Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Nederlandse gepensioneerden in Duitsland kunnen nog even genieten van lage belastingdruk

2 december 2013

Nederland en Duitsland sloten een nieuw belastingverdrag. De Tweede Kamer en de Eerste Kamer moeten dit verdrag nog goedkeuren. Het treedt waarschijnlijk op 1 januari 2015 in werking. Hoewel het verdrag op hoofdlijnen vergelijkbaar is met het oude verdrag zijn er wezenlijke veranderingen op het gebied van pensioenen. Voor veel gepensioneerden zal het woonland niet langer het land zijn dat belast heft over pensioenuitkeringen. Nederlandse gepensioneerden die in Duitsland wonen gaan (veel) meer belasting betalen over hun pensioeninkomen.

Huidige regeling voor pensioenuitkeringen

Het huidige verdrag (dat in 1959 in werking trad) wijst het recht op belastingheffing over pensioenen toe aan het land waar de pensioengerechtigde woont (het zogenaamde woonland). Dus een gepensioneerde die in Duitsland woont en een bedrijfspensioen ontvangt vanuit Nederland, betaalt belasting over deze uitkering in Duitsland. De verschuldigde belasting in Duitsland is laag, zeker vergeleken met het fiscale voordeel dat de werknemer in Nederland heeft genoten. Zo worden Nederlandse bedrijfspensioenen voor inwoners van Duitsland in veel gevallen maar voor 18% in de grondslag van de Duitse belastingheffing betrokken, waardoor de Duitse belastingheffing in dergelijke gevallen zeer beperkt is. In de Nota naar aanleiding van het Verslag is het volgende voorbeeld opgenomen. Een pensioeninkomen van € 40.000 wordt in Duitsland voor slechts € 10.172 in de grondslag betrokken. Hierop is het tarief van 3,72% van toepassing. Over het pensioen dat in Duitsland belastbaar is, is slechts € 197 aan inkomstenbelasting verschuldigd.

Nieuwe regeling voor pensioenuitkeringen

In het nieuwe verdrag is afgesproken dat gepensioneerden die een pensioen, lijfrente of sociale zekerheidsuitkering ontvangen uit het andere land aldaar in de belastingheffing kunnen worden betrokken. Voorwaarde is wel dat het gezamenlijke bedrag van dergelijke inkomsten in een jaar meer bedraagt dan € 15.000. Dit betekent dat iemand die in Duitsland woont en uit Nederland AOW en een Nederlands bedrijfspensioen ontvangt van in totaal meer dan € 15.000, in het vervolg door Nederland belasting wordt geheven. Daarmee krijgt Nederland het heffingsrecht over een belangrijk deel van de in Nederland opgebouwde pensioenen. Overheidspensioenen blijven in de staat belastbaar vanwaar ze afkomstig zijn.
Of een pensioen of lijfrente uit een ander land afkomstig is, wordt niet bepaald door de feitelijke betaling uit een in een land gevestigd pensioenfonds of verzekeraar, maar of het pensioen of de lijfrente in het land in aanmerking is gekomen voor fiscale facilitering. Deze bepaling is bijvoorbeeld van belang bij pensioenoverdracht van een Nederlands pensioenfonds naar een Duits pensioenfonds. Bij een dergelijke pensioenoverdracht blijft de oorsprong van het Nederlandse pensioen gehandhaafd, ook al is het bij een Duits pensioenfonds ondergebracht en worden vanuit dit fonds de betalingen gedaan.
Het gevolg van het overschrijden van de grens van € 15.000 is dat de bronstaat het recht krijgt om belasting te heffen over de uit dit land ontvangen uitkeringen voor het volledige bedrag van die uitkeringen.

Overgangsregeling

Door het nieuwe verdrag krijgt een grote groep inwoners van Duitsland, die nu pensioen ontvangen uit Nederland, te maken met een aanzienlijke toename van de belastingdruk. Voor deze groep geldt een overgangsregeling. Als algemene overgangsregeling geldt dat belastingplichtigen ervoor kunnen kiezen om nog een jaar gebruik te maken van het oude Verdrag. 
Daarnaast is er een specifieke overgangsregeling van zes jaar voorgesteld voor pensioen, lijfrente of sociale zekerheidsuitkering. Deze overgangsregeling betekent dat op deze uitkeringen tijdelijk een lager belastingtarief van toepassing is. Het tariefspercentage loopt geleidelijk op. Als een belastingplichtige na het sluiten van het nieuwe belastingverdrag op 12 april 2012 inwoner van Duitsland is geworden, komt deze niet in aanmerking voor de overgangsregeling. Ook afkoopsommen van lijfrenten en pensioenen vallen niet onder de overgangsregeling. De pensioenen en dergelijke inkomsten moeten wel vóór de inwerkingtreding van het nieuwe verdrag zijn ingegaan. Sociale zekerheidsuitkeringen vallen niet onder de overgangsregeling, maar tellen wel mee voor de € 15.000-grens.

Conclusie

Wanneer iemand emigreert, legt de Nederlandse fiscus een conserverende aanslag op. Deze conserverende aanslag moet de belastingheffing over pensioenen en lijfrenten veiligstellen als de geëmigreerde niet langer aan de voorwaarden voldoet. Denk hierbij aan afkoop van een pensioen of lijfrente. De conserverende aanslag is niet onomstreden. Vandaar dat Nederland streeft bij onderhandelingen over een nieuw belastingverdrag naar een bronstaatheffing voor pensioenen. Hierdoor is een conserverende aanslag niet meer nodig omdat Nederland in relatie met het desbetreffende land belasting kan heffen op basis van het belastingverdrag. In het nieuwe verdrag met Duitsland is Nederland daar goed in geslaagd. Nederland heeft meer verdragen op deze manier gesloten of heronderhandeld. Bijvoorbeeld de verdragen met België, China, Groot Brittannië, Japan, Polen en Portugal.

 

Auteur: Erik Schouten, adviseur Aegon Adfis
Bron: Kamerstukken II 2013/14, 33615, nr 5 en 6