Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Nog een keer: ontslagstamrechtvrijstelling 2014

3 december 2013

Vanaf 1 januari 2014 vervalt de stamrechtvrijstelling voor ontslagvergoedingen. Er geldt een overgangsregeling. In ons bericht van 15 november beschreven wij de voorwaarden die het Centraal Aanspreekpunt Pensioenen (CAP) van de belastingdienst publiceerde. Wij krijgen veel vragen over de termijn waarbinnen het ontslag geeffectueerd moet zijn.

Wij zetten eerst de voorwaarden nog een keer voor u op een rij.

Voorwaarden bij ontslag in 2014

Als de werknemer in 2014 wordt ontslagen, gelden de volgende voorwaarden voor het verkrijgen van de stamrechtvrijstelling:

  • Het ontslag moet in 2013 aangezegd zijn en de ontslagdatum moet op 31 december 2013 vaststaan.
  • De dienstbetrekking wordt binnen een korte termijn na het vaststellen van de ontslagdatum beëindigd. Van een korte termijn is in ieder geval sprake als het gaat om de wettelijke opzegtermijn. Een wettelijke opzegtermijn kan oplopen tot maximaal een half jaar.
  • Vóór 1 januari 2014 moet de werkgever met zijn werknemer een overeenkomst opmaken en ondertekenen. Uit die overeenkomst moet blijken dat de werkgever aan zijn werknemer een aanspraak toekent op periodieke uitkeringen ter vervanging van gederfd of te derven loon, die niet later ingaan dan in het jaar waarin de werknemer de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt. Uit de overeenkomst moet ook blijken dat de aanspraak wordt ondergebracht bij een professionele verzekeraar, een stamrecht-bv of bank en dat de stamrechtuitkeringen zijn bestemd voor wettelijk aangewezen begunstigden. Aan deze voorwaarde wordt ook voldaan als de werkgever en de werknemer overeenkomen dat de ontslaguitkering alleen kan worden aangewend als koopsom van een aanspraak, die voldoet aan de voorwaarden die de Wet op de loonbelasting 1964 stelt.
  • De werknemer gebruikt alleen een uitkering ter vervanging van gederfd of te derven loon voor het aankopen van een stamrecht. Een (na)betaling van loon, vakantiegeld, tantième of gratificatie is geen uitkering ter vervanging van gederfd of te derven loon. Op deze betalingen kan de werkgever de stamrechtvrijstelling niet toepassen. De (na)betaling is belast loon van de werknemer.

Beëindiging dienstbetrekking binnen korte termijn

Eén van de voorwaarden die het CAP stelt is dat de dienstbetrekking binnen een korte termijn na het vaststellen van de ontslagdatum wordt beëindigd. Het CAP geeft in haar voorwaarden ook aan wanneer  daar in ieder geval aan wordt voldaan. Dat is wanneer de wettelijke opzegtermijn eindigt.

De wettelijke opzegtermijn is afhankelijk van de duur van de arbeidsovereenkomst. Als de arbeidsovereenkomst vijftien jaar of langer heeft geduurd, is de opzegtermijn voor de werkgever vier maanden. Voor arbeidsovereenkomsten met een duur van respectievelijk korter dan vijf, tien en vijftien jaar is de wettelijke opzegtermijn één, twee of drie maanden. Alleen voor werknemers die geboren zijn vóór 1950 kan de wettelijke opzegtermijn oplopen tot zes maanden.

Overschrijding korte termijn

Van een korte termijn is in ieder geval sprake als het gaat om de wettelijke opzegtermijn, staat in de voorwaarden. Dit betekent dat wanneer die termijn wordt overschreden de inspecteur moet beoordelen of er redenen zijn die het rechtvaardigen dat die termijn wordt overschreden.

Commentaar

De stamrechtvrijstelling geldt voor een zeer kleine groep werknemers tot 1 juli 2014. Voor het merendeel van de werknemers die worden ontslagen in 2014 geldt een kortere periode voor de stamrechtvrijstelling. Voor hen eindigt de wettelijke opzegtermijn na één, twee, drie of vier maanden nadat het ontslag is aangezegd. 

In de wandelgangen hoorden wij dat er twijfel bestaat over het moment waarop de ontslagvergoeding uiterlijk moet zijn gestort: in 2013 of 2014. Wij begrepen dat het CAP vindt dat de ontslagvergoeding moet zijn gestort binnen de termijn waarop de opzegtermijn eindigt. Wanneer de opzegtermijn eindigt in 2014, mag de ontslagvergoeding dus in 2014 worden gestort. 

De ontslagdatum en stortingsdatum van de ontslagvergoeding wijken regelmatig af van de wettelijke opzegtermijn. In die situaties is het van belang om de concrete situatie voor te leggen aan de belastinginspecteur. Zodat hij de werkgever en de ontslagen werknemer zekerheid kan geven of de stamrechtvrijstelling in 2014 geldt. 

 

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis
Bron: Voorwaarden belastingdienst