Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Lijfrente in de winstsfeer (verzamelbesluit)

17 juni 2014

Zelfstandige ondernemers hebben bij staking van hun onderneming en bij afname van de oudedagsreserve extra mogelijkheden voor lijfrentepremieaftrek. Ook mogen de lijfrentes bedongen worden bij de overnemende ondernemer. In een geactualiseerd besluit geeft de staatssecretaris goedkeuringen bij de uitvoering van deze lijfrentes.

Ingangsdatum lijfrente

Een lijfrente moet ingaan in het jaar waarin de belastingplichtige een leeftijd bereikt die vijf jaar hoger is dan de AOW-leeftijd. Bij omzetting van de stakingswinst of oudedagsreserve in een lijfrente geldt deze leeftijdsgrens niet mits de termijnen van de lijfrente dadelijk ingaan.

Verzekeraar

Een lijfrente kan worden bedongen als tegenprestatie bij de overdracht van een onderneming. De lijfrente wordt dan bedongen van de voortzettende ondernemer. Maar de overnemende ondernemer mag de overgedragen onderneming niet direct daarna overdragen aan een derde.  Op deze regel gelden enkele uitzonderingen, namelijk bij toetreding tot een samenwerkingsverband en bij dooroverdracht aan een dochtermaatschappij.

De bij een onderneming bedongen lijfrente kan ook niet zonder meer worden overgedragen aan een andere ondernemer. Dat is fiscaal geruisloos alleen maar mogelijk bij overdracht van de gehele onderneming. Als bij de overdracht van de onderneming een vermogensbestanddeel achterblijft dat geen enkele functie meer heeft kan de lijfrente toch fiscaal geruisloos worden overgedragen aan de overnemende ondernemer. Hiervoor moet een verzoek tot goedkeuring worden gericht aan de Belastingdienst.
Bij een juridische splitsing of juridische fusie gaat de lijfrente ook vaak over op een andere lichaam of ondernemer. Dit is toegestaan mits er direct of indirect een band blijft bestaan tussen de lijfrenteverplichting en de onderneming. Hiervoor moet wel een verzoek worden gedaan aan de Belastingdienst.

Als een ondernemer zijn onderneming inbrengt in een BV terwijl hij als tegenprestatie voor de overdracht een lijfrente bedingt bij de houdstermaatschappij van die BV, is geen lijfrente premieaftrek mogelijk. Ook niet als deze houdster alle aandelen bezit in de BV.

Premiebetaling

De premies voor een lijfrente die bedongen is voor staking van de onderneming of oudedagsreserve moeten binnen zes maanden na afloop van het kalenderjaar zijn betaald. De ondernemer kan de inspecteur om verlenging van die termijn vragen als de termijnoverschrijding wordt veroorzaakt door omstandigheden die de ondernemer redelijkerwijs niet kunnen worden aangerekend. Verlenging is ook mogelijk als de inspecteur bij de aanslagregeling correcties op de stakingswinst aanbrengt.

Tijdstip bedingen lijfrente

Bij geruisloze overdracht moet de lijfrente voor afname van de oudedagsreserve worden bedongen binnen zes maanden na het kalenderjaar waarin de BV tot stand is gekomen. Als bij ruisende inbreng de stakingswinst wordt bedongen in het jaar dat de voorovereenkomst is getekend, dan moet de BV tot stand zijn gekomen en de lijfrente zijn bedongen vóór 1 juli van het daaropvolgende jaar. Als de stakingswinst wordt aangegeven in het jaar dat de BV tot stand is gekomen moet de lijfrente uiterlijk binnen zes maanden van het daaropvolgende jaar zijn bedongen.

Bij inbreng van een onderneming in een BV is geen aftrek mogelijk als het bedingen van de lijfrente leidt tot een schuld aan de inbrenger. Het tekort mag worden aangevuld met liquide middelen uit privé. Deze kunnen later weer opgenomen mits er geen sprake is van een vooropgezet kasrondje.

Overlijden ondernemer

Erfgenamen van een overleden ondernemer kunnen bedingen dat de lijfrentepremie in mindering komt op het inkomen van de overleden ondernemer. De Wet IB 2001 maakt dit onder een aantal voorwaarden mogelijk. Maar deze regeling geldt in feite niet als de ondernemer overlijdt nadat hij zijn onderneming heeft gestaakt en voordat hij een lijfrente heeft bedongen. De staatssecretaris staat toe dat de erfgenamen de wettelijke regeling ook in die situatie toepassen. Zij moeten hiervoor een verzoek richten aan de inspecteur. Zowel voor de wettelijke regeling als voor de goedkeuring geldt dat alleen een nabestaandelijfrente kwalificeert voor lijfrentepremieaftrek bij de overleden ondernemer.

Stakingswinst

Bij overdracht van een onderneming kan de ondernemer van de overnemende ondernemer een lijfrente bedingen tot maximaal de stakingswinst. Het maakt niet uit of de ondernemer hiervoor gebruik maakt van de jaar- of reserveringsruimte dan wel de extra lijfrentepremieaftrek bij staking. De stakingswinst hoeft niet te worden verminderd met de stakingsaftrek en de MKB-winstvrijstelling.

In het jaar van staking moet de ondernemer de oudedagsreserve toevoegen aan de stakingswinst. Dit betekent in feite dat de ondernemer in het jaar van staking de oudedagsreserve niet kan omzetten in een lijfrente. Dit is niet de bedoeling. Daarom keurt de staatssecretaris goed dat de ondernemer de oudedagsreserve ook in het jaar van staking kan omzetten in een lijfrente. In dat geval mag de ondernemer de oudedagsreserve niet meer toevoegen aan de stakingswinst.

Stamrechten

In het belastingregime vóór 1 januari 1992 (pre- Brede Herwaardering) werden de stakingswinst en de oudedagsreserve rechtstreeks omgezet in een stamrecht. In de Wet IB 2001 geldt voor deze stamrechten een overgangsregime. Volgens dit overgangsregime gelden sancties bij overdracht van de stamrechtverplichting aan een derde.
De inspecteur kan een verzoek tot fiscaal geruisloze overdracht toestaan als deze overdracht plaatsvindt aan een volgens de Wet IB2001 toegelaten verzekeraar. Als de stamrechtverplichting niet wordt overgedragen aan een (professionele) verzekeraar geldt deze toestemming alleen als de overdracht plaatsvindt in het kader van een overdracht van de gehele onderneming. De overnemende verzekeraar of ondernemer moet verklaren akkoord te gaan met de sancties die volgens het oude regime gelden voor deze stamrechten.

De staatssecretaris zegt toe om in voorkomende gevallen te bezien of overdracht van een stamrechtverplichting door een (lege) dochtermaatschappij aan de moedermaatschappij fiscaal geruisloos kan plaatsvinden.

Stamrechten kunnen worden omgezet in lijfrente waarop het nieuwe regime van toepassing is. Daardoor is het mogelijk om in plaats van een levenslange uitkering ook een tijdelijke uitkering te bedingen. De bij omzetting bedongen lijfrente moet wel voldoen aan de voorwaarden die gelden volgens de Wet IB 2001. Dat wil zeggen dat hiervoor in aanmerking komen:

  • oudedagslijfrente;
  • tijdelijke oudedagslijfrente;
  • overbruggingslijfrente en
  • nabestaandenlijfrente.

 

De nieuwe verzekeraar van de lijfrente moet wel verklaren dat de sancties van de oude stamrechten ook blijven gelden voor de nieuwe lijfrente. Tevens moet de nieuwe lijfrente met betrekking tot de ingangsdatum aansluiten bij de ingangsdatum van de uitkering van het stamrecht.

Stamrechten kunnen onder voorwaarden ook geruisloos worden gesplitst bij een echtscheiding. Daarbij worden dezelfde voorwaarden gesteld als bij omzetting van een stamrecht in een lijfrente.

De staatssecretaris staat toe dat de ingangsdatum van een nog niet ingaan stamrecht fiscaal geruisloos kan worden verschoven. Dit geldt uiterlijk tot aan het jaar waarin de belastingplichtige een leeftijd bereikt die vijf jaar hoger is dan de AOW-leeftijd.
Volgens de staatssecretaris kan een stamrecht waarvan de termijnen zijn ingegaan niet fiscaal geruisloos worden omgezet in een stamrecht waarvan de termijnen nog niet zijn ingegaan. In dat geval is er sprake van afkoop van het stamrecht.

 

Auteur: Paul Lavrijssen, adviseur Aegon Adfis
Bron: Besluit 3 juni 2014; nr. BKLB 2014/816