Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Nieuwe fiscale kader voldoende voor adequaat pensioen” te rooskleurig

30 mei 2013

De Tweede Kamer wilde graag meer inzicht in de gevolgen van het verlagen van de maximale fiscale opbouwpercentages voor pensioenen en het maximeren van het pensioengevend inkomen.  Met een brief van 21 mei 2013 geeft staatssecretaris Weekers dit inzicht. Naar onze mening is zijn conclusie - nieuwe fiscale kader voldoende voor adequaat pensioen - te rooskleurig.

Wetsvoorstel

Het kabinet wil de fiscale ondersteuning van pensioenopbouw beperken. Het wetsvoorstel Wet verlaging maximumopbouw- en premiepercentages pensioen en maximering pensioengevend inkomen ziet op die beperking. Het maximale opbouwpercentage voor een middelloonregeling is op dit moment 2,25%. Volgend jaar gaat dit naar maximaal 2,15% en in het wetsvoorstel is opgenomen dat vanaf 2015 het percentage maximaal 1,75 wordt. Het pensioengevend inkomen waarover pensioen mag worden opgebouwd is vanaf 2015 gemaximeerd op € 100.000. Het is overigens nog niet zeker dat dit wetsvoorstel wordt omgezet in wetgeving. De sociale partners mogen voor 1 juni met een alternatief komen.

Berekeningen

Op basis van de uitgevoerde berekeningen kan volgens het kabinet worden vastgesteld dat de huidige en toekomstige generaties binnen het Witteveenkader een adequaat pensioen kunnen opbouwen. Actuarieel deskundigen van de Belastingdienst voerden deze berekeningen uit. Actuarissen van de Nederlandsche Bank voerden de controle uit.
Volgens de berekeningen is de ‘vervangingswaarderatio laatste loon’ (dit is de verhouding tussen het AOW plus het aanvullende ouderdomspensioen en het laatste jaarloon op pensioeningangsdatum) voldoende. Voor jonge werknemers (geboren in 1988) met een inkomen in de inkomensgroepen 1x, 2x en 3x modaal (€ 33.000, jaar 2012) ligt de vervangingswaarderatio op 72%, resp. 77% resp. 79%. Bij de groep 4x modaal bedraagt deze ratio 67%. Voor werknemers die in 1978, 1968 en 1958 zijn geboren, werkt de versobering van de pensioenopbouw minder door en zijn de vervangingswaarderatio’s ruwweg steeds 5% hoger per 10 jaar hogere ouderdomscategorie.
Bij het samenstellen van berekeningen is uitgegaan van diverse veronderstellingen. Deze hebben onder meer betrekking op: de algemene loonstijging, de stijging van de AOW-leeftijd en -uitkering, het maximum pensioengevend loon, de carrièreontwikkeling en daarmee verband houdende loonstijging van een doorsnee werknemer, de toetreedleeftijd, de uittreedleeftijd (pensionering) en de fiscaal maximale opbouwpercentages.

Commentaar

De uitkomsten uit berekeningen die de Belastingdienst uitvoerde zijn erg afhankelijk van de veronderstellingen die men hanteert. Zo gaat men er vanuit dat er sprake is van een uitkeringsovereenkomst, vanaf 2015 kan maximaal fiscaal gefaciliteerd aan ouderdomspensioen worden opgebouwd binnen het Witteveenkader, uitgaande van een 25-jarige toetreedleeftijd en een feitelijke uittreedleeftijd op de voor de belastingplichtige geldende AOW-leeftijd.
Hoewel deze uitgangspunten niet echt reëel zijn (wie blijft er immers tegenwoordig nog zijn hele werkzame leven bij dezelfde werkgever) kan er moeilijk rekening worden gehouden met wisselen van baan. Evenmin kunnen gebeurtenissen als echtscheiding, zelfstandig ondernemerschap etc. worden meegenomen in de berekeningen. Vandaar waarschijnlijk dat de staatssecretaris de volgende disclaimer opneemt in zijn brief: “in individuele gevallen kunnen de uitkomsten vanzelfsprekend afwijken door bijvoorbeeld omstandigheden als een soberder pensioentoezegging, onvolledige diensttijd, achterblijvende financiering of tegenvallende beleggingsresultaten.”
 
De berekeningen gaan uit van een jaarlijkse indexatie van de opgebouwde pensioenrechten tot aan pensioeningangsdatum van 2% per jaar. Dit is in de huidige pensioenmarkt niet realistisch. Pensioenregelingen met een vaste indexatie van 2% komen niet meer voor. Sterker nog: de meeste pensioenfondsen zien al jaren af van indexatie. Het is dus maar de vraag in hoeverre de conclusie van het kabinet juist is dat een adequaat pensioen gerealiseerd kan worden.
 
Auteur: Erik Schouten, adviseur AEGON Adfis
Bron: Brief en bijlage staatssecretaris Weekers