Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

OR heeft geen zeggenschap bij uitvoeringsovereenkomst

3 mei 2013

Op 2 mei beantwoordde staatssecretaris Klijnsma vragen van de heer Omtzigt over de medezeggenschap bij een PPI. Het antwoord van Klijnsma is opmerkelijk en heeft een bredere werking dan alleen de PPI.

Instemmingsrecht OR

De ondernemingsraad (OR)heeft instemmingsrecht wanneer de werkgever voornemens is te besluiten een regeling met betrekking tot een pensioenverzekering te wijzigen, in te trekken of vast te stellen. Dit bepaalt de Wet op de ondernemingsraden. In de Pensioenwet is opgenomen dat deze bepaling ook geldt wanneer een werkgever de uitvoering van de pensioenovereenkomst onderbrengt bij een PPI.
In de praktijk bestond onduidelijkheid over of dat instemmingsrecht betrekking heeft op de pensioenovereenkomst en/of de uitvoeringsovereenkomst. In haar antwoord op de vragen die Omtzigt stelde geeft Klijnsma een duidelijk antwoord.

Antwoord Klijnsma over medezeggenschap

Klijnsma antwoordt dat het instemmingsrecht van de OR alleen op de pensioenovereenkomst ziet. Zij schrijft hierover het volgende:
“…In geval van een verzekerde regeling of een DC-regeling bij een PPI komt de betrokkenheid van de werknemer tot uiting door het instemmingsrecht van de OR met de pensioenovereenkomst. Vervolgens moet de werkgever die pensioenovereenkomst onderbrengen bij een pensioenuitvoerder op basis van een uitvoeringsovereenkomst. Die uitvoeringsovereenkomst zal in overeenstemming moeten zijn met de met de werknemer overeengekomen pensioenovereenkomst. De werknemer is geen partij bij de uitvoeringsovereenkomst heeft hierbij dus geen directe rol. Hieruit vloeit naar mijn mening voort dat het instemmingsrecht van de OR niet direct ziet op de uitvoeringsovereenkomst. Dat laat uiteraard onverlet dat werkgever en werknemer in de pensioenovereenkomst afspraken kunnen maken over de keuze voor een pensioenuitvoerder. Op die wijze heeft de werknemer respectievelijk de OR wel invloed op de uitvoeringsovereenkomst.”

Conclusie

De rol van de OR is hiermee duidelijk.

De visie van Klijnsma wijkt af van eerdere parlementaire stukken waarin werd aangegeven het  instemmingsrecht wel zag op de uitvoeringsovereenkomst. Klijnsma geeft aan dat zij zich hiervan bewust is. Deze antwoorden geven onomwonden weer dat het instemmingsrecht ziet op pensioenovereenkomst. Dit past volledig binnen de systematiek van de medezeggenschapswetgeving. De OR heeft instemmingsrecht bij het vaststellen van de arbeidsvoorwaarden. De pensioenovereenkomst is hiervan onderdeel. Omdat de uitvoeringsovereenkomst een op een moet aansluiten op de pensioenovereenkomst is de positie van de OR voldoende gewaarborgd.

De vragen van Omtzigt waren gericht op de medezeggenschap in de PPI. In haar antwoorden geeft Klijnsma geeft in haar antwoorden aan dat haar mening  niet alleen ziet pensioenregelingen die worden ondergebracht bij een PPI maar ook voor pensioenregelingen bij een pensioenverzekeraar.
Ook dat is niet meer dan logsich.

 

Auteur: Vera Hek, adviseur AEGON Adfis
Bron: Ministerie van Szw