Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Klijnsma vraagt uitstel voor netto lijfrente

11 juni 2014

Op 10 juni vroeg Staatssecretaris Klijnsma de Tweede Kamer de behandeling van de nota van wijziging Verzamelwet pensioenen nog even aan te houden. Zij verwacht nog een nota van wijziging daarop.

Brief 10 juni 2014

Klijnsma in haar brief aan de Tweede Kamer: "Bij brief van 25 april jl. heeft u een nota van wijziging ontvangen op de Verzamelwet pensioenen 2014, waarmee de mogelijkheid wordt gerealiseerd om de nettolijfrente in de tweede pijler uit te voeren. Bij de verdere uitwerking van de regeling voor de nettolijfrente, is echter nog een openstaand technisch punt geconstateerd, dat wellicht via een nota van wijziging moet worden toegevoegd aan de Verzamelwet pensioenen 2014. Hierover is naar verwachting eind deze week en uiterlijk maandag 16 juni helderheid. Op dat moment kan dan een mogelijke nota van wijziging aan de Tweede Kamer worden aangeboden. Ik verzoek de plenaire behandeling dan ook uit te stellen, zodat de Tweede Kamer over het gehele wetsvoorstel, inclusief deze nota van wijziging, kan debatteren."

Commentaar

Wij zijn benieuwd naar het technische punt waarover Klijnsma in haar brief schrijft. De tijd begint nu wel te dringen. Witteveen-2015 is inmiddels aangenomen in de Eerste Kamer. Zie ons bericht van 28 mei. De beperking van het fiscale kader voor pensioen gaat in op 1 januari 2015. Over de exacte invulling van  de compensatie voor de aftopping van het pensioengevend salaris, die wordt geregeld in de Verzamelwet pensioen 2014, is nog onzekerheid. Dat is met name onwenselijk ter zake van het nabestaandenpensioen. De achteruitgang in het nabestaandenpensioen kan zich op 1 januari 2015 manifesteren als de deelnemer met een salaris van meer dan € 100.000 dood gaat. Het is dus heel belangrijk om die achteruitgang vóór 1 januari 2015 te compenseren. En dat kan alleen als de randvoorwaarden daarvoor bekend zijn.

 

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis
Bron: brief d.d. 10 juni 2014