Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Partnerpensioen na echtscheiding mag (niet altijd) terug

28 mei 2014

Staatssecretaris Klijnsma beantwoordt vragen over het bijzonder partnerpensioen in de in Verzamelwet pensioenen 2014.

In de Verzamelwet is voorgesteld om het bijzonder partnerpensioen na overlijden van de partner terug te laten vloeien bij de werknemer. De PvdA vroeg de staatssecretaris waarom ervoor is gekozen om het bijzonder partnerpensioen niet te laten terugvloeien wanneer de ex-partner van een gepensioneerde die scheidt na pensioeningangsdatum overlijdt.

Verzamelwet pensioenen 2014

In de Verzamelwet pensioenen 2014 zijn verschillende wijzigingen in een aantal wetten over pensioen opgenomen. Het betreft technische en kleine beleidsmatige wijzigingen. Alle voorstellen hebben een verbetering van de pensioenwetgeving tot doel.
In dit wetsvoorstel komen de volgende onderwerpen aan de orde:

  1. Bijzonder partnerpensioen bij overlijden van de ex-partner;
  2. DNB en AFM onder Kaderwet zelfstandige bestuursorganen;
  3. Rol van de Inspectie Werk en Inkomen;
  4. IB-ondernemers;
  5. Mogelijkheid tot het stellen van beleidsregels inzake de taakuitoefening van DNB en AFM;
  6. Beleggingsbeleid;
  7. Automatisch lidmaatschap beroepspensioenvereniging.

 
Bij de beantwoording van de tweede schriftelijke vragenronde ging Klijnsma in op het bijzonder partnerpensioen bij overlijden van de ex-partner.

Bijzonder partnerpensioen bij overlijden van de ex-partner

De leden van de PvdA-fractie stelden de volgende vragen over bijzonder partnerpensioen bij overlijden van de ex-partner:

  1. Begrijpen de leden goed dat het bijzonder partnerpensioen is uitgesloten van de uitruilmogelijkheid van het partnerpensioen voor een hoger ouderdomspensioen, en
  2. dat daarom gepensioneerden die gaan scheiden niet in aanmerking kunnen komen voor de voorgestelde regeling?
  3. Zo nee, kan de regering nader toelichten waarom gepensioneerden geen gebruik kunnen maken van de voorgestelde regeling?

 
Klijnsma antwoordde hierop: "De leden van de PvdA-fractie stellen terecht dat het bijzonder partnerpensioen is uitgesloten van de uitruilmogelijkheid van het partnerpensioen voor een hoger en/of eerder ingaand ouderdomspensioen. Dit is uitdrukkelijk geregeld in artikel 60, tweede lid, PW. De reden dat gepensioneerden die gaan scheiden niet in aanmerking kunnen komen voor de voorgestelde regeling is gelegen in het volgende. De voorgestelde regeling ziet op de situatie vóór het bereiken van de pensioenleeftijd. Vanaf het moment van bereiken van de pensioenleeftijd treedt een andere fase in. Op dat moment wordt de hoogte van het ouderdomspensioen vastgesteld en begint de uitkering van het ouderdomspensioen. De keuzemogelijkheden om te beschikken over pensioen die zijn opgenomen in de artikelen 60 en verder van de Pensioenwet (PW), zoals hoger of eerder ingaand ouderdomspensioen, uitruil ouderdomspensioen in partnerpensioen en andere vormen van uitruil, gelden ook alleen tot dat moment. In de onderhavige regeling voor bijzonder partnerpensioen is daarbij aangesloten. Dit betekent dat de voorgestelde regeling geldt voor deelnemers en gewezen deelnemers en niet voor pensioengerechtigden.

Commentaar

Klijnsma heeft op zich gelijk dat de keuzemogelijkheden om te beschikken over pensioen gelden tot het moment van pensionering. Maar dat is geen antwoord op de vraag van de PvdA. De PvdA vroeg waarom het bijzonder partnerpensioen van iemand die is gescheiden vóór zijn pensioendatum wél terugvloeit naar zijn nieuwe partner als zijn ex-partner overlijdt en niet als de scheiding plaatsvindt na de pensioeningangsdatum en de ex-partner overlijdt. De argumentatie van Klijnsma overtuigt op dit punt dan ook niet.

 

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis
Bron: Nota naar aanleiding van het nader verslag Verzamelwet pensioenen 2014