Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Looptijd overbruggingsuitkering, Vut en prepensioen verlengd

5 januari 2014

De AOW-leeftijd is opgeschoven en blijft de komende jaren blijft opschuiven. Daarom past de staatssecretaris van Financiën het overgangsrecht aan voor VUT, prepensioen, overbruggingspensioen en overbruggingslijfrenten. Dit besluit werkt terug tot 1 januari 2013.

VUT, prepensioen, overbruggingspensioen en -lijfrente in Wet VPL

De Wet aanpassing fiscale behandeling VUT/prepensioen en introductie levensloopregeling (Wet VPL), die in 2006 inging, ontmoedigde vroegpensioen. Bij de invoering van de Wet VPL werd een overgangsregeling getroffen voor op 31 december 2004 bestaande vroegpensioenregelingen, zoals VUT, prepensioen en overbruggingspensioen. De overgangsregeling houdt voor al deze vroegpensioenregelingen in dat ze moeten eindigen bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd. Voldoen zij niet aan die voorwaarde, dan kunnen zij worden aangemerkt als regeling voor vervroegde uitkering (RVU). De inhoudingsplichtige van de uitkering wordt dan een (pseudo)eindheffing verschuldigd van 52%.

Het opschuiven van de AOW-gerechtigde leeftijd is voor de staatssecretaris van Financiën aanleiding om het overgangsrecht voor deze vroegpensioenregelingen aan te passen. Hij zal daarvoor een wetsvoorstel indienen waarmee de eindleeftijd voor de vroegpensioenregelingen opschuift met de AOW-leeftijd. Vooruitlopend op dat wetsvoorstel neemt hij in het besluit dat hij op 18 december 2013 publiceerde in de Staatscourant een goedkeuring op.

Einddatum gelijk aan de nieuwe AOW-ingangsdatum toegestaan

De staatssecretaris keurt goed dat de vroegpensioenuitkeringen worden uitgekeerd tot de ingangsdatum van de AOW zonder dat sprake is van een RVU. Hij stelt daaraan de volgende voorwaarden:

a. De wettelijke voorwaarden voor een VUT-regeling, een overbruggings- of prepensioen en een overbruggingslijfrente blijven van kracht voor zover daarvan in de volgende voorwaarden niet wordt afgeweken.
b. De omvang van de bestaande uitkeringsrechten moeten actuarieel te worden herrekend naar uitkeringen die over een langere periode plaatsvinden. Deze herrekening brengt daarom een verlaging van de uitkering per overeengekomen uitkeringstijdvak met zich.
c. De uiterste wettelijke ingangsdata van de uitkeringen uit een overbruggings- of prepensioen ondergaan door bovenstaande goedkeuring geen wijziging. (Dit betekent dat het overbruggings- of prepensioen eindigt op de ingangsdatum van het ouderdomspensioen).
d. Een uitkering die al is ingegaan wordt op het moment van verlaging niet geacht opnieuw te zijn ingegaan.
e. De wettelijke (on)mogelijkheden om uitkeringen in hoogte te variëren ondergaan door deze goedkeuring geen wijziging, behoudens de variatie die voortvloeit uit de verlaging als bedoeld in voorwaarde b.
f. De uitkeringen uit een VUT-, overbruggings- of prepensioenregeling eindigen uiterlijk op het moment dat de uitkeringsgerechtigde de voor hem geldende AOW-leeftijd bereikt.

Het besluit treedt in werking op 18 december 2013 en werkt terug tot en met 1 januari 2013.

Commentaar

De staatssecretaris dient een wetsvoorstel in om het overgangsrecht aan te passen voor vroegpensioenregelingen. Vooruitlopend op dat wetsvoorstel publiceerde hij een goedkeuringsbesluit met voorwaarden. Hiermee maakt de staatssecretaris het fiscaal mogelijk voor vroegpensioengerechtigden hun financiële planning af te stemmen op de gewijzigde AOW-ingangsdatum. Een logische en goede zaak.

 

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis
Bron: publicatie staatssecretaris van Financiën, van. 18 december 2013