Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Ontslagvergoeding uit VS: Nederland mag heffen

30 december 2014

Meneer X ontvangt een ontslagvergoeding van zijn werkgever uit de USA. Deze vergoeding stort hij in zijn stamrecht-BV. De rechtbank oordeelt dat een uitkering uit deze stamrecht-BV gelijk te stellen is met een pensioenuitkering. En wijst het heffingsrecht toe aan Nederland. 

Situatie in het kort

Meneer X werkt sinds 1997 voor een Amerikaanse werkgever in de USA. Eind 2010 beëindigt de werkgever het dienstverband met X. Hij ontvangt een ontslagvergoeding van € 375.000. De werkgever stort de ontslagvergoeding rechtstreeks en zonder inhoudingen in de Nederlandse stamrecht-BV van X. In september 2011 betaalt deze stamrecht-BV een uitkering aan X (hij is dan ongeveer 62 jaar), en houdt daarbij € 463,75 aan loonheffingen in. X is van mening dat de ontslagvergoeding moet worden aangemerkt als loon uit dienstbetrekking (volgens artikel  16 Belastingverdrag Nederland-USA), en dat het heffingsrecht daarom toekomt aan de USA. De belastinginspecteur is dat niet met X eens. Hij vindt dat er sprake is van een met een pensioenuitkering gelijk te stellen uitkering (volgens artikel 19 Belastingverdrag) en dat het heffingsrecht daarom toekomt aan Nederland. Rechtbank Zeeland - West-Brabant oordeelt dat de ontslagvergoeding kwalificeert als een beloning die valt onder artikel 19 Belastingverdrag Nederland-USA.

Commentaar

Gezien het arrest van de Hoge Raad over ontslagvergoedingen in internationaal verband van 11 juni 2004 komt de conclusie van de rechtbank niet als een verrassing. De Hoge Raad overwoog in dat arrest onder meer:  

“Indien en voor zover de ontslagvergoeding bestaat uit een bedrag dat is afgestemd op en strekt tot voorziening in het levensonderhoud vanaf het ontslag tot aan de aanvang van het pensioen dan wel tot verbetering van onvoldoende pensioenrechten, is sprake van een beloning soortgelijk aan pensioen als bedoeld in artikel 18 van het Verdrag Nederland-België en artikel 19 van het Verdrag Nederland-Luxemburg en is deze mitsdien toegewezen aan de woonstaat.” 

De rechtbank oordeelt dat de ontslagvergoeding van X kwalificeert als een beloning die valt onder artikel 19 van het Verdrag Nederland - USA. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat uit de bepalingen van het contract en de berekening van de vergoeding valt op te maken dat het bedrag van de ontslagvergoeding in overwegende mate is afgestemd op de pensioendatum van X. En het strekt primair tot voorziening in het levensonderhoud vanaf het ontslag tot aan de aanvang van het pensioen. Volgens de rechtbank is deze zaak sprake van een soortgelijke situatie als die waarop de overweging van de Hoge Raad betrekking heeft. Het heffingsrecht komt dan volgens de rechtbank, op grond van artikel 19 lid 3 Belastingverdrag Nederland-USA, toe aan Nederland. 

Gezien de kwalificatie van de rechtbank heeft de ontslagvergoeding alle schijn van een RVU (Regeling voor Vervroegde Uittreding). Hoewel de zaak niet over deze kwalificatie gaat en de gegevens het hier niet over hebben, is het voor X te hopen dat door deze rechtszaak de belastingdienst niet is wakker geschud. Want als de belastingdienst de ontslaguitkering als een RVU kwalificeert (met een belastingaanslag voor de stamrecht-BV) raakt X van de regen in de drup. 

Auteur:  Erik Schouten, adviseur internationaal pensioen Aegon Adfis

Bron: uitspraak Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 2 oktober 2014

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 30 december 2014