma niet gezocht worden in een definitie, want deze kan niet goed worden afgebakend en is daardoor onbeheersbaar en lastig uitvoerbaar. Bovendien kan de inhoud van werk in de loop der tijd veranderen. Sociale partners zijn aan zet als het gaat om duurzame inzetbaarheid. Zij kunnen hier op decentraal niveau gerichte afspraken over maken, bijvoorbeeld over preventie en tijdige om- en bijscholing. De overheid kan hierbij faciliteren en stimuleren, want duidelijk is dat specifieke groepen moeten worden ondersteund.

In antwoord op de Kamervragen geeft de staatssecretaris aan dat de problematiek van de zware beroepen complex is en dat het in de afgelopen jaren is gebleken dat het ondoenlijk is om tot een goede afbakening van het begrip ‘zwaar beroep’ te komen. In 2009 al kwamen de sociale partners tot de conclusie dat een aparte zware beroepen regeling niet is uit te werken. Daarbij speelde ook de wijze van financiering van de compensatieregeling en de verdeling van de lasten een rol. Ter uitvoering van de motie Voortman is met de sociale partners overlegd of er tot een definitie van zware beroepen gekomen kan worden. Onder verwijzing naar de Kamerbrief van 18 september 2017 geeft de staatssecretaris ook aan Van Dijk en Van Kent aan dat dit niet het gewenste resultaat heeft opgeleverd.

Commentaar

De discussie over wat een ‘zwaar beroep’ is, is niet nieuw. Net zoals als de uitkomst dat een sluitende definitie niet is te geven. Moet het gaan om fysieke arbeid? Of kan geestelijke arbeid ook ‘zwaar’ zijn? Hoe lang moet iemand een zwaar beroep hebben uitgeoefend om voor eerdere pensionering in aanmerking te komen? De hoogleraar die op latere leeftijd vuilnisman wordt. Mag hij van de faciliteiten voor zware beroepen gebruik maken? En zo kunnen we nog vele vragen opwerpen, zonder tot een antwoord te komen.

Het Economisch Instituut voor de Bouw bracht in juni 2017 het rapport Eerder stoppen met werken voor zware beroepen uit. Zij hanteren als criterium voor een ‘zwaar beroep’ de historische uitval door arbeidsongeschiktheid zoals gemeten door het UWV. Als die meer dan tweemaal zo hoog is dan gemiddeld, is sprake van een zwaar beroep. Op basis van dit criterium gaat het om 2% van de werkenden in Nederland in de sectoren afbouw- en natuursteenbranche, schilders, dakdekkers, reiniging, visserij en taxi- en ambulancevervoer. Overigens blijkt uit het rapport dat in landen  als Finland, Frankrijk, Polen en Oostenrijk (kennelijk) bruikbare definities van een ‘zwaar beroep’ bestaan. In Nederland blijkt dat weerbarstiger. Aanknopen bij beroepskenmerken blijkt erg lastig. Een bruikbaar en objectief aanknopingspunt kan het aantal opbouwjaren zijn. In dat systeem kan iemand, ongeacht leeftijd, na bijvoorbeeld 45 jaar pensioenopbouw zijn pensioen zonder actuariële korting in laten gaan. De deelnemer die vanaf zijn 20ste pensioen opbouwt, kan dan dus op zijn 65ste met vol pensioen. Maar ook daar zitten ongetwijfeld budgettaire consequenties aan vast. Wellicht toch de moeite van het onderzoeken waard.

Auteur: Herman Kappelle, directeur Aegon Adfis

Bron: Brief van de staatssecretaris van SZW aan de Tweede Kamer van 18 september 2017 en Antwoorden op Kamervragen van de leden Jasper van Dijk en Van Kent.

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 22 september  2017.