Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Levensloop: de juiste compensatie voor VUT en prépensioen?

1 december 2005

Uit onderzoek van AEGON blijkt dat werkgevers en pensioenfondsen een levensloopregeling alleen zullen aanbieden ter compensatie van de afschaffing van het fiscaal ondersteunen van VUT en prepensioen. Echter, in veel gevallen zijn hiervoor ook mogelijkheden binnen het ouderdomspensioen. Dé oplossing voor een werkgever of pensioenfonds voor de Wet VUT, Prépensioen en Levensloop (VPL) is maatwerk.

Het wetsvoorstel inzake VUT, prepensioen, levensloop is op 25 november 2004 aangenomen in de Tweede Kamer. In februari 2005 wordt het wetsvoorstel behandeld in de Eerste Kamer. Met het wetsvoorstel worden vanaf 1 januari 2005 VUT, prepensioen, overbruggingspensioen en ouderdomspensioen met een pensioenleeftijd eerder dan 65 jaar, met inachtneming van een overgangsregime, niet meer fiscaal gefacilieerd.

Dat betekent niet dat werkgevers deze arbeidsvoorwaarden altijd zomaar zullen afschaffen. Werknemers kunnen een alternatief aangeboden krijgen. Pensioenfondsen, werkgevers en de pensioenuitvoerders hebben tot 1 januari 2006 de tijd om bestaande pensioenregelingen aan te passen.

Daarnaast moeten werkgevers nagaan hoe zij om willen gaan met een levensloopregeling. Anders dan bij pensioen is het een recht van elke werknemer om deel te nemen aan een levensloopregeling. Een werkgever hoeft geen regeling aan te bieden, maar moet wel de stortingen mogelijk maken. Het is aan de werkgever of verlof inderdaad opgenomen mag worden. 

Bestaande situatie

U heeft een VUT, prepensioenregeling, overbruggingspensioen of een levenslang ouderdomspensioen met een ingangsdatum vóór 65 jaar:

  • de premies hiervoor behoren vanaf 1 januari 2006 tot het loon en zijn dus niet meer aftrekbaar;
  • de werkgeversbijdrage voor bestaande VUT-regelingen wordt vanaf 1 januari 2006 belast;
  • de werknemerspremies voor VUT kunnen niet meer voldaan worden uit het bruto loon;
  • de richtpensioenleeftijd wordt 65 jaar. De fiscaal maximale pensioenopbouw blijft 100% van het laatst verdiende loon (incl. AOW), met in achtneming van de fiscaal maximaal toegestane opbouw per dienstjaar.

 

U heeft een pensioenregeling met een ingangsdatum van 65 jaar:

  • de fiscale ruimte voor pensioenopbouw blijft 100% van het laatst verdiende loon, met in achtneming van de fiscaal maximaal toegestane opbouw per dienstjaar.

 

NB. Voor werknemers die op 1 januari 2005 55 jaar of ouder zijn blijft het, onder bepaalde voorwaarden, mogelijk om, op basis van de huidige regels, de VUT en pensioenregelingen fiscaal gefacilieerd voort te zetten.

Oplossingen

Oplossingen ter compensatie of om toch tegemoet te kunnen komen aan de behoefte om ‘het eerder stoppen met werken’ in de arbeidsvoorwaarden te verankeren (vóór 65 jaar):

  • 'Oprekken’ van de opbouw ouderdomspensioen vanaf 65 jaar tot fiscaal maximale niveau; franchise verlagen en/of opbouwpercentage verhogen, binnen de fiscale grenzen;
  • Op basis van een actuariële herrekening van het ouderdomspensioen vanaf 65 jaar een pensioenuitkering vóór 65 jaar laten ingaan;
  • Afsluiten van een levensloopregeling;
  • Voortzetting van prepensioen in een “netto-variant”;
  • Financiering mogelijk vanuit huidige werkgevers en werknemersbijdragen in de VUT, overbruggingspensioen- en prepensioenregeling.
  • U heeft een pensioenregeling met een ingangsdatum van 65 jaar:
  • ‘Oprekken’ van de opbouw ouderdomspensioen vanaf 65 jaar tot fiscaal maximale van 100% laatst verdiende loon; franchise verlagen en/of opbouwpercentage verhogen, binnen de fiscale grenzen;
  • Afsluiten van een levensloopregeling, waarop vanaf 1 januari 2006 bruto stortingen gedaan kunnen worden tot 12% van jaarloon;
  • Financiering vanuit bruto loon op vrijwillige basis werknemers.

Conclusie

Uit het bovenstaande kunt u afleiden dat er niet één unieke oplossing is voor de werkgever of pensioenfonds voor de Wet VUT, Prépensioen en Levensloop. Als het noodzakelijk of wenselijk is de huidige pensioenregeling aan te passen, verdient het wellicht aanbeveling daarbij ook de regelgeving op het gebied van IFRS en het FTK in ogenschouw te nemen.