Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Niet (tijdig) uitkeren van pensioen is afkoop

14 augustus 2014

Een pensioen moet worden uitgekeerd vanaf de overeengekomen pensioendatum. Een DGA deed dit niet en werd bestraft met loonheffing over de waarde van het pensioen en revisierente.

Het geschil

In 1989 zegde B BV aan haar DGA een pensioen toe. In de pensioenbrief van 1 december 1989 staat onder meer het volgende:

"Hiermee verklaart B BV een pensioen aan te kopen ten gunste van [belanghebbende] op het moment van zijn 65e verjaardag ter grootte van het op dat moment in de vennootschap in eigen beheer gereserveerde bedrag. Het pensioen zal worden aangekocht bij een gerenommeerde verzekeringsmaatschappij."

Op de fiscale balans van B BV stond per 31-12-2007 voor de pensioenvoorziening een bedrag van € 668.505,-. Op de fiscale balansen van 2008 en 2009 ontbrak een bedrag voor de pensioenvoorziening. De DGA werd op 12 juli 2008 65 jaar.In 2008 noch in latere jaren keerde de BV pensioen uit aan de DGA. B BV had ook geen bedrag overgemaakt aan een derde voor  overdracht van de pensioenverplichting.

De inspecteur legt de DGA voor 2008 een naheffingsaanslag inkomstenbelasting op. Hij verhoogt het belastbare inkomen van de DGA met € 964.777,- wegens afkoop van pensioen. De DGA moet ook 20% revisierente betalen. En de inspecteur legt aan hem een verzuimboete op van 25%.

De DGA maakt bezwaar tegen deze naheffingsaanslag. Hij stelt dat het pensioen niet voor verwezenlijking vatbaar is. Daarbij verwijst hij naar een claim die ING op de BV heeft gelegd in verband met een garantstelling voor de zoon van de DGA. De DGA voert verder aan dat het niet opnemen van de pensioenverplichting in de fiscale balans van 2008 berust op een administratieve fout. Op de vennootschappelijke balans van 2008 was deze namelijk wel opgenomen.

Het Gerechtshof

Het Hof onderzoekt zowel de vraag of de pensioenrechten niet voor verwezenlijking vatbaar zijn als de vraag of het pensioen onzuiver is geworden door het achterblijven van de uitbetaling.  Het Hof vindt dat de pensioenrechten van de DGA wel voor verwezenlijking vatbaar zijn. Maar - anders dan de Rechtbank eerder besloot -  gaat het Hof mee in het verweer van de DGA dat het niet meer opnemen van de pensioenverplichting in de fiscale balans op een administratieve fout berust.Maar dit  helpt de DGA niet. Het Hof concludeert dat de pensioenregeling onzuiver is geworden door het niet uitbetalen van het pensioen. Volgens het Hof staat vast dat de DGA in 2008 65 jaar is geworden en dat het pensioen is ingegaan. B BV keerde het pensioen na de pensioeningangsdatum niet uit.

Na de ingangsdatum verrichtte de DGA geen werkzaamheden meer in het kader van zijn dienstbetrekking. Hieruit concludeert het Hof  dat de dienstbetrekking op dat moment is geëindigd. Uitstel van pensioen is niet mogelijk wanneer de dienstbetrekking is geëindigd, zodat van een later ingegaan pensioen evenmin sprake kan zijn, aldus het Hof. Daardoor is de pensioenaanspraak in 2008 onzuiver geworden. De waarde van het pensioen moet daarom in 2008 tot het loon van de DGA worden gerekend.

Volgens het Hof is de waarde van het pensioen gelijk aan de reserve die voor het pensioen op de fiscale balans werd aangehouden. Dus de bijtelling bedraagt niet € 964.777,-, zoals de inspecteur betoogde, maar € 668.505,-. De DGA is hierover wel revisierente verschuldigd. Het Hof handhaaft de verzuimboete van 25%.

Commentaar

De uitspraak van het Hof is bijzonder zuur voor de DGA. Uit de procedure valt niet op te maken of de DGA een en ander bewust had nagelaten of uit naïviteit fouten heeft gemaakt. Het valt voor hem in ieder geval duur uit. Een goede pensioenadviseur had dit kunnen voorkomen.

Deze uitspraak bevestigt nog maar eens dat ook DGA's en de BV's  die optreden als pensioenuitvoerder de afspraken moeten nakomen uit de pensioenovereenkomst. En dat  in twijfelgevallen overleg met de belastingdienst zinvol kan zijn. Bij een juiste uitvoering en in overleg met de belastingdienst had de DGA de naheffingsaanslag misschien kunnen voorkomen. In ieder geval was er dan geen verzuimboete van 25% opgelegd.

 

Auteur: Paul Lavrijssen, adviseur Aegon Adfis
Bron: Gerechtshof Amsterdam, d.d.10-07-2014, zaaknummer 13.00444.