Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Pensioen leent zich niet voor beïnvloeden hoogte box-1 inkomen

7 december 2012

Een man heeft pensioen opgebouwd dat is ondergebracht bij een pensioenstichting. De stichting betaalt het pensioen voor de helft uit aan de man en voor de helft aan zijn vrouw. De man is van mening dat de uitkering gedeeltelijk bij hem en gedeeltelijk bij zijn vrouw belast moet worden. De belastingdienst denkt daar anders over. 

Pensioenuitkering verdelen over echtgenoten?

In 1988 heeft het echtpaar een akte van cessie getekend. De akte van cessie is door de pensioenstichting erkend. In die akte van cessie is vastgelegd dat de man de helft van de ouderdomspensioenuitkeringen overdraagt aan zijn vrouw. Bepaald is dat zijn vrouw de pensioentermijnen die worden uitgekeerd tijdens het huwelijk mag innen. 

Vervolgens geven de man en de vrouw ieder de helft van de pensioenuitkering aan in zijn aangifte inkomstenbelasting. De belastingdienst gaat daarmee niet akkoord. Zij is van mening dat de totale pensioenuitkering deel uitmaakt van het inkomen uit werk en woning (box 1) van de man. 

Volgens de man moet de helft van de pensioenuitkering toegerekend worden aan zijn vrouw omdat in het verleden met de stichting is overeengekomen dat het pensioen voor de helft wordt uitgekeerd aan zijn vrouw. Hij verwijst daarbij naar de akte van cessie. Hij beroept zich verder ondermeer op een ongelijke behandeling van gehuwden ten opzichte van hen die van de echt zijn gescheiden en een richtlijn van de Raad van Europese Gemeenschappen inzake de sociale zekerheid. Die laatste richtlijn geldt voor de AOW en zou volgens de man ook tot gevolg moeten hebben dat (particuliere) pensioenrechten gelijkelijk verdeeld moeten worden over man en vrouw.

Pensioenuitkering is loon uit dienstbetrekking van de werknemer

Het Hof (en eerder de rechtbank) stellen de man in het ongelijk. De belastingdienst heeft juist gehandeld door de pensioenuitkeringen volledig bij de man te belasten omdat:

  • het pensioen voortvloeit uit de dienstbetrekking van de man;
  • de uitkeringen daarom moeten worden aangemerkt als loon uit de dienstbetrekking van de man en niet van zijn echtgenote;
  • het daarbij niet uitmaakt dat de man het recht op pensioen of het bestuur daarover heeft overgedragen aan zijn echtgenote.

 

Voor wat betreft het beroep op ongelijke behandeling zijn de rechtbank en het Hof van oordeel dat gescheiden personen niet als gelijke gevallen kunnen worden aangemerkt als gehuwden. Hierdoor is er geen sprake van discriminatie die de man aanvoert. Ook het beroep van de man op de richtlijn faalt. Alleen al omdat die richtlijn ziet op wettelijke sociale zekerheidsregelingen en niet op (particuliere) pensioenen.

Conclusie

Voor echtparen en samenwonende partners kan het voordelig zijn om inkomsten in box 1 te verdelen. De hoogte van het inkomen in box 1 is immers van belang voor bijvoorbeeld het krijgen van bepaalde toeslagen en de hoogte van het belastingtarief.

De Wet op de inkomstenbelasting geeft een keuzemogelijkheid voor een beperkt aantal gemeenschappelijke inkomensbestanddelen, zoals de belastbare inkomsten uit de eigen woning en inkomsten uit aanmerkelijk belang. Die keuzemogelijkheid geldt niet voor pensioenuitkeringen.

De uitspraak van het Hof Amsterdam is niet verrassend. Sterker nog, de feiten zijn zo duidelijk dat het ons verbaast dat de man (of zijn adviseur) een gerechtelijke procedure zijn gestart. 

Deze uitspraak bevestigt (net zoals de uitspraak die wij opgenomen in ons nieuwsbericht "verrekening-pensioenuitkering-dga" van 6-12-2012 dat de pensioenuitkering niet kan worden gebruikt om het inkomen in box 1 te verlagen.

Naar onze mening is de man er nog goed van afgekomen. De belastingdienst had ook kunnen stellen dat het cederen van een pensioenregeling een verboden handeling is. Het gevolg hiervan is dat de volledige waarde van de pensioenregeling bij de man in box 1 belast zou worden waarbij er ook nog eens 20% revisierente over de waarde afgerekend moet worden. 

 

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis
Bron: Gerechtshof Amsterdam, NR: 11/00677en11/00678, LJ-Nummer: BY4871 8 november 2012