Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Lagere pensioenopbouw, lagere premie?

1 oktober 2013

De Eerste Kamer blijft erg kritisch over de wetsvoorstellen met betrekking tot aanpassing van het fiscale kader van pensioenen. Op 27 september reageerde het kabinet op de tweede ronde van vragen van de Senaat. In dit nieuwsbericht gaan we in op het wetsvoorstel Wet verlaging maximumopbouw- en premiepercentages pensioen en maximering pensioengevend inkomen. In het andere nieuwsbericht van vandaag gaan we in op het wetsvoorstel Wet pensioenaanvullingsregelingen.

Achtergrond

In eerdere nieuwsberichten (kijk hier in ons archief) schreven wij over de inhoud van het wetsvoorstel en de vragen en opmerkingen van de fracties uit de Eerste Kamer. De behandeling van het wetsvoorstel door de Eerste Kamer is gepland voor 8 oktober. In dit nieuwsbericht geven wij de reactie van de regering op de tweede ronde van vragen (de Nadere Memorie van Antwoord op de Wet verlaging maximumopbouw- en premiepercentages pensioen en maximering pensioengevend inkomen).

Lagere maximale fiscale opbouw, lagere premie?

Meerdere fracties uiten zorgen of de verlaging van de maximum opbouwpercentages ook daadwerkelijk zullen resulteren in een verlaging van de premies. Het kabinet is zich ervan bewust dat de vaststelling van de feitelijke premie niet alleen afhankelijk is van de maximum opbouwpercentages maar ook wordt bepaald door wat tussen sociale partners wordt afgesproken binnen de fiscale kaders. Het kabinet acht het echter onwaarschijnlijk dat sociale partners gezamenlijk besluiten de pensioenpremies niet te verlagen. De gelaagde governancestructuur rondom de pensioenfondsen, waarin de verschillende partijen elk een eigen verantwoordelijkheid hebben, maakt het hoogst onwaarschijnlijk dat besturen premies onnodig hoog houden ten nadele van één groep belanghebbenden, de actieve deelnemers. 

Ten aanzien van het toezicht merkt het kabinet op dat DNB op basis van de bestaande plicht tot evenwichtige belangenafweging marginaal kan toetsen of een premie te hoog is. Dat begint met het monitoren van de premie. Dat betekent ook dat DNB nagaat of het fonds een besluit in redelijkheid had mogen nemen met het oog op de evenwichtige belangenafweging. Als blijkt dat dat niet het geval is dan zal DNB hier tegen optreden zoals bij elke wettelijke overtreding in de Pensioenwet. Wel kan worden overwogen in regelgeving op te nemen dat deelnemers meer bij de premiestelling worden betrokken en dat extra eisen gaan gelden ten aanzien van de transparantie. Tevens zou kunnen worden bezien of de rol van DNB op dit punt verdere explicitering behoeft en of het sanctie-instrumentarium van DNB aanpassing behoeft.

Effect aftopping op pensioen onder omkeerregel

De effecten van de aftopping van het pensioen zijn afhankelijk van de hoogte van het inkomen. Onderstaande grafiek maakt deze effecten inzichtelijk. In deze grafiek is geen rekening gehouden met het wetsvoorstel Wet pensioenaanvullingsregelingen (kamerstukken 33672). Onderstaande grafiek laat de vervangingsratio (de verhouding tussen pensioen en laatst verdiende of gemiddelde loon) zien bij verschillende inkomens.

Deze grafiek geeft het maximaal op te bouwen pensioen aan. De uitgangspunten die het kabinet hanteert zijn echter niet realistisch:een volledig dienstverband van een 23-jarige die tot zijn 71,5e jaar pensioen opbouwt, maximale opbouw, geen inflatie etc. De praktijk van alledag is natuurlijk een hele andere. Het is dan maar de vraag wat de waarde van dergelijke informatie is.

Partnerpensioen

De leden van de fractie van de VVD vragen het kabinet (wederom) of bij een partnerpensioen op risicobasis sprake is van een repeterende pensioentoezegging of dat jaarlijks een nieuwe pensioenovereenkomst dient te worden gesloten. Het kabinet herhaalt het eerdere standpunt dat er bij een partnerpensioen op risicobasis sprake is van een repeterende pensioentoezegging. Er is volgens het kabinet geen sprake van jaarlijks een nieuwe pensioenovereenkomst, maar wel van steeds een nieuwe pensioentoezegging. Wij blijven dat een onbegrijpelijk standpunt vinden. Er is immers geen sprake van een jaarlijkse toezegging door de werkgever. Er is sprake van een aanspraak die eenmalig aan het begin van het dienstverband wordt verleend en die wordt gefinancierd op basis van eenjarige risicopremies. Bovendien kent de Pensioenwet het begrip "pensioentoezegging" niet, maar alleen "pensioenovereenkomst".

Conclusie

Volgens het ANP komt het kabinet met bovengenoemde antwoorden niet tegemoet aan de kritiek van de Eerste Kamer op het plan om de pensioenopbouw te verlagen. De senatoren Hoekstra (CDA) en Backer (D66) hebben dat zaterdag gezegd in reactie op een brief van staatssecretaris Frans Weekers (Financiën) aan de Eerste Kamer. 

 

Auteur:  Erik Schouten, adviseur Aegon Adfis

Bron: Eerste Kamer, Nadere Memorie van Antwoord van de Vaste Commissie voor Financiën, 33 610 Wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001, de Wet op de loonbelasting 1964, de Pensioenwet, de Wet verplichte beroepspensioenregeling en de Invoerings- en aanpassingswet Pensioenwet in verband met de aanpassing van het fiscale kader voor oudedagsvoorzieningen (Wet verlaging maximumopbouw- en premiepercentages pensioen en maximering pensioengevend inkomen)