Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Onderzoek uitkeringsfase beschikbare premieregelingen: pensioen kan hoger

18 juli 2014

Hoe kan de overgang van de opbouw- naar uitkeringsfase in premie- en kapitaalovereenkomsten op een andere manier worden vormgegeven? De  Tweede Kamer vroeg de regering dit te laten onderzoeken. Het resultaat is een uitvoerig rapport met aanbevelingen.

Aanleiding: mislukking pensioenknip

Staatssecretaris Klijnsma schreef in haar evaluatiebrief van 4 november 2013 dat deelnemers tot nu toe geen financieel voordeel van de pensioenknip hebben gehad. En dat minder dan 1% gebruik maakte van de pensioenknip. Besloten is dat het vanaf 1 januari 2014 wettelijk niet meer mogelijk is om de pensioenaankoop te splitsen. Zie ook ons bericht van 8 november 2013. Op 3 december 2013 nam de Tweede Kamer een motie aan waarin zij vraagt om een onderzoek naar meer flexibiliteit op de aankoopdatum van pensioen (zie ons bericht van 9 december 2013). Dit resulteerde in een rapport met aanbevelingen dat de regering op 15 juli presenteerde. Het doel hiervan is te komen tot een betere pensioenuitkomst voor de deelnemer.

Huidige systematiek beperkt hoogte pensioenuitkering

Uit het onderzoek komt naar voren dat het nemen van beleggingsrisico na de pensioendatum tot een hoger pensioen kan leiden. Met het hogere risico is er echter ook kans op een lagere uitkering dan in de huidige situatie.

In de huidige situatie is een deelnemer aan een premie- of kapitaalovereenkomst verplicht om (uiterlijk) op de pensioendatum het opgebouwde pensioenkapitaal in één keer aan te wenden voor de aankoop van een levenslang vast pensioen. Deze verplichting leidt ertoe dat beleggingsrisico’s ruim voor de pensioendatum al geleidelijk worden afgebouwd. Het vereiste dat de beleggingen op één vastgelegd moment omgezet moeten worden in een annuïteit, maakt het pensioenresultaat bovendien erg afhankelijk van de waarde van de portefeuille en de rentestand op de pensioendatum (en dus kwetsbaar voor eventuele financiële schokken of lage rentes).

Vanuit de levenscyclus van een deelnemer bezien, is het op de pensioendatum opgebouwde pensioenkapitaal niet onmiddellijk volledig nodig voor het doen van pensioenuitkeringen. Een aanzienlijk deel van het kapitaal zou nog een flink aantal jaren risicodragend belegd kunnen blijven en zo bijdragen aan een naar verwachting hoger rendement na de pensioendatum. De eenmalige conversie op de pensioendatum van het pensioenkapitaal in een gegarandeerd pensioen blijft dan achterwege. Dit heeft tot gevolg dat vóór de pensioendatum het beleggingsrisico niet volledig hoeft te worden afgebouwd, waardoor ook in de opbouwperiode naar verwachting een beter rendement kan worden gerealiseerd. Beide effecten resulteren naar verwachting in hogere pensioenuitkeringen.

Andere oplossingsmogelijkheden

Wanneer de pensioengerechtigde niet meer uitgaat van een in euro’s gegarandeerde pensioenuitkering, maar een zekere fluctuatie op basis van beleggingsresultaten accepteert, is het niet langer nodig het pensioenkapitaal risicovrij te beleggen. Dit opent dit de mogelijkheid om na pensioeningang deels te blijven beleggen in zakelijke waarden (zoals aandelen) en deels renterisico te blijven lopen. Door meer risico te accepteren ontstaat potentieel voor extra rendement, met hogere verwachte pensioenuitkeringen tot gevolg. Het onderzoek beschrijft hiervoor twee methoden:

  1. Variabele annuïteit. Hierbij blijft de hoogte van de uitkeringen afhankelijk  van de waardeontwikkeling van een beleggingsportefeuille. De variabele annuïteit wordt aangekocht bij een verzekeraar die de levenslange uitkering van het pensioen kan garanderen.
  2. Doorbeleggen in de premieovereenkomst na pensioeningang. Deze methode gaat uit van een voortzetting van de beleggingsportefeuille uit de opbouwfase, alleen wordt nu maandelijks ten laste van die beleggingen een pensioenuitkering aan de pensioengerechtigde gedaan. Deze methode kent geen levenslange uitkeringsgarantie en vertoont daarmee grote gelijkenis met banksparen.

De genoemde varianten kunnen onderling gecombineerd worden, maar ook met de huidige gegarandeerde vaste pensioenuitkering in euro’s. Met het aanbieden van dergelijke combinaties kan maatwerk geleverd worden aan toekomstige gepensioneerden.

Informatiebehoefte neemt toe

Om beter aan te kunnen sluiten bij de persoonlijke voorkeur van de deelnemer kunnen de keuzes die gemaakt worden bij het bepalen van de beleggingscycli over de levensloop (lifecycles) verder worden afgestemd op de wensen en leeftijd van de deelnemer. Daarvoor is een betere informatievoorziening aan de deelnemer nodig over de verschillende mogelijkheden.

Uitvoeringskosten stijgen

Door het introduceren van extra beleggingsmogelijkheden voor en na pensioeningang neemt naar verwachting de complexiteit van de pensioenuitvoering toe. Daardoor kunnen volgens het rapport ook de kosten toenemen. De extra informatiebehoefte die deelnemers zullen hebben als gevolg van de toegenomen keuzemogelijkheden, kan volgens het rapport leiden tot een toename van de uitvoeringskosten van de pensioenregelingen. Extra keuzes zullen bovendien tot administratieve aanpassingen leiden, wat kosten met zich brengt.

Banksparen altijd combineren met verzekeren

Het rapport concludeert verder dat een huidig bankspaarproduct altijd gecombineerd moet worden met een levensverzekering in de vorm van een kapitaaluitkering na de looptijd van 20 jaar, waarmee de rest van het pensioen aangekocht kan worden. De pensioenwet vereist immers dat pensioen levenslang moet worden uitgekeerd. Nagedacht moet worden of een levenslange uitkering, vanuit de gedachte dat pensioen een inkomensvoorziening is, noodzakelijk is.

Risico neemt toe

Het rapport wijst er op dat er een keerzijde bestaat aan het aanhouden van beleggingsrisico in de uitkeringsfase. Vergeleken met de huidige situatie bestaat er, naast een hoger verwacht pensioenresultaat, ook een grotere kans op neerwaartse resultaten.

Aanbevelingen

In het rapport staan de volgende aanbevelingen:

  1. Sta bij premie- en kapitaalovereenkomsten toe dat ook na pensioeningang beleggingsrisico kan worden gelopen.
  2. Baseer de default lifecycle op een tot na de pensioendatum verlengde beleggingshorizon.
  3. Geef deelnemers meer flexibiliteit  bij de overgang van de opbouwfase naar de uitkeringsfase.
  4. Baseer de zorgplicht van pensioenuitvoerders  op pensioenrisico’s, ongeacht het karakter van de pensioenovereenkomst.
  5. Verbeter de informatie aan deelnemers over gerealiseerd , nog benodigd en verwacht beleggingsrendement.

Vervolgstappen

Het onderzoek leidt volgens de regering tot nieuwe inzichten maar werpt ook nieuwe vragen op. Een verdere uitdieping van de resultaten is wenselijk, omdat de risico’s voor de deelnemer immers nauwgezet in kaart moeten worden gebracht. Evenals de mogelijkheden om deze risico’s in te perken zonder dat daarbij de winst in het verwachte pensioenresultaat teniet wordt gedaan.
In een brief over de hoofdlijnen van de mogelijke vormgeving van risicodragende pensioenuitkeringen in beschikbare premieregelingen met collectieve risicodeling komen de uitkomsten en aanbevelingen van het onderzoeksrapport verder aan de orde. De regering publiceert deze naar verwachting in september. De Tweede Kamer kan dan in samenhang de mogelijkheden bekijken voor het verbeteren van beschikbare premieregelingen met en zonder collectieve risicodeling.

Conclusie

Het onderzoeksrapport laat duidelijk zien dat de huidige situatie voor de deelnemer niet optimaal is. Het verplicht omzetten van een pensioenkapitaal op de pensioendatum in een levenslange vaste uitkering levert voor de deelnemer niet het beste resultaat op. De voorgestelde alternatieven zijn wat ons betref t de moeite van het overwegen zeker waard. Waarbij er zeker een discussie gevoerd moet worden over suggesties en ideeën uit het rapport, zoals de vraagtekens die geplaatst worden bij een levenslang pensioen. Wij zijn benieuwd wat de regering met de aanbevelingen van het rapport  gaat doen.

 

Auteur: Erik Schouten, adviseur Aegon Adfis
Bronnen: Onderzoeksrapport “Optimalisering overgang van opbouw- naar uitkeringsfase en de inrichting daarvan in premie- en kapitaalovereenkomsten”, Lane Clark & Peacock Netherlands B.V., 15 juli 2014.